De Wkkgz, het BIG-register, €33.500,- boete, Veilig Incident Melden en meer
Print pagina

De Wkkgz, het  BIG-register, €33.500,- boete, Veilig Incident Melden en meer
Sprekers:
Locatie:
Datum:
18 mei 2016
Aanvang:
Kosten:
Datum:
18 mei 2016
Locatie:
Datum:
18 mei 2016
Geplaatst op:
18 mei 2016
Door:
Op 1 januari 2016 is de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (‘Wkkgz’) in werking getreden. De Wkkgz is de vervanger van de 20 jaar oude ‘Kwaliteitswet zorginstellingen’ (van 1996) en ‘Wet klachtrecht cliënten zorgsector’ (van 1995). De Wkkgz is bedoeld om de kwaliteit van de zorg en de positie van cliënten in de zorg te versterken door regels te stellen voor een ‘effectieve en laagdrempelige opvang en afhandeling van klachten’. Maar wordt dat bereikt?

De Wkkgz

De Wkkgz bevat regels voor het bewaken, het beheersen en het verbeteren van de kwaliteit van de zorg. Bijzonder is dat in de Wkkgz voor het eerst het ‘bestaan’ van alternatieve geneeskunde wordt erkend. Eerdere wetten zagen vooral op ‘BIG-beroepen’, maar de Wkkgz richt zich ook (voor een deel) tot alternatieve zorgverleners, zoals Bachbloesemspecialisten, allotherapeuten en acupuncturisten. Toeval of niet, maar sinds de Wkkgz is iedere zorgverlener verplicht de cliënt te informeren over het al dan niet bestaan van wetenschappelijk bewezen werkzaamheid van die zorg (artikel 10 Wkkgz).

Verplichte VOG

Daarnaast zijn sinds 1 januari 2016 bepaalde zorgaanbieders verplicht om in het bezit te zijn van een Verklaring Omtrent Gedrag van nieuw in dienst genomen zorgverleners. Uit het Uitvoeringsbesluit Wkkgz blijkt dat het gaat om personen die in dienst treden bij een zogenaamde ‘Wlz-instelling’ of ‘GGZ-instelling’, zoals een klinisch psycholoog. De verplichte VOG geldt ook voor alternatieve zorgverleners. Voor mantelzorgers en vrijwilligers geldt de verplichting niet.

Vergewisplicht

De regels omtrent de VOG zijn een uitwerking van de zogenaamde ‘vergewisplicht’ (artikel 4 Wkkgz). De vergewisplicht houdt in dat een zorginstelling zich, bij het aannemen van nieuwe zorgverleners, ervan dient te vergewissen hoe de zorgverlener in het verleden heeft gefunctioneerd; bijvoorbeeld door informatie in te winnen over het BIG-register bij het Centraal Informatiepunt Beroepen Gezondheidszorg (CIBG) of de vorige werkgever.

Meldplicht

Verder komt op de zorgwerkgevers de plicht te rusten om melding te doen bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg als een arbeidsverhouding met een zorg-medewerker wordt beëindigd omdat hij ‘ernstig is tekortgeschoten in zijn functioneren’ (artikel 11, eerste lid, onder c). De achterliggende gedachte is dat de IGZ de ernstig disfunctionerende zorgverlener dan ‘in de gaten’ kan houden. Maar wanneer is sprake van ‘ernstig tekortschieten’? Is daarvan ‘al’ sprake bij een ontslag wegens ‘onbekwaamheid of ongeschiktheid’ (cao UMC) of ‘pas’ bij een strafontslag/ontslag op staande voet? Het is aan te raden om daar stil bij te staan, want volgens het Uitvoeringsbesluit Wkkgz moet een ontslag wegens disfunctioneren binnen drie (werk)dagen na de ontslagaanzegging of het ontslagverzoek zijn gemeld. De verantwoordelijkheid voor het doen van een melding wordt bij de zorgaanbieder gelegd (het doen van een melding is afhankelijk “van de feiten en van uw eigen beoordeling”) en niet-tijdige naleving kan worden bestraft met een boete van €33.500,- en niet-naleving is zelfs gekwalificeerd als een (strafrechtelijke) overtreding, waarop een hechtenis van (ten hoogste) één jaar of een geldboete (tot circa 8.000,-) is gesteld. In de meeste gevallen zal waarschijnlijk duidelijk zijn dat sprake is van ernstig disfunctioneren, maar het blijft arbitrair. Een vertrekregeling met een disfunctionerende zorgverlener met daarin een geheimhoudingsverplichting over de feiten die tot de beëindiging hebben geleid en/of het onthouden van ‘negatieve uitlatingen’ lijkt daarmee tot het verleden te horen.

Melding incidenten aan cliënt

Mocht het ontslag zijn gelegen in het veroorzaken van een medische fout, dan zal de zorgaanbieder de patiënt, de vertegenwoordiger van de patiënt of diens nabestaande(n). De zorgaanbieder zal de cliënt, of de nabestaanden van de overleden cliënt, al over die fout moeten hebben geïnformeerd. De zorgaanbieder moet namelijk onmiddellijk informeren over incidenten bij de zorgverlening die ‘voor de cliënt merkbare gevolgen kunnen hebben’. De verplichting lijkt te zijn opgenomen uit het oogpunt van aansprakelijkheid; hoe kan een incident immers nog merkbare gevolgen hebben voor een overleden patiënt?

