Belangenverstrengeling hoogleraar leidt tot strafontslag

Belangenverstrengeling hoogleraar leidt tot strafontslag

Bij belangenverstrengeling moet gedacht worden aan de situatie dat een betrokkene in zijn functionele optreden niet alleen de belangen van het bevoegde gezag behartigt, maar ook gewicht toekent aan zijn eigen persoonlijke belang en dat eigen belang mogelijk zelfs de doorslag laat geven.

Een concreet voorbeeld kan één en ander verhelderen. Stel dat een universiteit een aanbesteding organiseert in het kader van een project. Stel vervolgens dat een hoogleraar die de projectleider is, tevens aandeelhouder is van een bedrijf dat inschrijft op de aanbesteding. In een dergelijk geval doet zich tenminste – de schijn van -belangenverstrengeling voor. Het inschrijvende bedrijf kan immers over voorkennis beschikken afkomstig van de aandeelhouder/hoogleraar. Dit leidt tot een gunstiger positie van het bedrijf bij de aanbesteding.

In het gegeven voorbeeld heeft het bedrijf ten onrechte nagelaten de dubbelrol van de aandeelhouder/hoogleraar bij de inschrijving te vermelden. Ook de hoogleraar heeft onjuist gehandeld. Op hem rustte namelijk de verplichting om nevenwerkzaamheden als aandeelhouder vooraf te melden én om daarvoor toestemming te vragen aan zijn leidinggevende. De hoogleraar was echter van mening dat een eerdere melding van andere nevenwerkzaamheden volstond, maar toch in ieder geval de melding van zijn aandeelhouderschap op onder meer de website van de universiteit.

De universiteit was van oordeel dat hier sprake was van ernstig plichtsverzuim, bestaande uit ‘in hoge mate verstrengelde belangen’. Daarbij speelde nog mee dat de hoogleraar persoonlijk had getekend voor ontvangst van goederen die door het bedrijf waren geleverd ten behoeve van het project en dat hij promovendi de huur van ruimte bij het bedrijf in rekening had laten brengen bij de universiteit. Dit laatste leverde de belemmering op van een transparante controle van geleverde diensten, respectievelijk de onterechte bevoordeling van het bedrijf.

De universiteit legde de hoogleraar de zwaarst mogelijke disciplinaire maatregel op: strafontslag. De hoogleraar ging in beroep tegen het strafontslag. De Rechtbank Limburg die het beroep van de hoogleraar tegen het strafontslag moest beoordelen verklaarde het beroep ongegrond. De hoogleraar was zelf verantwoordelijk jegens zijn werkgever (de universiteit, PB) voor een juiste handelwijze. Een gebrek aan controle kon hem dan ook niet baten. Verder overwoog de rechtbank dat “van eiser (de hoogleraar, PB) mag worden verwacht dat hij zijn werkzaamheden verricht op een wijze die geen risico’s oplevert voor de organisatie. Van een hoogleraar tevens projectleider mag, naar het oordeel van de rechtbank, tevens worden verwacht dat hij de noodzaak inziet om bepaalde zaken (in verband met -de schijn van- belangenverstrengeling) transparant te maken en te houden.”

Deze uitspraak laat zien dat ook hoogleraren zich integer dienen te gedragen. Ambities om belangrijke projecten te doen slagen, doen daar uiteraard niets aan af.

.

150 150 Joan
Vul hier uw zoekopdracht in