Jurisprudentie Zorg – februari 2026

Jurisprudentie Zorg – februari 2026

In dit overzicht van jurisprudentie voor de zorgsector over de afgelopen periode bespreken we weer diverse rechterlijke uitspraken relevant voor de rechtspositie van zorgprofessionals en zorgwerkgevers.

1. Verbetertraject van medisch assistente mocht niet buiten de KNO-poli

Betreft een medisch assistente, werkzaam op een KNO-poli. Wegens samenwerkingsproblemen die op de poli waren ontstaan, zijn aan de werkneemster twee opties voorgelegd: (1) een verbetertraject op een andere afdeling of (2) de beëindiging van de arbeidsovereenkomst. De werkneemster weigert echter deel te nemen aan het voorgestelde verbetertraject en eist wedertewerkstelling in haar eigen functie op de poli. Daarop verzoekt de werkgever de rechter om de arbeidsovereenkomst te ontbinden. Maar de kantonrechter oordeelt dat er geen redelijke grond is voor een ontbinding. Bij het functioneren van de werkneemster kunnen volgens de rechter weliswaar kritische kanttekeningen worden geplaatst, maar er is vooral sprake van een teamprobleem. Het gedrag van werkneemster is niet zodanig dat dit een rechtvaardiging vormt voor een verbetertraject op een andere afdeling. Gezien de problemen zou een verbetertraject op de eigen afdeling wel kunnen..

Rechtbank Zeeland-West-Brabant  (ECLI:NL:RBZWB:2025:6762)

2. Praktijkverpleegkundige mocht verbetertraject niet weigeren

Een praktijkverpleegkundige werd aangesproken op haar houding en gedrag, waarna haar een verbetertraject is aangeboden. Werkneemster is het oneens met de verbeterpunten. De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst, op verzoek van de werkgever, vanwege een verstoorde arbeidsverhouding. De werkneemster heeft immers structureel en zonder goede grond geweigerd om mee te werken aan een verbetertraject. Een werknemer mag dit volgens de rechter slechts weigeren als de eisen in het verbetertraject onredelijk en onbillijk zijn of als de werkgever geen onderbouwing heeft gegeven. Maar daarvan is geen sprake. Daarbij is het volgens de rechter de werkgever die bepaalt hoe een functie dient te worden ingevuld.

Rechtbank Den Haag 2 oktober 2025 (ECLI:NL:RBDHA:2025:21408) 

3. Ten onrechte niet geprobeerd verstoorde verhouding met woonbegeleider te herstellen

Tussen een woonbegeleider en twee minderjarige cliënten heeft een incident plaatsgevonden waarbij zou zijn geschreeuwd en ten onrechte vrijheid beperkende maatregelen zijn toegepast. De werkgever stelt de werknemer daarom op non-actief en verzoekt de rechter om ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De werknemer erkent dat sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding. Daarom ontbindt de rechter de arbeidsovereenkomst. Naast een transitievergoeding komt de werknemer ook een billijke vergoeding toe. De onderhavige procedure betrof namelijk een tweede ontbindingsverzoek. Het eerste ontbindingsverzoek is door de werkgever ingetrokken, enkel om sancties van het UWV te voorkomen. Volgens de rechter heeft de werkgever daarnaast ernstig verwijtbaar gehandeld, door de werknemer geen daadwerkelijke kans op een terugkeer te bieden. Slechts één mediationgesprek was volgens de rechter ook onvoldoende om te proberen de verstoorde relatie te herstellen.

