Een bizarre zaak. Een medewerker van een onderwijsinstelling (nader ‘docent’ te noemen, de functie wordt niet genoemd in de uitspraak) begeleidde studenten die instroomden vanuit een andere achtergrond. Een van zijn studenten had hem gevraagd of zij vanwege haar werkervaring voor een specifiek vak kon worden vrijgesteld. Of een student een vrijstelling krijgt, wordt door de examencommissie beoordeeld. De examencommissie wees het verzoek af en bleef daarbij na bezwaar van de docent. Vanaf dat moment deed zich een reeks van nauwelijks te geloven gebeurtenissen voor.
Docent vervalst diploma en betaalt uit eigen zak schadevergoeding
De docent liet de studente onwetend over de uitslag van de examencommissie en wekte bij haar de indruk dat de vrijstelling wél was verkregen. Hij deed dit onder meer door het schrijven van een brief aan de studente uit naam van een fictieve directeur van de school, waarin hij een schadevergoeding toezegde voor de opgelopen vertraging. Die vergoeding betaalde hij haar ook. Uit eigen zak! Vervolgens nam hij een diploma van een andere student en verstrekte dat, na enkele aanpassingen, aan de studente.
Ontslag op staande voet volgde nadat fraude uitkwam
De fraude kwam aan het licht toen de studente zich nietsvermoedend probeerde in te schrijven voor een masteropleiding. Het Bureau Inschrijving vermoedde valsheid in geschrifte en constateerde na een onderzoek diverse onregelmatigheden. Hiermee geconfronteerd door de directeur van de examencommissie, heeft de docent zijn handelen opgebiecht. Het leverde hem ontslag op staande voet op en dat ontslag hield, dat zal niemand verbazen, in rechte stand.
Docent wijt gedrag aan ziekte van Parkinson
De grote vraag is wat de docent heeft bezield. Zelf weet hij het aan “psychologische veranderingen die hij heeft doorgemaakt als gevolg van de ziekte van Parkinson waaraan hij sinds 2008 lijdt” en zijn medicijngebruik daartegen. Een mogelijke bijwerking van de medicatie is volgens de bijsluiter dat “de neiging of het verlangen ontstaat om gedrag te vertonen dat de gebruiker niet past, of dat een impuls, aandrang of verleiding ontstaat om dingen te doen die de patiënt zelf of anderen schade kan berokkenen.”
Hof is niet overtuigd van aangeleverde bewijzen
Het hof liet zich echter niet zomaar overtuigen. Het in de procedure brengen van wetenschappelijke artikelen en bijsluiters was niet genoeg. Volgens het hof had het op de weg van de docent gelegen om door middel van een of meer verklaringen van een medisch specialist ten minste aannemelijk te maken dat de verwijtbare handelingen in de periode waarin deze hebben plaatsgevonden een gevolg zijn geweest van zijn ziekte en/of zijn medicijngebruik. De docent moest de consequenties van zijn handelen – ontslag zonder enige vergoeding – dan ook volledig dragen.