In deze selectie van arbeidsrechtelijke jurisprudentie voor de overheid bespreken we weer diverse rechterlijke uitspraken.
1. Chronisch zieke ambtenaar hoeft medische situatie niet te melden bij sollicitatie
Een ambtenaar met chronische en langdurige psychische klachten solliciteert intern bij de Staat naar een functie bij een rechtbank, terwijl hij op dat moment wegens ziekte is uitgevallen in zijn huidige functie. Tijdens de sollicitatieprocedure meldt hij niets over zijn medische situatie of zijn arbeidsongeschiktheid. Kort na zijn indiensttreding bij de rechtbank valt hij opnieuw uit wegens ziekte. De rechtbank vordert daarop ontbinding van de arbeidsovereenkomst, met het verwijt dat de ambtenaar niet eerlijk is geweest over zijn gezondheid. De kantonrechter wijst het verzoek af, en het hof bevestigt dit oordeel. Volgens het hof geldt het opzegverbod tijdens ziekte, en is er bovendien geen sprake van verwijtbaar handelen. De ambtenaar was niet verplicht om tijdens de sollicitatie informatie te geven over zijn chronische aandoening of arbeidsongeschiktheid, omdat deze geen invloed had op zijn geschiktheid voor de nieuwe functie. De uitval na zijn indiensttreding stond los van de aard van de werkzaamheden. Volgens het Hof zou een verplichting tot mededeling van de medische situatie, chronisch zieke werknemers ernstig benadelen bij het vinden van passend werk.
Hof Den Bosch 20 maart 2025 (ECLI:NL:GHSHE:2025:747)
2. Geweldsmisdrijf buiten werktijd leidt niet tot (ernstig) verwijtbaar handelen
Een penitentiair inrichtingswerker bij de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) wordt in zijn privétijd veroordeeld voor een geweldsincident. Hij stelt hoger beroep in tegen deze strafrechtelijke veroordeling. Naar aanleiding van het incident verzoekt DJI om ontbinding van de arbeidsovereenkomst, onder verwijzing naar schending van de Gedragscode. De kantonrechter oordeelt dat strafbare feiten die volledig in de privésfeer plaatsvinden in principe geen gevolgen hoeven te hebben voor de arbeidsovereenkomst. Dat kan anders zijn als de gedragingen strijdig zijn met de functie of de integriteit van het ambt. In dit geval is geen sprake van (ernstig) verwijtbaar handelen. Hoewel het geweldsgebruik in strijd is met de interne gedragscode, heeft het incident zich volledig buiten werktijd en buiten de werksituatie afgespeeld. DJI kon daarom niet in redelijkheid direct beëindiging van het dienstverband verlangen op die grond. Wel constateert de rechter een verstoorde arbeidsrelatie, wat op zichzelf voldoende grond is voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De werknemer behoudt daarbij zijn recht op een transitievergoeding.
Rechtbank Rotterdam 31 maart 2025 (ECLI:NL:RBROT:2025:4013)
3. Geen verwijtbaar handelen bij tweede dienstverband tijdens ziekte
Een werkneemster is sinds 2010 in dienst bij een gemeente. Tijdens een langdurige periode van volledige arbeidsongeschiktheid blijkt dat zij daarnaast een tweede arbeidsovereenkomst van 24 uur per week heeft bij een beautysalon. Wanneer zij hierover geen volledige openheid van zaken geeft, verzoekt de gemeente ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De kantonrechter wijst dit verzoek toe en oordeelt dat sprake is van ernstig verwijtbaar handelen, waardoor de werkneemster geen recht heeft op een transitievergoeding. In hoger beroep oordeelt het hof anders: hoewel de ontbinding in stand blijft, is geen sprake van ernstig verwijtbaar handelen. Het hof weegt mee dat de werkneemster kampte met financiële problemen, die haar besluit tot het aannemen van het tweede dienstverband mede verklaarden. Daarnaast heeft de handelwijze van de gemeente – waaronder het ten onrechte opleggen van twee loonstops – de onderlinge verhoudingen verslechterd en mogelijk bijgedragen aan het gebrek aan openheid. De werkneemster behoudt daarom alsnog recht op een transitievergoeding.
Hof Arnhem-Leeuwarden 7 april 2025 (ECLI:NL:GHARL:2025:2034)
4. Tijdelijke arbeidsovereenkomst kwalificeert niet als ‘atypische vorm van werk’
Een werknemer van een gemeente heeft een tijdelijke arbeidsovereenkomst voor de duur van een jaar. Na een half jaar verzoekt hij om omzetting naar een contract voor onbepaalde tijd, mede omdat hij een woning wilde kopen. De gemeente gaf aan hier nog geen toezeggingen over te kunnen doen, maar stelde wel voor een intentieverklaring te verstrekken. Twee maanden later liet de gemeente weten dat het contract niet zou worden omgezet in een vaste arbeidsovereenkomst. De werknemer stelt vervolgens bij de rechter dat zijn arbeidsovereenkomst op grond van artikel 2b van de Wet flexibel Werken (“Wfw”) automatisch een contract voor onbepaalde tijd was geworden. Dit artikel biedt werknemers met onvoorspelbare of onzekere arbeidsvoorwaarden de mogelijkheid om te verzoeken om arbeid met meer zekerheid. Als een werkgever niet binnen een maand op een dergelijk verzoek van een werknemer reageert, dient het verzoek te worden ingewilligd. De kantonrechter wijst het verzoek van de werknemer af. Volgens de kantonrechter is artikel 2b Wfw bedoeld voor zogenoemde ‘atypische werkvormen’, zoals het werk van oproepkrachten, platformwerkers of stagiairs. Een tijdelijke arbeidsovereenkomst is op zichzelf niet atypisch enkel omdat het een tijdelijk contract is, en valt dus niet onder de reikwijdte van dit artikel.
Rechtbank Midden-Nederland 12 maart 2025 (ECLI:NL:RBMNE:2025:1007)
5. Ambtenaar die tijdens werktijd kinderporno verspreidt handelt ernstig verwijtbaar
Een ambtenaar werkzaam bij het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat wordt strafrechtelijk veroordeeld voor het bezit en het verspreiden van kinderpornografisch materiaal. Uit het onderzoek blijkt dat hij zich hiermee ook tijdens werktijd en met gebruik van een gegevensdrager van het ministerie heeft beziggehouden. Het ministerie verzoekt daarop ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De kantonrechter wijst dit verzoek toe en oordeelt dat sprake is van ernstig verwijtbaar handelen. Volgens de rechter heeft de ambtenaar in strijd gehandeld met de kernwaarden van het ministerie en heeft hij zich niet als goed ambtenaar gedragen door zich zowel binnen de privésfeer als tijdens werktijd bezig te houden met het verspreiden van kinderpornografisch materiaal en door daarbij middelen van het ministerie te gebruiken. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden en de ambtenaar heeft geen recht op een transitievergoeding.
Rechtbank Den Haag 22 april 2025 (ECLI:NL:RBDHA:2025:6790)

