Jurisprudentie selectie Zorg – april 2026

Jurisprudentie selectie Zorg – april 2026

In dit overzicht van jurisprudentie voor de zorgsector over de afgelopen periode bespreken we weer diverse rechterlijke uitspraken relevant voor de rechtspositie van zorgprofessionals en zorgwerkgevers.

1. Ontslag op staande voet wegens lekken van informatie

Betreft een medewerkster bij een ziekenhuis. Zij was enige tijd werkzaam als secretaresse van de Raad van Bestuur. Het ziekenhuis is verwikkeld in een kwestie met een groep cardiologen, welke kwestie veel aandacht heeft gekregen in de media. Het bleek dat de cardiologen in bezit waren van vertrouwelijke documenten van de Raad van Bestuur. Daar is onderzoek naar gedaan. Bij dit onderzoek is deze secretaresse in beeld gekomen. Zij zou de documenten naar zichzelf hebben gemaild. De werkneemster wordt vervolgens op staande voet ontslagen. Zij legt dit ontslag voor aan de rechter, maar deze laat het ontslag in stand. Volgens de rechter is de betwisting van haar betrokkenheid onvoldoende. De rechter vindt daarbij van belang dat er een document is overgelegd, waarin staat dat de stukken zijn gekregen van een voormalig secretaresse van de Raad van Bestuur. Het ontslag blijft in stand. De (voormalig) secretaresse is aan het ziekenhuis een schadevergoeding verschuldigd.

Rechtbank Gelderland 11 december 2025 (ECLI:NL:RBGEL:2025:11775)

2. Ontslag op staande voet wegens grensoverschrijdend gedrag

Betreft een technisch medewerker bij een zorginstelling. Deze medewerker heeft een blouse van een vrouwelijke collega opengetrokken. Ook heeft hij met een veger over het lichaam van een andere collega geveegd. De werkgever doet hier onderzoek naar. Naar aanleiding van de bevindingen wordt de medewerker op staande voet ontslagen. De medewerker legt dit voor aan de kantonrechter. Deze vindt dat het ontslag niet rechtsgeldig is. Het heeft volgens de rechter te lang geduurd voordat de werkgever is overgegaan tot ontslag. Het eerste voorval vond immers plaats op 12 augustus 2025, terwijl het ontslag op 26 augustus 2025 is verleend. De rechter vindt dat er wel een grond is voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst, omdat het gedrag van de werknemer grensoverschrijdend is. De werknemer heeft ook geen zelfreflectie getoond. Het gedrag is verwijtbaar, maar niet ernstig verwijtbaar, omdat de lat daarvoor hoog ligt. De werknemer heeft daarom wel recht op een transitievergoeding.

Rechtbank Limburg 15 januari 2026 (ECLI:NL:RBLIM:2025:325) 

3. Billijke vergoeding vanwege te hoge werkdruk in ziekenhuis

Betreft een senior medewerker bij een ziekenhuis. Het ziekenhuis stelt dat de werknemer ziek is uitgevallen nadat hij op zijn functioneren was aangesproken. Vervolgens is in het re-integratietraject onmin ontstaan, waarbij de werknemer vindt dat het ziekenhuis hem teveel onder druk heeft gezet. De werknemer verzoekt de rechter daarom om ontbinding van zijn arbeidsovereenkomst, onder toekenning van een billijke vergoeding. De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst. Naar het oordeel van de rechter heeft het ziekenhuis ook ernstig verwijtbaar gehandeld. Uit de second opinion volgt immers dat werknemer ziek is geworden van de werkdruk. Het is onvoldoende gebleken dat het ziekenhuis daar maatregelen tegen heeft genomen. Verder blijkt niet dat het functioneren van de werknemer tekortschoot. Bovendien had de werkgever de verzoeken van de werknemer tot toewijzing van een andere bedrijfsarts moeten inwilligen. De rechter kent daarom een vergoeding toe van € 50.000,-.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 16 januari 2026 (ECLI:NL:RBZWB:2026:1337) 

4. Nietige studiekostenbedingen ‘helpende’

Betreft een werkneemster bij een thuiszorginstelling. Tijdens de sollicitatie gaf zij aan dat zij zorgervaring heeft en zich via studie verder wil ontwikkelen. Zij spreekt met haar werkgever af dat zij de opleiding helpende/plus aan het Zorgcollege zou volgen en daarna verzorgende IG. Hiervoor zijn twee studiekostenbedingen gesloten, met een terugbetalingsverplichting bij beëindiging op initiatief van de werkneemster binnen drie jaar na afronding van de studie. Daarna is er discussie ontstaan over terugbetaling van deze studiekosten. De werkgever legt de kwestie voor aan de rechter. De rechter overweegt dat op grond van artikel 7:611a BW scholing die noodzakelijk is voor de uitoefening van de functie, kosteloos moet worden aangeboden. De rechter oordeelt dat de opleiding ‘helpende’ noodzakelijke scholing is, omdat deze opleiding nodig is om die functie te kunnen uitoefenen. Ook het certificaat plus wordt aangemerkt als noodzakelijke scholing. De studiekostenbedingen zijn daarom nietig. De studiekosten mogen niet bij de werkneemster worden teruggevorderd.

Rechtbank Oost-Brabant 5 februari 2026 (ECLI:NL:RBOBR:2026:857)

5. Logopediste had geen arbeidsovereenkomst

Betreft een logopediste die een dyslexie- en logopediepraktijk exploiteert. Met een opdrachtgever worden de afspraken vastgelegd in een overeenkomst. Partijen onderhandelen daarna over een arbeidsovereenkomst, maar daarover wordt geen overeenstemming bereikt. De opdrachtgever eindigt de samenwerking met de logopediste. De logopediste stelt vervolgens dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst. Zij vordert daarom een billijke vergoeding. Maar de kantonrechter oordeelt dat er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst. Hoewel de werkzaamheden van de logopediste wel pasten binnen de organisatie van de opdrachtgever, was de logopediste volgens de rechter niet zodanig ingebed in de bedrijfsvoering dat daaruit een gezagsverhouding volgde. Er is dus niet voldaan aan een belangrijk vereiste voor een arbeidsovereenkomst.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 13 februari 2026 (ECLI:NL:RBZWB:2026:1391)

6. Manager HR in de VVT mag terug naar het werk

Betreft een medewerker bij een organisatie in de VVT-zorg. Deze medewerker was in dienst als Manager HR. Deze manager is op non-actief gesteld, omdat zij niet heeft gereflecteerd op een rapport over het functioneren van de afdeling HR. Zij vordert in kort geding wedertewerkstelling in haar functie. Deze vordering wordt door de rechter toegewezen. Er is immers geen zwaarwegende reden om de medewerkster niet weer tot haar functie toe te laten. Het niet persoonlijk willen reflecteren op een rapport, betekent volgens de rechter namelijk nog niet dat de manager afstand nam van het rapport. Ook het feit dat de werkgever om ontbinding van de arbeidsovereenkomst heeft verzocht, staat aan een wedertewerkstelling niet in de weg.

Rechtbank Noord-Nederland 19 februari 2026 (ECLI:NL:RBNNE:2025:475)

Meer lezen?

Wilt u meer lezen? Bekijk dan onze eerdere jurisprudentie-overzichten op onze website.

Praktijkgroep Zorg

Blijf op de hoogte

Wilt u op de hoogte blijven van de laatste jurisprudentie voor de zorgsector? Meldt u zich dan aan voor onze maandelijkse nieuwsbrief met rechterlijke uitspraken..

150 150 Joan
Vul hier uw zoekopdracht in