Vallen we opnieuw in slaap na 1 juli 2026?
Het verleden
Op 1 juli 2015 werd de Wet werk en zekerheid ingevoerd waarbij de transitievergoeding werd geïntroduceerd. De transitievergoeding is enerzijds bedoeld als compensatie voor het ontslag en anderzijds om de overgang naar een andere baan te vergemakkelijken. Ook wanneer het dienstverband eindigt na 104 weken arbeidsongeschiktheid, kan een werknemer op grond van de wet aanspraak maken op een transitievergoeding.
In de praktijk leidde dit tot veel onvrede bij werkgevers. Zij zijn immers verplicht om het loon gedurende twee jaar door te betalen en de re-integratie van de zieke werknemer actief te bevorderen. Dit resulteerde erin dat werkgevers kozen voor een zogenoemd “slapende dienstverband”. De arbeidsovereenkomst werd formeel niet beëindigd, terwijl werknemers in de praktijk geen (re-integratie) werkzaamheden meer verrichtten en geen aanspraak meer hadden op loon. Door de arbeidsovereenkomst – soms jarenlang – in stand te laten, werd voorkomen dat er een transitievergoeding moest worden betaald.
Het heden
De bezwaren van werkgevers hebben eerder niet geleid tot een afschaffing van de transitievergoeding voor langdurig zieken. In plaats daarvan trad op 1 april 2020 de Regeling compensatie transitievergoeding bij langdurige arbeidsongeschiktheid in werking. Op grond van deze regeling kunnen werkgevers een compensatie ontvangen van het UWV. Deze compensatie wordt gefinancierd vanuit het Algemeen Werkloosheidsfonds (AWF), waar een verhoging van de uniforme premie tegenover staat.
Op verzoek van de werkgever verstrekt het UWV op grond van artikel 7:673e BW een compensatie voor de transitievergoeding indien:
(i) de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd nadat de wachttijd is verstreken
(ii) de werknemer wegens ziekte niet langer in staat is om de bedongen arbeid te verrichten, en
(iii) de compensatie binnen 6 maanden na de volledige betaling wordt aangevraagd.
Daarbij wordt er geen onderscheid gemaakt naar de wijze waarop de arbeidsovereenkomst eindigt. Ook wanneer de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden eindigt, kan aanspraak gemaakt worden op de compensatieregeling.
De Hoge Raad heeft in de Xella-jurisprudentie van 18 november 2019, geoordeeld dat een werkgever als goed werkgever in beginsel gehouden is mee te werken aan een redelijk verzoek van de werknemer om de arbeidsovereenkomst te beëindigen, tenzij de werkgever er een redelijk belang bij heeft om de arbeidsovereenkomst in stand te laten.
De Hoge Raad heeft expliciet de compensatieregeling als motief hiervoor genoemd. Omdat de werkgever de transitievergoeding terug kan krijgen van UWV, heeft deze geen redelijk belang om niet mee te werken aan een beëindiging van het dienstverband en daarom is de constructie van slapende dienstverbanden op dit moment niet toegestaan.
De toekomst: gehele afschaffing of beperking van de compensatieregeling?
In het coalitieakkoord 2026-2030 van de formerende partijen D66, VVD en CDA staat dat deze partijen willen dat de bestaande transitievergoeding gaat doen waar hij voor bedoeld is, namelijk de transitie van werk naar werk en dat er een ‘nieuwe transitievergoeding’ komt. Of dat doorgaat en wat dit dan gaat inhouden, zal nog moeten blijken.
Over de compensatie voor de transitievergoeding na twee jaar ziekte, is het akkoord duidelijker: “We schaffen die af voor alle werkgevers”. Ook daarvoor geldt echter dat nog moet blijken of daarvoor wel een meerderheid bestaat in de Tweede en de Eerste Kamer. Die vraag klemt temeer omdat in juni 2025, het wetsvoorstel “Beperken compensatieregeling transitievergoeding tot kleine werkgevers” is ingediend. Uit dit wetsvoorstel volgt dat uitsluitend kleine werkgevers nog in aanmerking komen voor een vergoeding op grond van de Regeling compensatie transitievergoeding. Werkgevers die niet als kleine werkgever worden aangemerkt, komen daarmee niet langer voor compensatie in aanmerking. Dat wetsvoorstel gaat er dus vanuit dat de transitievergoeding voor langdurig zieken, als zodanig blijft bestaan. De maatregel maakt onderdeel uit van een pakket om de overheidsuitgaven te beperken; de met het wetsvoorstel beoogde besparing bedraagt circa € 380 miljoen. Medio december 2025 heeft (demissionair) minister Paul verzocht om een spoedige behandeling van het wetsvoorstel.
Omdat dit wetsvoorstel nog steeds voorligt, bestaat er nog steeds een reële kans dat dit wetsvoorstel wordt gehandhaafd, als blijkt dat er geen politieke meerderheid is voor de plannen van de minderheidscoalitie. Dat zal snel duidelijk moeten worden. Er wordt namelijk met het wetsvoorstel beoogd om de wijzigingen per 1 juli 2026 in te laten gaan.
Kleine werkgevers
Wat zijn dan kleine werkgevers? Om te bepalen of er sprake is van een kleine werkgever wordt er gekeken naar de loonsom. Er is sprake van een kleine werkgever wanneer de loonsom lager is dan 25 maal het gemiddelde premieloon per werknemer in Nederland.
Dit criterium wordt jaarlijks opnieuw vastgesteld door de Belastingdienst.
Wat betekent dit?
Als het wetsvoorstel wordt aangenomen heeft dit ingrijpende gevolgen voor de praktijk. Alleen kleine werkgevers komen dan nog in aanmerking voor compensatie van de transitievergoeding.
Na afschaffing van de compensatieregeling rijst de vraag of werkgevers nog steeds verplicht kunnen worden om mee te werken aan de beëindiging van het dienstverband van een langdurig zieke werknemers, waarvan het dienstverband eindigt na 1 juli 2026. De Hoge Raad heeft de Xella-norm immers expliciet gekoppeld aan het bestaan van de compensatieregeling.
De Raad van State heeft zich kritisch uitgelaten over het wetsvoorstel en waarschuwt dat het wetsvoorstel in alle waarschijnlijkheid zal leiden tot het ontstaan van nieuwe slapende dienstverbanden en voorspelt nieuwe discussies en rechtspraak. Daarnaast is een ander belangrijk punt dat het voorstel voor ongelijke behandeling van langdurig zieke werknemers zorgt. Werknemers in dienst bij een grote organisatie worden niet gecompenseerd, terwijl werknemers – in een vergelijkbare situatie – bij een kleine werknemers wel een beroep kunnen doen op de Xella-jurisprudentie.
Kortom, het wordt spannend of langdurige zieken in de toekomst nog aanspraak kunnen maken op een transitievergoeding. Als de transitievergoeding bij langdurige ziekte helemaal wordt afschaft, terwijl er bij andere ontslaggronden wel aanspraken blijven, dan zal dat waarschijnlijk tot maatschappelijke discussies leiden. Wanneer daarentegen wordt gekozen voor het wetsvoorstel dat nu voorligt, dan zal dat waarschijnlijk tot nieuwe procedures leiden, omdat het in de lijn der verwachting ligt dat er dan opnieuw een tal van slapende dienstverbanden ontstaan.