Veilig incident melden

Verder zullen zorgaanbieders over circa anderhalve maand (vanaf 1 juli 2016) verplicht zijn om bepaalde gegevens van cliënten te verzamelen en te registreren ten behoeve van kwaliteitsdoeleinden; in sommige gevallen zelfs zonder toestemming van de betrokkene daartoe. Een en ander is ingegeven door een systeem van ‘Veilig Incident Melden’ (‘VIM’), wat vergeleken zou kunnen worden met een ‘Klokkenluidersregeling’: het biedt een systeem waarin medewerkers van zorgaanbieders onzorgvuldigheden en incidenten kunnen melden zonder (al te) bang te hoeven zijn voor repercussies. Een dergelijk systeem zou nodig zijn omdat thans ‘te weinig’ zou worden gemeld door zorgverleners, vooral wegens angst voor juridische consequenties. Doel van het VIM is echter om bevindingen over (bijna-)incidenten met elkaar te bespreken en te onderzoeken op welke wijze dergelijke incidenten in de toekomst voorkomen zouden kunnen worden. Om die reden is in (het nog niet in werking getreden) artikel 9, zesde lid, van de Wkkgz bepaald dat VIM-gegevens in principe niet kunnen worden gebruikt in een juridische procedure; op die wijze wordt getracht de genoemde angst enigszins weg te nemen. Vanaf 1 juli 2016 dient een zorgaanbieder een schriftelijke interne werkwijze te hebben die regelt dat (bijna-)incidenten veilig kunnen worden gemeld.

Klachtenbemiddeling

Ook de klachtenregeling is op de (spreekwoordelijke) schop gegaan. Zo was een zorgaanbieder in het verleden verplicht een (interne) klachtencommissie te hebben, maar daar dient uiterlijk per 1 januari 2017 een zogenaamde ‘klachtenbemiddelaar’ voor in de plaats te komen. De bemiddelaar adviseert en ondersteunt de patiënt bij het indienen van een klacht, maar ook in het zoeken naar/vinden van een oplossing. Toch lijkt een massale afschaffing van interne klachtencommissies onaannemelijk: de zorgaanbieder zal zich namelijk wel nog steeds van oordeelsvorming moeten voorzien opdat de klacht intern kan worden beoordeeld.

De klachtenbemiddelaar heeft op het eerste gezicht wat weg van de (bekendere) geschillencommissie, maar de tekst van de Wkkgz maakt duidelijk dat die niet hetzelfde zijn. Na een paragraaf over ‘klachten’ is namelijk een aparte paragraaf over ‘geschillen’ opgenomen.

Uit die laatstgenoemde paragraaf blijkt dat de zorgaanbieder (óók) bij een (erkende) ‘geschilleninstantie’ moet zijn aangesloten. Die instantie heeft de taak geschillen over gedragingen van de zorgaanbieder jegens een cliënt in het kader van de zorgverlening te beslechten – als de cliënt niet tevreden is over de uitkomst van de klachtenprocedure. De introductie van de geschilleninstantie heeft vanuit de zorgsector echter tot het nodige protest geleid, vooral omdat de instantie bevoegd is een schadevergoeding van liefst € 25.000,- toe te kennen; de gang naar de rechter is na een uitspraak van de commissie in beginsel afgesloten.

Toezicht

Tot slot een opmerking over de instantie die het toezicht houdt op de naleving van de Wkkgz: dat zijn de ‘ambtenaren van het Staatstoezicht op de volksgezondheid’ (artikel 24 Wkkgz) of, in de volksmond beter bekend als, de Inspectie voor de Volksgezondheid. De Inspectie heeft diverse bevoegdheden toebedeeld gekregen: denk aan het – zonder toestemming van de bewoner – binnentreden van een woning die deel uitmaakt van een zorginstelling (art. 24, derde lid) en het inzien van medische dossiers (art. 24, vierde lid).

Conclusie

Versterkt de Wkkgz de kwaliteit van de zorg en de positie van cliënten? Dit laatste lijkt zeker het geval te zijn: de drempel om een klacht in te dienen wordt lager en in geval van gegrondverklaring kan een forse boete worden opgelegd. Die laagdrempeligheid heeft echter ook een nadeel, omdat het cliënten juist kan aanmoedigen om een klacht in te dienen. Wellicht dat een (sterke) klachtenbemiddelaar hierin enigszins kan sturen, vooral bij klachten die – mogelijk – te lichtvaardig zijn ingediend.

En wordt de kwaliteit van de zorg versterkt door de Wkkgz? Wellicht niet direct, maar indirect in ieder geval wel. Ik denk dan met name aan de verplichte melding van een ontslag wegens (ernstig) disfunctioneren. Het is waarschijnlijk niet in alle gevallen even duidelijk of sprake is van ‘ernstig tekortschieten in het functioneren’, maar een werkgever zal – gezien de hoogte van een mogelijke boete – bij twijfel vermoedelijk ook de melding doen. Een interessante vraag is wat de consequenties zullen zijn wanneer een zorgverlener geen nieuwe betrekking kan vinden doordat – ten onrechte – een melding wegens ernstig tekortschieten over hem is gedaan. En wie betaalt de rekening als een zorgverlener een ernstige fout maakt in een nieuwe betrekking en blijkt dat eerdere werkgever – ten onrechte – geen melding is gedaan van een ontslag wegens disfunctioneren, maar de nieuwe werkgever niet aan de vergewisplicht heeft voldaan?

Tom Koomen
Telefoon:
Mobiel:
E-mail:
Linkedin

Zoeken

Contact over dit onderwerp

Tom Koomen

Tom Koomen

Telefoon 070-3648102