Rechtbank Noord-Nederland 9 oktober 2025 (ECLI:NL:RBMNE:2025:4834) 

4. Kus op de mond van een bewoonster niet komen vast te staan

Betreft een assistent begeleider, die werkte met mensen met een verstandelijke beperking. Binnen deze instelling geldt een gedragscode waarin onder meer is bepaald dat grensoverschrijdend gedrag niet wordt getolereerd. De arbeidsrelatie met deze werkneemster staat al langer onder druk. Nu wordt deze werkneemster verweten, dat zij een bewoonster heeft geknuffeld en een zoen op de mond heeft gegeven. Daarom wordt haar ontslag op staande voet verleend. Maar de rechter is van oordeel dat daar geen grond voor is. Het gedrag vond immers plaats voor het oog van velen. Pas een maand daarna is er melding van gemaakt. Daarom vindt de rechter dat het niet aannemelijk is dat er sprake is van grensoverschrijdend gedrag. Dat een kus op de mond is gegeven, is bovendien niet vast komen te staan. Aan de werkneemster wordt een billijke vergoeding van EUR 20.000,- toegekend.

Rechtbank Limburg 27 november 2025 (ECLI:NL:RBLIM:2025:12004)

5. Ongeoorloofde nachtelijke aanwezigheid van zorgassistente

Betreft een zorgassistente in een verpleegtehuis. Zij is op staande voet ontslagen, omdat zij zich niet heeft gehouden aan afspraken over extra uren. Ze heeft volgens de werkgever ook gelogen over ongeoorloofde nachtelijke aanwezigheid tijdens de diensten van haar vriend, die op dezelfde afdeling werkzaam is. Volgens de rechter was het voor de werkneemster duidelijk dat zij ’s nachts, buiten de reguliere werktijden, niet op de werkvloer aanwezig mocht zijn. Dit kan haar daarom worden verweten. Maar het is op zich onvoldoende voor een ontslag. Samen met de andere verwijten, zoals het liegen, is er volgens de rechter wel voldoende reden voor een ontslag op staande voet. Dit ontslag blijft daarom in stand.

Gerechtshof Gelderland 1 december 2025 (ECLI:NL:RBGEL:2025:11347)

6. Fysiek incident houdt verband met de arbeidsongeschiktheid

Betreft een werknemer bij een GGZ-instelling, gespecialiseerd in psychiatrie en verslaving. Tussen deze werknemer en een patiënt heeft zich een ‘fysiek incident’ voorgedaan. De instelling verzoekt de rechter daarom om de arbeidsovereenkomst te ontbinden. De rechter oordeelt echter dat een ontbinding niet mogelijk is, omdat de werknemer tijdens het incident arbeidsongeschikt was. Daarom geldt er een opzegverbod. Door de bedrijfsarts was bovendien geconcludeerd dat de arbeidsongeschiktheid mede het gevolg was van een onveilig gevoel op de werkvloer. Het is aannemelijk dat het incident hiermee verband houdt. Daarom wordt het verzoek om ontbinding afgewezen. De rechter constateert wel dat een terugkeer naar de organisatie niet realistisch is, nu er over en weer geen vertrouwen meer is. De werkgever moet aan de werknemer een billijke vergoeding van EUR 25.000,- betalen.

Rechtbank Den Haag 2 december 2025 (ECLI:NL:GHDHA:2025:2531)

7. Geen wedertewerkstelling ziekenhuisapotheker

Een ziekenhuisapotheker is in verband met samenwerkingsproblemen vrijgesteld van haar werkzaamheden en vordert in kort geding wedertewerkstelling in haar eigen functie. De rechter oordeelt dat het uitgangspunt van goed werkgeverschap is, dat een werknemer de gelegenheid krijgt om zijn werkzaamheden uit te voeren, tenzij sprake is van een redelijke en voldoende zwaarwegende grond. Deze grond is er volgens de rechter. Er dient volgens de rechter namelijk gewerkt te worden aan een herstel van het vertrouwen. Ook loopt er naast onderhavige procedure nog een ontbindingsprocedure, waardoor het niet zeker is of werkneemster in dienst blijft. Wegens deze onzekerheid in combinatie met de inspanningen die nodig zijn voor een herstel van het vertrouwen, heeft werkgever een gerechtvaardigd belang om werkneemster niet toe te laten tot haar werkzaamheden.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 16 december 2025  (ECLI:NL:GHARL:2025:8451)

150 150 Daphne Larue
Vul hier uw zoekopdracht in