In deze Selectie jurisprudentie Onderwijs diverse interessante uitspraken over:
- Het belang van zorgvuldige feitenvaststelling en het speelveld van de zorgverlening
- Seksuele handelingen onder werktijd
- Terecht ontslag ondanks oude verklaringen
- Niet ál het handelen van een arts valt onder het tuchtrecht
1. Het belang van zorgvuldige feitenvaststelling en het speelveld van de zorgverlening
Uit een uitspraak van de 19 april 2018 van de Centrale Raad van Beroep blijkt het belang van een zorgvuldige feitenvaststelling, maar ook dat het speelveld waarin gedragingen plaatsvinden mee kan wegen in de weegschaal van ernst van gedragingen. Uit de uitspraak blijkt dat zich in 2015 een incident heeft voorgedaan en dat een discrepantie bestaat in de beleving van de betrokkenen over wat er toen precies gebeurd is. Er zijn vervolgens getuigen gehoord in het kader van de feitenvaststelling, waarna besloten is om de zorgverlener de disciplinaire maatregel van een berisping op te leggen, omdat onder meer “het gedrag van betrokkene op […] door medewerkers en leidinggevenden als ongewenst en bedreigend is ervaren, wat een potentieel gevaar is voor de patiëntenzorg”. Ook de (eerdere) houding van betrokkene is daarbij meegewogen.
Op basis van de diverse verklaringen (“nu zowel C als N hebben verklaard…”) oordeelt de Centrale Raad van Beroep de overtuiging te hebben gekregen dat de zorgverlener de verweten gedragingen heeft begaan en de maatregel van de berisping niet onevenredig is “gezien de ernst en aard van de gedragingen en de betekenis hiervan voor het functioneren van de zorg binnen het ziekenhuis”. Enigszins gechargeerd: doordat het gedrag van betrokkene van invloed kan zijn op het functioneren van zijn collega’s (c.q. op de zorgverlening), mogen de gedragingen betrokkene extra kwalijk worden genomen.
2. Seksuele handelingen onder werktijd
Na een onderzoek blijkt dat er gedurende langere tijd sprake is geweest van seksuele handelingen tussen een medewerker en een ex-medewerker van een christelijke zorginstelling. De medewerker heeft erkend dat hij (inderdaad) meerdere keren seksuele handelingen heeft verricht.
De kantonrechter acht het verwijtbaar dat de aandacht van de woonbegeleider tijdens zijn dienst (en in de woning) niet beschikbaar was voor de 15 zeer hulpbehoevende cliënten die een lastige verhouding hebben met seksualiteit, omdat de begeleider zijn persoonlijke seksuele behoeftes voorop stelde. De kantonrechter is duidelijk: “Een werknemer die er (herhaaldelijk) voor kiest om zich onder werktijd met seksuele activiteiten bezig te houden, aanvaardt hierbij het risico om bij ontdekking te worden ontslagen”. De arbeidsovereenkomst wordt wegens verwijtbaar handelen ontbonden. Opmerkelijk genoeg wordt de werknemer wel de transitievergoeding toegekend.
3. Terecht ontslag ondanks oude verklaringen
Ontslag wegens verstoorde verhoudingen (art. 12.12 Cao umc) in verband met onder meer negatieve uitlatingen over collega’s en het ‘niet in staat zijn tot adequate communicatie’. Aan oude verklaringen van collega’s over de medewerker mag wel degelijk waarde worden toegekend, aldus de Centrale Raad van Beroep. De bevlogenheid en vakinhoudelijke expertise van de medewerker staan buiten kijf, maar de gebrekkige samenwerking maakt dat het ontslag in stand kan blijven.
4. Niet ál het handelen van een arts valt onder het tuchtrecht
Een bijzondere uitspraak van het tuchtcollege in Den Haag over het handelen van een arts nadat hij, al fietsend, in botsing was gekomen met een andere fietser. De arts is daarna de fietser achterna gereden, waarna een valpartij is ontstaan. De arts heeft toen aangegeven dat hij arts was en de fietser naar zijn toestand gevraagd en diens ademhaling en hartslag gecontroleerd. Hij is daarna nog een deel met de fietser naar huis gefietst en heeft hem geadviseerd naar de huisartsenpost te gaan. Enkele dagen later heeft de fietser een klacht ingediend tegen de arts.
Het tuchtcollege oordeelt dat de botsing en de valpartij niet onder het tuchtrecht vallen, omdat dat in de privésfeer plaatsvond en niets te maken had met de gezondheidszorg. Dat gold overigens niet voor het handelen van de arts na de valpartij, want dat deed hij in zijn hoedanigheid van arts; van dat handelen is niet komen vast te staan dat dat ontoereikend was. Vanaf het moment dat de fietser contact had met de dokterspost is de ‘behandeling’ weer overgenomen en was er weer sprake van een handelen in de privésfeer. Zal dat straks anders zijn onder de nieuwe Wet BIG?
Blijf op de hoogte met onze Nieuwsbrief Zorg
Ontvang automatisch per e-mail onze nieuwsbrief voor de sector zorg met actuele jurisprudentie en nieuws. Meld u hier eenvoudig aan.

