Het arbeidsrecht ondergaat binnenkort, als gevolg van de Wet werk en zekerheid (WWZ), een aantal veranderingen. De WWZ brengt veranderingen op een drietal terreinen, te weten:
- het flexrecht (het arbeidsrecht dat geldt voor de werknemer met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd),
- het ontslagrecht en,
- de Werkloosheidswet (WW).
De wet treedt gefaseerd in werking. De wijzigingen aangaande het flexrecht treden in werking per 1 januari 2015, het ontslagrecht wijzigt per 1 juli 2015 en voor de WW geldt dat de eerste veranderingen zich feitelijk zullen voordoen per 1 juli 2015 danwel 1 januari 2016. In dit artikel sta ik stil bij een van de wijzigingen op het gebied van het flexrecht, te weten het concurrentiebeding.
Arbeidsovereenkomst bepaalde tijd
De WWZ laat de figuur van het concurrentiebeding op zichzelf ongemoeid. Wel wordt de mogelijkheid om een dergelijk beding overeen te komen met flexwerkers beperkt. Op dit moment geldt dat een concurrentiebeding, zonder nadere motivering, kan worden opgenomen in arbeidscontracten voor bepaalde en onbepaalde tijd. Uitgangspunt in de WWZ is dat bij een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd geen concurrentiebeding mag worden opgenomen, althans de mogelijkheid daartoe wordt sterk beperkt. Volgens de Memorie van Toelichting wil de wetgever hiermee het dubbele nadeel voor flexwerkers beperken. Deze werknemers hebben immers een in duur beperkt contract. Beperkingen om na het dienstverband elders in dezelfde branche aan de slag te gaan, wegen dan dus extra zwaar.
Het nieuwe artikel 653 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt in het eerste lid dat een concurrentiebeding alleen nog kan worden overeengekomen bij een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Verder moet het concurrentiebeding schriftelijk worden overeengekomen en moet de betreffende werknemer meerderjarig zijn. Dit is de hoofdregel. Het tweede lid geeft echter de mogelijkheid om van deze regel af te wijken. Bepaald is dat ook in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd een concurrentiebeding kan worden opgenomen, indien uit de bij dat beding opgenomen schriftelijke motivering van de werkgever blijkt dat het beding noodzakelijk is vanwege zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen. Het concurrentiebeding in arbeidscontracten voor onbepaalde tijd kan nog steeds zonder nadere motivering worden overeengekomen.
Zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen
De werkgever zal de zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen moeten kunnen aantonen. Deze belangen moeten aanwezig zijn op twee momenten: op het moment van het aangaan van het beding, en op het moment dat de werkgever er een beroep op wil doen. De werkgever zal hierbij goed moeten kunnen onderbouwen om welke belangen het gaat en waarom die een concurrentiebeding vereisen. Zonder motivering is het beding nietig. Deze motivering kan bij of onder het beding worden gevoegd of in een apart document worden opgenomen, mits dit document gelijktijdig met het beding wordt opgesteld en ondertekend door beide partijen. De rechter kan het concurrentiebeding vernietigen als het beding niet noodzakelijk is vanwege zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen of als de werknemer door het beding onbillijk wordt benadeeld. Daarnaast kan de rechter bepalen dat de werkgever de werknemer een vergoeding verschuldigd is wanneer het concurrentiebeding de werknemer in belangrijke mate belemmert om anders dan in dienst van de werkgever werkzaam te zijn.
In de Memorie van Antwoord bij het wetsvoorstel wordt benadrukt dat de motiveringsplicht de werkgever moet aanzetten tot een concrete afweging over het belang van het concurrentiebeding. Zonder aantoonbare zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen kan de werkgever geen (geldig) concurrentiebeding overeenkomen met de werknemer. Door de werkgever reeds bij het aangaan de noodzaak van het concurrentiebeding te laten motiveren, moet lichtvaardig gebruik worden voorkomen.
De nieuwe wetgeving in de praktijk
Enkele juristen vegen nu al de vloer aan met de omschrijvingen in het artikel, want ze bieden volgens hen geen inhoudelijke aanknopingspunten. De jurisprudentie vanaf 1 januari 2015 moet alles duidelijk maken, zo lijkt het. Een aantal arbeidsrechtjuristen raadt daarom aan om te handelen in de geest van de wet en voortaan geen concurrentiebeding meer op te nemen in contracten voor bepaalde tijd. Naar mijn mening een gemiste kans. Daar waar de WWZ de mogelijkheid uitdrukkelijk biedt, bestaat geen reden om hiervan op voorhand af te zien. Bovendien kan een werkgever een groot belang hebben bij het aangaan van een concurrentiebeding, bijvoorbeeld om te voorkomen dat een werknemer met de kennis opgedaan bij de werkgever, de klanten meeneemt naar de concurrent.
De nieuwe regelgeving over het concurrentiebeding is van toepassing op alle op of na 1 januari 2015 overeengekomen arbeidsovereenkomsten. Bedingen in arbeidsovereenkomsten die voor 1 januari 2015 zijn overeengekomen blijven van kracht, ook al is er geen sprake van een zwaarwichtig bedrijfsbelang.
Maatwerk voor concurrentie- en relatiebeding
Gelet op het voorgaande luidt mijn advies om onder de nieuwe wetgeving op correcte wijze het belang om een concurrentiebeding overeen te komen, te motiveren. Maatwerk is hierbij vereist. Dit geldt overigens ook voor het relatiebeding dat juridisch gezien gelijk wordt gesteld met het concurrentiebeding. Het risico bij het ontbreken van een goede motivering van zwaarwegende bedrijfsbelangen is dat geen beroep kan worden gedaan op het concurrentiebeding in arbeidscontracten voor bepaalde tijd. Let hierbij op dat het bedrijfsbelang ook moet worden gemotiveerd bij verlenging van arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd die voor 1 januari 2015 zijn aangegaan en op of na 1 januari 2015 worden verlengd.
Indien u meer wilt weten over dit onderwerp, kunt u uiteraard altijd met mij contact opnemen of één van de andere advocaten van Capra.
Esther van Gaal
Capra Advocaten ‘s-Hertogenbosch.