Na ruim acht jaar heeft de werkgever besloten de arbeidsovereenkomst van een onbevoegde docent niet te verlengen. De (gepensioneerde) docent heeft 8 jaar lang op basis van jaarcontracten gewerkt. Volgens de docent is door de ketenregeling inmiddels een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd ontstaan, waardoor een einde van rechtswege niet mogelijk is. De school heeft zich op het standpunt gesteld dat op basis van de wet en de cao onbevoegde docenten geen overeenkomst voor onbepaalde tijd kan worden aangeboden. In een procedure bij de rechtbank kreeg de docent gelijk.
Jarenlang geeft de docent zonder formele lesbevoegdheid Nederlands aan nieuwkomers in een zogenoemde Internationale Schakelklas, steeds op basis van een contract voor bepaalde tijd voor de duur van een jaar.
Na ruim acht jaar heeft de werkgever de docent geïnformeerd dat er geen nieuw jaarcontract aangeboden zal worden. Als reden hiervoor geeft de werkgever aan dat zij een onbevoegde docent niet voor de klas mag laten staan als zij in staat is een bevoegde docent in te zetten.
De docent is van mening dat het van rechtswege aflopen van de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd niet mogelijk is, omdat door de ketenregeling een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is ontstaan. De docent legt zich neer bij het ontslag, maar omdat de beëindiging niet aan de wettelijke vereisten voldoet, vordert de docent een billijke vergoeding.
De werkgever wijst erop dat de Wet voortgezet onderwijs 2020 en de cao Voortgezet Onderwijs 2024-2025 bepalen dat onbevoegde docenten geen arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd kunnen krijgen. Hierdoor kan de ketenregeling volgens de school niet van toepassing zijn op de arbeidsverhouding van de docent.
Ketenregeling
Het doel van de ketenregeling is dat een werknemer na een bepaalde periode een vast contract krijgt. In afwijking van de wettelijke ketenregeling is in de Cao VO bepaald dat een arbeidsovereenkomst na drie tijdelijke contracten of maximaal twee jaar alleen kan worden voortgezet voor onbepaalde tijd. De Rechtbank Noord-Holland heeft in deze zaak overwogen dat de ketenregeling een wezenlijk onderdeel van het arbeidsrecht is en ter bescherming dient van de werknemer. Voorts heeft de kantonrechter geoordeeld dat een arbeidsrechtelijke beschermingsbepaling boven een branche-specifieke bepaling gaat die gericht is op de optimalisatie van de kwaliteit van het onderwijs.
De werkgever had de docent dus na drie tijdelijke contracten of na twee jaar geen nieuwe tijdelijke arbeidsovereenkomst mogen geven. De docent krijgt dus gelijk: de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd dient als een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd te worden beschouwd.
Rechtsgeldige beëindiging was mogelijk geweest
De kantonrechter oordeelt dat het stoppen met tewerkstellen en loon betalen aan de docent moet worden gezien als een opzegging zonder dat is voldaan aan de wettelijke regels hiervoor. Daarom heeft de docent recht op een billijke vergoeding van € 15.000,00.
Bij de vaststelling van de hoogte van de billijke vergoeding heeft de kantonrechter voornamelijk rekening gehouden met het inkomensverlies van de docent als gevolg van het ontslag. De kantonrechter schat dat de arbeidsovereenkomst bij opzegging volgens de wettelijke regels waarschijnlijk vijf maanden later zou zijn geëindigd. Een verzoek tot ontbinding zou namelijk waarschijnlijk toegewezen worden omdat de werkgever een wettelijke plicht heeft om voorrang te geven aan docenten die wel bevoegd zijn om les te geven.
De kantonrechter heeft ook meegewogen dat de werknemer bijzonder goed in zijn werk was en erg gewaardeerd werd. Daarbij wordt het de werkgever aangerekend dat de docent vanwege de jaarcontracten jarenlang met veel onzekerheid heeft gezeten.
Tot slot
Niet bekend is of de school in hoger beroep gaat. Voor de rechtsvorming zou een oordeel van een hogere rechter interessant zijn. Het belang van deze uitspraak gaat namelijk veel verder dan deze specifieke zaak nu de kantonrechter heeft geoordeeld dat de ketenregeling niet buitenwerking kan worden gesteld door een branche-specifieke bepaling. Overigens laat het bovenstaande onverlet dat bij cao kan worden afgeweken van de ketenregeling en dat zich over die afwijkingen inmiddels de nodige jurisprudentie heeft gevormd. Uitgangspunt daarvan is dat afwijking is toegestaan.
De advocaten van Capra zullen de actualiteit op de voet blijven volgen en staan u graag ter zijde. Voor vragen over dit onderwerp kunt u bellen met ondergetekende dan wel uw vaste contactpersoon.

