Inmiddels ben ik toe aan mijn derde artikel over het overgangsrecht van de ketenregeling en de cao PO 2014-2015. Maar wees gerust, ik verwacht dat dit ook het laatste artikel over dit onderwerp wordt. De eensluidende uitspraken van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 5 april 2017 en van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 11 mei 2017 laten weinig ruimte voor onduidelijkheid over.
Terugblik
In mei 2015 ontstond een discussie over de brief waarin de bonden aangaven dat er geen nieuwe cao PO zou worden gesloten, maar dat er wel enkele afspraken waren gemaakt. Die boodschap was geen grote verrassing. Toch stond er een opmerkelijke zin in de brief. Er stond dat de cao PO 2014-2015 op 22 december 2014 was opgezegd, maar dat de cao zou doorlopen en schoolbesturen gebruik konden maken van het overgangsrecht in de Wet werk en zekerheid (Wwz) ten aanzien van de ketenregeling ex artikel 7:668a van het Burgerlijk Wetboek (BW).
Het overgangsrecht van de ketenregeling
Het overgangsrecht van de ketenregeling houdt in dat de ‘oude’ ketenregeling van toepassing blijft op de dag van de inwerkingtreding van de ‘nieuwe’ ketenregeling (1 juli 2015) indien er op dat moment een cao gold, tot aan de expiratiedatum van de cao dan wel tot uiterlijk 1 juli 2016.Zou het overgangsrecht inderdaad van toepassing zijn dan zou de ‘oude’ ketenregeling nog geldig blijven tot 1 juli 2016. Dat betekent concreet dat binnen een periode van drie jaren een onbeperkt aantal tijdelijke contracten gesloten kon worden. Zou het overgangsrecht toch niet gelden dan zou de nieuwe ketenregeling van toepassing zijn. In dat geval kunnen binnen een periode van twee jaren maar drie tijdelijke contracten worden gesloten. Een forse beperking die al voor grote problemen heeft gezorgd bij de vervanging van leerkrachten.
Twijfels over overgangsrecht
In mijn artikel van 17 juni 2015 gaf ik aan dat ik mijn twijfels had over de vraag of het overgangsrecht wel van toepassing was op de opgezegde cao PO 2014-2015 die na 1 juli 2015 zou doorlopen. Ik betoogde dat de opzegging op 22 december 2014 tot gevolg had dat de cao PO op 1 juli 2015 was geëxpireerd en dat de cao PO (opnieuw) voor een jaar was gaan gelden. In die redenering zou het overgangsrecht niet gelden omdat er een nieuwe cao PO was op 1 juli 2015.
Rechtbank Oost-Brabant: ‘Nieuwe ketenregeling geldt’
Op 26 oktober 2016 heeft de Rechtbank Oost-Brabant een oordeel gegeven over de vraag of de cao PO 2014-2015, die een looptijd had tot 1 juli 2015 en tijdig was opgezegd, doorloopt na 1 juli 2015 vanwege de automatische verlengingsclausule die is opgenomen in de cao. De kantonrechter kwam tot de conclusie dat de cao PO 2014-2015 was geëxpireerd op 1 juli 2015 en dat dit tot gevolg had dat automatisch de nieuwe ketenregeling van toepassing was. De lerares die de procedure had gestart kreeg met dit oordeel in plaats van het van rechtswege afgelopen tijdelijke dienstverband een vast dienstverband. In mijn artikel van 25 november 2016 heb ik aandacht besteed aan deze uitspraak. Ik gaf toen aan dat dit grote gevolgen kon hebben voor de schoolbesturen. De nieuwe ketenregeling beperkt het aantal tijdelijke arbeidsovereenkomsten tot drie en zou in veel gevallen leiden tot het van rechtswege ontstaan van een vast dienstverband.
Rechtbank Gelderland verklaart oude regeling van toepassing
Naast deze procedure was er over ditzelfde onderwerp een procedure gestart bij de Rechtbank Gelderland door een ambulant begeleider die in dienst was bij een schoolbestuur voor speciaal en bijzonder onderwijs. Zij stelde dat haar laatste (tijdelijke) arbeidsovereenkomst niet van rechtswege was geëindigd en zij nog altijd in dienst was bij het schoolbestuur en wel voor onbepaalde tijd. Zij legde daar onder meer aan ten grondslag dat de nieuwe ketenregeling van toepassing was en zowel qua duur als qua aantal overeenkomsten het maximale aantal als ook de maximale duur was overschreden.
In de niet-gepubliceerde uitspraak d.d. 10 mei 2016 kwam de Rechtbank Gelderland tot precies het tegenovergestelde oordeel. De kantonrechter overwoog in deze zaak dat de cao PO 2014-2015 in december 2014 was opgezegd, waardoor deze op grond van artikel 21 van de Wet op de cao in beginsel zou zijn geëindigd. Maar in hetzelfde artikel wordt aangegeven dat cao-partijen de vrijheid hebben om de gevolgen van de opzegging anders te regelen. De cao-partijen dit hebben gedaan in artikel 1.6 van de cao PO 2014-2015. De cao is op grond van artikel 1.6 van kracht gebleven, ook nadat opzegging heeft plaatsgevonden en het overleg van de bonden niet tot een cao-akkoord heeft geleid. De kantonrechter oordeelde dat het overgangsrecht van de ketenregeling van toepassing is gebleven op de cao PO 2014-2015.
De gerechtshoven aan zet
Tegen de uitspraak van 10 mei 2016 als ook tegen de uitspraak van 26 oktober 2016 is hoger beroep ingesteld bij respectievelijk het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden en het Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch.
Beide gerechtshoven bevestigden het oordeel van de Rechtbank Gelderland op het punt van het overgangsrecht. Het Hof Den Bosch overwoog dat gelet op de tekst van artikel 1.6 van de cao PO 2014-2015 het duidelijk is dat partijen daarmee hebben willen regelen dat de cao na opzegging niet eindigt, maar doorloopt totdat er een akkoord is bereikt over een nieuw cao.
De gerechtshoven wezen daarbij naar de wetgeschiedenis van het overgangsrecht. Daarin wordt de kwestie niet (expliciet) besproken. De terminologie in de wetsgeschiedenis spreekt over een op de dag van inwerkingtreding van artikel 7:668a nieuw BW “geldende collectieve arbeidsovereenkomsten”, de collectieve arbeidsovereenkomst die toen nog “gold” en “ de expiratiedatum van die cao”. Het Hof Arnhem-Leeuwarden voegde daar aan toe dat de wetsgeschiedenis aan de hiervoor omschreven toepassing van het overgangsrecht en artikel 7:668a oud BW niet in de weg staat. De cao PO 2014-2015 en de oude ketenregeling zijn van toepassing gebleven op de arbeidsovereenkomst van de ambulant begeleider en de lerares.
Staat de deur op een kier of is hij definitief gesloten?
Beide gerechtshoven zijn eensgezind in hun overwegingen en geven hetzelfde oordeel. De overwegingen zijn duidelijk en begrijpelijk. Met deze uitspraken is mijn twijfel weggenomen. Aan de andere kant leent dit onderwerp zich bij uitstek voor de Hoge Raad om zich hierover te buigen. Wellicht gaan de lerares of de ambulant begeleider in cassatie en zal de Hoge Raad oordelen over deze kwestie. Dat zou definitief duidelijkheid scheppen. Ik zou dan ook willen zeggen dat de deur nog op een kier staat.
Voor vragen over dit artikel kunt u contact opnemen met advocaten van de Praktijkgroep Onderwijs.
.