AI in de zorg: steeds meer mogelijkheden, nu de kennis nog

AI in de zorg: steeds meer mogelijkheden, nu de kennis nog

Artificiële Intelligentie (AI) wordt steeds vaker ingezet om de kwaliteit van zorg te verbeteren, administratieve lasten te verlichten en de werkdruk te verminderen. Denk aan het automatisch uitwerken van patiëntverslagen, medische beeldanalyses en het voorspellen van behandeleffecten op basis van historische gegevens. Tegelijkertijd brengt AI nieuwe arbeidsrechtelijke en organisatorische verplichtingen mee. Sinds 1 augustus 2024 is de AI-verordening (Verordening (EU) 2024/1689) van kracht, die het gebruik en de ontwikkeling van AI in de Europese Unie reguleert. Die verordening geldt ook voor zorgorganisaties. Bovendien blijkt uit een brief van de Minister van VWS van 6 oktober 2025 dat er in de zorg nog een tekort is aan AI-bewustzijn, AI-geletterdheid en praktische kennis. Maar wat betekent dit voor zorgmedewerkers, zorgwerkgevers en de arbeidsverhouding tussen hen? En wat zijn de juridische spelregels?

Wat is AI en hoe werkt het?

AI is software die taken kan uitvoeren waarvoor normaal menselijke intelligentie nodig is, zoals het analyseren van taal, het herkennen van patronen en het doen van voorspellingen. Veel moderne AI-systemen zijn getraind op grote hoeveelheden data. Op basis daarvan berekenen zij welk antwoord, welke samenvatting of welke uitkomst het meest waarschijnlijk passend is. Dat klinkt allemaal heel slim, maar in essentie blijft het niet meer of minder dan statistiek. AI begrijpt geen context zoals een mens dat doet en kan fouten maken. Zeker bij complexe of juridische vragen kan AI overtuigend klinkende, maar (aantoonbaar) onjuiste antwoorden geven.

AI-geletterdheid in de zorg: een knelpunt

Uit de hiervoor al aangehaalde brief van de Minister blijkt dat er in de zorgsector nog te weinig bewustzijn, AI-geletterdheid en kennis aanwezig is om AI op een veilige en verantwoorde manier in te zetten. Bij veel zorgverleners en zorginstellingen is de kennis over AI nog onvoldoende. Dit is een probleem, omdat onvoldoende kennis kan leiden tot onjuist gebruik van AI, met alle risico’s van dien voor patiënten, zorgverleners en zorgwerkgevers.

De minister zet dan ook niet voor niets in op het “vergroten van de AI-gereedheid door zorgorganisaties” waar trainingsprogramma’s ter bevordering van de AI-kennis, -geletterdheid en – vaardigheden van zorgprofessionals een essentieel onderdeel van uitmaken. Zorgwerkgevers moeten ervoor zorgen dat hun medewerkers weten hoe AI-systemen werken, wat hun beperkingen zijn, en hoe zij kritisch kunnen omgaan met de uitkomsten van AI-systemen. Dat is overigens niets nieuws. Sinds 2 februari 2025 zijn zorgwerkgevers al verplicht om maatregelen te nemen die zorgen voor een toereikend niveau van AI-geletterdheid bij hun personeel of andere personen die namens hen AI-systemen gebruiken. Dat betekent dat zij ervoor moeten zorgen dat hun personeel genoeg weet en kan om AI op een verantwoorde manier in te zetten. Onze ervaring is dat nog niet elke zorgwerkgever daarmee aan de slag is gegaan. Dit terwijl overtreding van de AI-verordening vanaf 3 augustus 2026 boetes tot EUR 35 miljoen of 7% van de wereldwijde jaaromzet kan opleveren.

Aansprakelijkheid bij het gebruik van AI: wie is verantwoordelijk?

Een belangrijke vraag is: wie is aansprakelijk als er iets misgaat bij het gebruik van AI in de zorg? Is dat de arts, de zorginstelling, of de ontwikkelaar van het AI-systeem? Uit het recent verschenen lezenswaardige artikel De digitale eed van Hippocrates[1] blijkt dat het huidige juridische kader hierover nog veel onduidelijkheid biedt.

Blindelings vertrouwen op een AI-systeem zonder kritische beoordeling, of de beperkingen van het AI-systeem niet (h)erkennen en/of onjuiste of onvolledige informatie bij de besluitvorming lijkt evenwel voldoende te zijn voor (tuchtrechtelijke) aansprakelijkheid. Maar het bewust niet gebruiken van AI, terwijl collega’s dat wel doen en betere (behandel)resultaten halen: is dat ook niet (tuchtrechtelijk) laakbaar? En heeft de patiënt nog een stem in het wel of niet inzetten van een AI-systeem bij de behandeling? De toekomst zal het uit moeten wijzen.

Wat kunnen en moeten zorgwerkgevers nu doen?

Gezien de huidige en toekomstige verplichtingen uit de AI-verordening en de woorden van de minister, is het voor zorgwerkgevers belangrijk om nu in actie te komen. Een goede eerste stap is om in kaart te brengen welke AI-systemen binnen de organisatie worden gebruikt, door wie, en voor welke doeleinden. Vervolgens kunnen zorgwerkgevers op basis van het instructierecht heldere spelregels opstellen voor het gebruik van AI, bijvoorbeeld in een AI-paragraaf in het personeelshandboek. Neem daar ook de OR (tijdig) in mee.

Daarnaast is het essentieel voor zorgwerkgever om te investeren in AI-geletterdheid. Zorg dus voor training en scholing voor zorgmedewerkers, zodat zij weten hoe AI werkt, wat de risico’s zijn, en hoe zij kritisch kunnen omgaan met de uitkomsten van AI-systemen.

Tot slot

AI biedt grote kansen, zeker binnen de zorg. Tegelijkertijd is AI niet perfect en zeker niet onfeilbaar. Voor zorgwerkgevers ligt hier een duidelijke opdracht: inventariseer het AI-gebruik, zorg voor AI-geletterdheid en stel heldere spelregels op. Afwachten tot het fout gaat is geen optie.

Capra houdt zich ook bezig met vraagstukken over AI in de zorg. Collega’s Christian Riemens en Monica Yelinyan verzorgen in dat kader op 26 maart een uitgebreide cursus over AI en het arbeidsrecht waarin ingegaan wordt op de kansen, risico’s en de juridische aandachtspunten. Voor meer informatie zie: Capra Academie – Cursus AI en het arbeidsrecht.

[1] Mr. S.E.H.G. Moens, ‘De digitale eed van Hippocrates: de uitwerking van Artificial Intelligence op de medische zorgvuldigheidsnorm’, TvGR 2026, 1.

150 150 Joan
Vul hier uw zoekopdracht in