Geen openheid van zaken: ontslag op staande voet

Geen openheid van zaken: ontslag op staande voet

Geen openheid van zaken: ontslag op staande voet

Het vertrouwen tussen werkgever en werknemer is cruciaal in de arbeidsverhouding. Door het schenden van dit vertrouwen, bijvoorbeeld door het achterhouden van belangrijke informatie, kan een onhoudbare situatie worden gecreëerd. Dit is precies wat er is gebeurd in de onderstaande kwestie waarin de werknemer bewust een strafrechtelijke veroordeling heeft verzwegen voor zijn werkgever.

Het verzwijgen van de strafrechtelijke veroordeling

Werknemer is sinds kort werkzaam bij een zorginstelling. Hij is verantwoordelijk voor het begeleiden en ondersteunen van kwetsbare cliënten met psychische of psychosociale problematiek of verslaving. Niet lang na zijn indiensttreding ontvangt de zorginstelling een anonieme melding, waarin ernstige beschuldigingen zijn opgenomen over de werknemer.

Later wordt de medewerker als verdachte aangemerkt in een strafrechtelijke zaak. Hij zou namelijk bij zijn voormalige werkgever ontucht hebben gepleegd met iemand die als cliënt aan zijn zorg was toevertrouwd. De werknemer wordt uiteindelijk door de rechtbank strafrechtelijk veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden. Daarnaast krijgt hij een beroepsverbod voor de duur van drie jaar om te voorkomen dat werknemer in een soortgelijke hulpverleningsrelatie raakt met alle risico’s van dien. Ook dit deelt de werknemer niet met de zorginstelling.

Toch ontdekt de zorginstelling, opnieuw via een anonieme melding, dat haar werknemer strafrechtelijk is veroordeeld. De zorginstelling nodigt de werknemer schriftelijk uit voor een gesprek. Daarop reageert de werknemer inhoudelijk, waarna de zorginstelling overgaat tot het opleggen van een ontslag op staande voet. Uit de ontslagbrief blijkt dat de zorginstelling de medewerker de inhoud van het vonnis verwijt. Daarnaast wordt hem verweten dat hij geen melding heeft gemaakt van het strafrechtelijk onderzoek of het vonnis. Tevens acht de zorginstelling het onacceptabel en verwijtbaar dat de medewerker niet inziet dat het vonnis zijn werkzaamheden belemmert, en dat hij tijdens het (eerdere) gesprek met de zorginstelling geen openheid van zaken heeft gegeven.

De werknemer vecht het ontslag op staande voet aan. Volgens hem is het ontslag niet onverwijld gegeven en is er ook geen sprake van een dringende reden. Voor een ontslag op staande voet is het noodzakelijk dat er een dringende reden is voor het ontslag. Ook moet het ontslag onverwijld worden gegeven en dient de dringende reden onverwijld aan de werknemer te worden medegedeeld.

Het oordeel van de rechtbank

De kantonrechter (ECLI:NL:RBAMS:2025:3360) merkt op dat ten tijde van de kennisneming van het vonnis door de zorginstelling de medewerker al geruime tijd arbeidsongeschikt was en thuis ziek verbleef. Op dat moment had hij geen contact met cliënten. Er was derhalve geen sprake van enig recidive risico. Dit brengt met zich mee dat de inhoud van het vonnis op zich onvoldoende grond biedt om te kunnen spreken van een dringende reden.

Niettemin is de kantonrechter van oordeel dat de werknemer een verwijt valt te maken, aangezien hij geen melding heeft gemaakt van het tegen hem ingestelde strafrechtelijk onderzoek. Nu de zorginstelling eerder met de werknemer heeft gesproken over de anonieme melding met soortgelijke inhoud als het vonnis, kon hij weten dat deze kwestie door de zorginstelling ernstig werd genomen. De kantonrechter is van oordeel dat de werknemer niet heeft gehandeld als goed werknemer, omdat hij geen melding heeft gedaan van het reclasseringsonderzoek, de dagvaarding, de zitting en de strafrechtelijke veroordeling. Dit wordt de werknemer zwaar verweten. De ernst van het strafrechtelijke verwijt en zijn functie had de werknemer moeten doen inzien dat hij de zorginstelling hiervan op de hoogte moest brengen. Dit te meer daar hij eerder met zijn leidinggevende over de desbetreffende strafrechtelijke verwijten heeft gesproken.

Bovendien verwijt de kantonrechter de werknemer dat hij niet inziet dat hij verplicht was om de zorginstelling te informeren over het strafrechtelijk onderzoek en de uitkomst daarvan. Het niet melden en het niet willen of kunnen inzien van de noodzaak daartoe, brengt met zich mee dat van de zorginstelling in redelijkheid niet langer gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren.

Met betrekking tot het onverwijld geven van het ontslag is de kantonrechter vrij beknopt. Dit zou aan de eisen voldoen, omdat de zorginstelling voortvarend te werk is gegaan. Het ontslag op staande voet is terecht en rechtsgeldig verleend.

Conclusie

Door geen openheid van zaken te geven over zaken die van belang zijn voor het dienstverband riskeert de werknemer een ontslag op staande voet, met alle gevolgen van dien.
Wilt u meer weten over het ontslag op staande voet of heeft u behoefte aan advies? Neem dan gerust contact met ons op.Monica Yelinyan

150 150 Joan
Vul hier uw zoekopdracht in