De Leerplichtwet en het Sociaal Medisch Advies
Print pagina

De Leerplichtwet en het Sociaal Medisch Advies
Sprekers:
Locatie:
Datum:
14 september 2018
Aanvang:
Kosten:
Datum:
14 september 2018
Locatie:
Datum:
14 september 2018
Geplaatst op:
14 september 2018
In Nederland is er een wet die verplicht stelt dat kinderen op een school staan ingeschreven èn deze school regelmatig bezoeken. Dit staat beschreven in de Leerplichtwet 1969 (Lpw). De leerplicht begint bij een kind vanaf vijf jaar en eindigt in het jaar waarin de jongere ten minste twaalf volledige schooljaren onderwijs heeft genoten, of aan het eind van het schooljaar waarin de jongere de leeftijd van zestien jaar heeft bereikt. Als leerlingen zonder geldige reden niet naar school gaan, is er sprake van schoolverzuim.

De leerplichtambtenaar houdt toezicht op de handhaving van de leerplicht. Het is de taak van de school om schoolverzuim te melden. De leerplichtambtenaar probeert de leerling te stimuleren weer naar school te gaan. De gemeente kan ouders sancties opleggen als de leerplicht niet wordt vervuld. De leerplichtambtenaar moet proces-verbaal opmaken wanneer sprake is van veel schoolverzuim. Ouders kunnen dan strafrechtelijk vervolgd worden en riskeren een boete. Leerlingen boven de 12 jaar kunnen zelf verantwoordelijk worden gehouden voor het schoolverzuim. Zij riskeren een taakstraf of boete.

Er zijn situaties waarin een kind niet naar school hoeft. Denk bijvoorbeeld aan een bezoek aan de tandarts, of een familiegebeurtenis. In dit soort gevallen is wel verlof nodig: toestemming om afwezig te zijn. Het schoolhoofd beslist over verlofaanvragen korter dan 10 schooldagen. Verlof langer dan 10 dagen wordt aangevraagd bij de leerplichtambtenaar. Volledige vrijstelling van de leerplicht is mogelijk op grond van lichamelijke en psychische gronden, levensbeschouwelijke gronden en in verband met inschrijving in het buitenland. Aan deze vrijstellingen zijn strenge voorwaarden verbonden.

Vrijstelling vanwege lichamelijke of psychische ongeschiktheid
Op grond van artikel 5 sub a van de Lpw kan een beroep worden gedaan op vrijstelling van de leerplicht als het gaat om de verplichting tot inschrijving bij een school, wanneer de jongere op lichamelijke of psychische gronden niet geschikt is om tot een school onderscheidenlijk een instelling te kunnen worden toegelaten. Als ouders op deze vrijstellingsgrond een beroep doen, dienen zij dit te doen door middel van een verklaring van een door de leerplichtambtenaar aangewezen arts of pedagoog/psycholoog, waaruit blijkt dat een jongere niet geschikt wordt geacht om tot een school of instelling te worden toegelaten. De verklaring mag niet ouder zijn dan drie maanden (artikel 7 Lpw).

Sociaal Medisch Advies
Doorgaans wordt in zulke gevallen door de leerplichtambtenaar een (onafhankelijke) arts ingeschakeld om voor dit Sociaal Medisch Advies (SMA) te zorgen. Nadat het SMA is ontvangen, stelt de leerplichtambtenaar vast of de kennisgeving aan de eisen van de wet voldoet. Als dat zo is, ontstaat van rechtswege de vrijstelling. Als niet aan de eisen van de wet wordt voldaan, moet het kind worden ingeschreven op een school. Gebeurt dat niet, dan is er sprake van absoluut verzuim dat kan leiden tot rechtsvervolging.

Medisch Tuchtrecht
Een arts is onderworpen aan tuchtrecht. Het tuchtrecht is rechtspraak waarbij het tuchtcollege beoordeelt of een arts of andere hulpverlener volgens de voor hem geldende professionele standaard heeft gewerkt. Het tuchtrecht is bedoeld om de kwaliteit van de beroepsuitoefening te bevorderen en bewaken. Het tuchtrecht geldt voor alle beroepsgroepen die staan ingeschreven in het BIG-register, waaronder artsen, maar bijvoorbeeld ook tandartsen, verpleegkundigen en apothekers. Een medisch tuchtcollege bestaat uit juristen en lid-beroepsgenoten.

De situatie kan zich voordoen dat tegen een arts een klacht bij het medisch tuchtcollege wordt ingediend waarin hem wordt verweten een ondeugdelijk en/of onzorgvuldig onderzoek te hebben verricht en daarmee een ondeugdelijke rapportage c.q. SMA te hebben opgesteld. Wat is dan het toetsingskader?

