UMC’S uitgezonderd van de normalisering?
Print pagina

UMC’S uitgezonderd van de normalisering?
Sprekers:
Locatie:
Datum:
03 april 2018
Aanvang:
Kosten:
Datum:
03 april 2018
Locatie:
Datum:
03 april 2018
Geplaatst op:
03 april 2018
Met ingang van (waarschijnlijk) 1 januari 2020 treedt de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) in werking. Als gevolg van deze wet wordt op nagenoeg alle ambtenaren het civiele arbeidsrecht van toepassing. Vanaf het moment dat de Wnra in werking treedt, zijn zij voorts werkzaam op basis van een arbeidsovereenkomst (naar burgerlijk recht). De betreffende medewerkers blijven echter ambtenaar in de zin van de Ambtenarenwet. Zij zijn namelijk in dienst bij een overheidswerkgever in de zin van de Ambtenarenwet. Dit betekent dat voor hen specifieke regels blijven gelden op het gebied van onder andere het afleggen van de eed of belofte, integriteit, nevenwerkzaamheden en grondrechten.

Voordat de Wnra in werking kan treden, moet een groot aantal wetten worden aangepast. Inmiddels zien de eerste conceptwetsvoorstellen ter zake het licht. Zo is op 29 januari jl. het conceptwetsvoorstel normalisering rechtspositie ambtenaren in het onderwijs ter consultatie aangeboden. Uit dit conceptwetsvoorstel blijkt dat de wetgever voornemens is om een einde te maken aan het gegeven dat in de onderwijssector voor de rechtspositie van het personeel twee regimes naast elkaar bestaan. Op dit moment vallen de medewerkers van de openbare scholen en instellingen, waaronder de openbare universitair medische centra onder het Ambtenarenrecht, terwijl voor de medewerkers in dienst bij de bijzondere scholen en instellingen het civiele arbeidsrecht geldt. Het voornemen bestaat dus om dit onderscheid te beëindigen. In artikel I van het conceptwetsvoorstel wordt daartoe voorgesteld om alle onderwijssectoren uit te sluiten van de werking van de Ambtenarenwet 2017. Dat geldt dus ook voor de UMC’s. Als dit conceptwetsvoorstel wet wordt, zal dus voor alle medewerkers van UMC’s alleen nog het civiele arbeidsrecht van toepassing zijn, net zoals dat nu al het geval is voor de medewerkers in dienst van de bijzondere scholen en instellingen.

Dit (voorgenomen) verandering is ingegeven door het feit dat anders opnieuw een tweedeling binnen de sector onderwijs zou ontstaan. Uit oogpunt van eenheid van rechtspositie, het voorkomen van administratieve lasten en de vermindering van regelgeving vindt de regering dat niet wenselijk. Bovendien, zo valt in de concept memorie van toelichting te lezen, hebben de onderwijssectoren over onderwerpen als integriteit, nevenwerkzaamheden, het melden van misstanden en het voorkomen van seksuele intimidatie, racisme, agressie en geweld al afspraken gemaakt in de eigen cao’s en codes, die zowel voor het openbaar als het bijzonder onderwijs gelden. Die afspraken zijn helemaal toegesneden op de onderwijspraktijk en dus beter passend dan de bepalingen uit de Ambtenarenwet 2017, aldus de regeling. Een goed voorbeeld hiervan is de cao UMC’s, die momenteel als (eenzijdige) rechtspositieregeling geldt voor de openbare UMC’s en als ‘echte’ cao voor de twee bijzondere UMC’s (het Radboudumc en het VUmc).

De consultatie is op 12 maart 2018 gesloten. Het is dus niet meer mogelijk om op het conceptwetsvoorstel te reageren. Omdat achter de schermen flink gelobbyd voor het beëindigen van de bijzondere positie van UMC’s, ga ik ervan uit dat deze wijziging ook zal terugkomen in het definitieve wetsvoorstel.
Telefoon:
Mobiel:
E-mail:
Linkedin

Zoeken

Contact over dit onderwerp

Jacobien Frederix-Gianotten

Jacobien Frederix-Gianotten

Telefoon 070-364 81 02