Het Participatiefonds: modernisering en aanscherping van regels
Print pagina

Het Participatiefonds: modernisering en aanscherping van regels
Sprekers:
Locatie:
Datum:
13 november 2018
Aanvang:
Kosten:
Datum:
13 november 2018
Locatie:
Datum:
13 november 2018
Geplaatst op:
13 november 2018
Schoolbesturen zijn eigenrisicodrager voor de Werkloosheidswet. In het Primair Onderwijs kunnen besturen het Participatiefonds verzoeken de kosten die voortvloeien uit een werkloosheidsuitkering voor zijn rekening te nemen. Voor een vergoedingsverzoek worden in het reglement van het Participatiefonds 131 (!) gronden onderscheiden. Voor de vergoeding van de kosten van een werkloosheidsuitkering moet het schoolbestuur dan ook een stevige administratieve rompslomp op de koop toe nemen. En dit bij een gesloten ontslagstelsel met slechts een beperkt aantal ontslaggronden. Zou dat niet anders kunnen?

Plannen voor modernisering van het Participatiefonds
Er gloort hoop. De recente brief (6 november 2018) van de minister van Basis en Voortgezet Onderwijs en Media aan de Tweede Kamer bevat plannen om het Participatiefonds ingrijpend te moderniseren. De Minister zegt weliswaar dat de systematiek vrij overzichtelijk oogt, maar onderkent tegelijkertijd dat de uitkomst van een vergoedingsverzoek onvoorspelbaar is geworden. Hij wijt dit aan de complexiteit van het reglement. Ook bestaat er twijfel of de kosten van een ontslag wel terecht op het collectief worden afgewenteld, twijfel dus aan de juistheid van de vergoedingsverzoeken. De modernisering moet onder meer leiden tot een “afgeslankt reglement met een financiële prikkel ter beperking van instroom in een uitkering”, en tot een lagere vergoeding aan schoolbesturen (50%). Het is verder de bedoeling dat schoolbesturen aantonen dat zij zich voorafgaand aan een ontslag hebben ingespannen om werkloosheid van de betreffende leerkracht te voorkomen. De financiële prikkel voor de besturen bestaat uit de verhoging van de vergoeding tot 90% als het schoolbestuur daadwerkelijk aantoont inspanningen te hebben gepleegd om werkloosheid te voorkomen. Dit zal echter niet voor alle categorieën vergoedingsverzoeken gaan gelden. Met name niet voor die categorieën waarbij de onvermijdbaarheid van het ontslag niet of slechts moeilijk kan worden aangetoond, bijvoorbeeld in het geval een vaststellingsovereenkomst wordt afgesloten.

Hogere kosten voor scholen
De plannen worden nog verder uitgewerkt. Het lijkt er echter nu al op dat de kosten voor schoolbesturen in geval van werkloosheid zullen toenemen. Of de modernisering  in de toekomst  dan ook tot verbetering leidt, zal dus nog moeten blijken. Wat betreft de kosten ziet het er somber uit. Dit zal alleen anders zijn indien het Participatiefonds er in zal slagen substantieel meer werkloze leerkrachten aan nieuw werk te helpen en het aantal uitkeringen als gevolg daarvan zal dalen.

Op korte termijn al gevolgen voor bijzonder onderwijs
Ook de korte termijn oogt somber. Besturen in het bijzonder onderwijs moeten per 1 januari 2019 rekening houden met een aanscherping van de eisen van het fonds bij de toetsing van een vergoedingsverzoek na ontbinding van de arbeidsovereenkomst door de kantonrechter. Deze aanscherping geldt niet voor het openbaar onderwijs. Dat er sowieso verschillen bestaan in de grondslag van vergoedingsverzoeken tussen bijzonder en openbaar onderwijs, is gelegen in de civielrechtelijke, respectievelijk bestuursrechtelijke, basis van de arbeidsverhouding tussen het schoolbestuur en de leerkracht. Dit onderscheid vervalt overigens na de voorziene inwerkingtreding van de Wet Normalisering Rechtspositie Ambtenaren (WNRA) per 1 januari 2020, waarna de vergoedingsverzoeken die op het bijzonder onderwijs zijn toegesneden, ook voor het openbaar onderwijs zullen gelden.

Aanpassing van artikel 4:3
Terug naar de aanscherping van het reglement, en wel naar artikel 4:3. De nieuwe tekst van dit artikel maakt duidelijk dat alléén een ontbinding op tegenspraak aan dit vergoedingsverzoek ten grondslag gelegd kan worden. Het huidige artikel 4:3 wordt veelal gebruikt voor een situatie die daarvoor niet is bedoeld, aldus het Participatiefonds. Volgens het fonds is de aanscherping nodig om te voorkomen “dat vergoedingen onterecht ten laste van het collectief plaatsvinden en uiteindelijk een premieverhogend effect hebben”.
De praktijk van de zogenaamde ‘pro forma’ ontbinding die binnen het bijzonder primair onderwijs ook na invoering van de WWZ gangbaar bleef, zal hiermee dan ook ten einde komen. Voor zover die pro forma procedure slechts diende om te maskeren dat het ontslagdossier onvoldragen was, is het vanaf 1 januari a.s. dus beslist noodzakelijk om te zorgen voor een voldoende onderbouwing van een ontslag om in aanmerking te kunnen komen voor de vergoeding van de kosten van werkloosheid. Het belang van een goed dossier kan dan ook niet genoeg benadrukt worden. Dit geldt voor alle ontslaggronden en voor alle vergoedingsverzoeken.

Overige bepalingen hoofdstuk 4 blijven van kracht
Het voorgaande wil natuurlijk niet zeggen dat een vergoedingsverzoek alleen wordt toegewezen in het geval van een ontbinding van de arbeidsovereenkomst op tegenspraak. De overige grondslagen voor een vergoedingsverzoek die genoemd zijn in hoofdstuk 4 van het reglement blijven immers onverminderd van kracht. Ook de grondslagen die uitgaan van ‘wederzijds goedvinden’. Dit wederzijds goedvinden veronderstelt voorafgaand overleg over het einde van het dienstverband. Daar is natuurlijk niets mis mee. Sterker nog, het is voor beide partijen vaak gunstiger om na overleg afscheid van elkaar te nemen dan om een juridische procedure te voeren voor de kantonrechter. Ook voor dit overleg geldt dat een goed dossier van waarde is, voor het slagen van het vergoedingsverzoek dat volgt na het ontslag is het echter beslist een voorwaarde.

Neem contact op bij twijfels over het dossier
Bij twijfel of het dossier voldoende ‘sterk’ is, adviseert Capra Advocaten om dit tijdig te laten toetsen. Zo wordt bevorderd dat de juiste rechtspositionele keuzes worden gemaakt, de meest passende  ontslagroute wordt gevolgd en de afwijzing van een eventueel vergoedingsverzoek wordt voorkomen. Neem hiervoor contact op met de onderwijsspecialisten van Capra Advocaten.
Telefoon:
Mobiel:
E-mail:
Linkedin

Zoeken

Contact over dit onderwerp

Paula Berends-Schellens

Paula Berends-Schellens

Telefoon 070-364 81 02