Criteria voor toetsing SMA
Volgens vaste jurisprudentie van het Centraal Tuchtcollege wordt een SMA aan de volgende criteria getoetst:
  1. Het rapport vermeldt de feiten, omstandigheden en bevindingen waarop het berust.
  2. Het rapport geeft blijkt van een geschikte methode van onderzoek om de voorgelegde vraagstelling te beantwoorden.
  3. In het rapport wordt op inzichtelijke en consistente wijze uiteengezet op welke gronden de conclusies van het rapport steunen.
  4. Het rapport vermeldt de bronnen waarop het berust, daaronder begrepen de gebruikte literatuur en de geconsulteerde personen.
  5. De rapporteur blijft binnen de grenzen van zijn deskundigheid.

Het Centraal Tuchtcollege toetst ten volle of het onderzoek uit het oogpunt van vakkundigheid en zorgvuldigheid de tuchtrechtelijke toets der kritiek kan doorstaan. Ten aanzien van de conclusie van de rapportage wordt beoordeeld of de deskundige in overeenstemming met bovenstaande criteria heeft gehandeld en in redelijkheid tot zijn conclusies heeft kunnen komen. Zo ja, dan wordt de klacht ongegrond geacht en de klacht afgewezen. In deze situatie wordt geen maatregel opgelegd. Zo nee, dan verklaart het tuchtcollege de klacht gegrond en kan het de aangeklaagde zorgverlener de volgende maatregelen opleggen:
  • waarschuwing;
  • berisping;
  • geldboete (maximaal € 4.500,--);
  • (voorwaardelijke) schorsing van de inschrijving van de zorgverlener in het BIG-register(maximaal één jaar);
  • gedeeltelijke ontzegging het beroep uit te oefenen;
  • doorhaling van de inschrijving van de zorgverlener in het BIG-register.

De lichtste maatregel die het tuchtcollege kan opleggen is de waarschuwing. De maatregel van doorhaling van de inschrijving in het BIG-register is de zwaarst mogelijk op te leggen maatregel. Alle opgelegde maatregelen, behalve waarschuwingen, worden openbaar gemaakt.

Praktijkgeval
Over het hiervoor besproken juridisch kader deed zich onlangs in mijn praktijk de volgende casus voor.

Tegen een arts maatschappij en gezondheid werd een klacht ingediend bij het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg Eindhoven. Hem werd verweten dat hij een ondeugdelijk en onzorgvuldig onderzoek had verricht en een ondeugdelijk sociaal medisch advies had opgesteld over de zoon van klager voor het Regionaal Bureau Leerplicht. Door de klager was ter onderbouwing van zijn standpunt dat bij zijn zoon sprake was van lichamelijke of psychische ongeschiktheid in de zin van artikel 5 sub a Lpw, een rapport overgelegd van een psycholoog. De arts in kwestie had de bevindingen uit dit rapport echter anders gewaardeerd dan klager, en de door de psycholoog gehanteerde onderzoeksmethode en daarop gebaseerde conclusies gemotiveerd in twijfel getrokken. Op basis van alle door de arts ingewonnen informatie waarvan de bronnen in zijn advies waren vermeld, vond de arts nader medisch onderzoek niet nodig. Er waren geen aanknopingspunten dat de zoon van klager gezondheidsproblemen had. De arts heeft op basis hiervan geconcludeerd dat het probleem niet bij de zoon maar bij de verstoorde relatie tussen klager en school lag en geen sprake was van bij de zoon bestaande beperkingen op lichamelijke of psychische gronden die aanleiding zouden kunnen geven tot ontheffing als bedoeld in artikel 5 sub a van de Lpw.

Het Regionaal Tuchtcollege oordeelde dat door op deze wijze het onderzoek in te richten en te verantwoorden, de arts in overeenstemming met bovenstaande criteria had gehandeld en in redelijkheid tot zijn conclusies had kunnen komen. Het college betrok hierbij dat ook nadien niet was gebleken dat er bij de zoon lichamelijke of psychische gronden aanwezig zouden zijn waardoor hij niet geschikt was om tot een school te worden toegelaten. Het college achtte de klacht dan ook ongegrond en wees deze af.

In deze zaak liep het derhalve goed voor de arts af. Maar voorzichtigheid is geboden. Houd bij het opstellen, maar ook bij het toetsen van een SMA, de vijf door het Centraal Tuchtcollege geformuleerde criteria goed in de gaten opdat (in ieder geval) tuchtrechtelijk, nadien geen verwijt kan worden gemaakt.
Telefoon:
Mobiel:
E-mail:
Linkedin

Zoeken

Contact over dit onderwerp

Esther van Gaal

Esther van Gaal

Telefoon 073-6131345