Inleiding
Het tuchtrecht is een essentieel instrument om de kwaliteit van de gezondheidszorg te waarborgen en het vertrouwen van de samenleving in zorgverleners te beschermen. Het stelt patiënten en andere belanghebbenden in staat klachten in te dienen over het handelen van zorgverleners. Dat is een groot en kostbaar goed. Maar wat als het tuchtrecht niet wordt ingezet ter bescherming van de zorgkwaliteit, maar als pressiemiddel of zelfs als wraakmiddel tegen de zorgverlener? Kan een zorgverlener zich dan met succes verweren door een beroep te doen op misbruik van tuchtrecht?
Juridisch kader
In de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG) is, behoudens het artikel dat niemand nogmaals berecht kan worden ter zake van enig handelen of nalaten waarover te zijnen aanzien een onherroepelijk geworden tuchtrechtelijke eindbeslissing is genomen (artikel 51 Wet BIG), geen expliciete regeling voor misbruik van tuchtrecht opgenomen. Toch kunnen tuchtcolleges (gelukkig) een klacht (kennelijk) niet-ontvankelijk verklaren in zeer uitzonderlijke gevallen waarin sprake is van misbruik van tuchtrecht. De wettelijke basis hiervoor is te vinden in het privaatrecht. Op grond van artikel 3:13, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (“BW”) kan degene aan wie een bevoegdheid toekomt, deze niet inroepen voor zover hij deze misbruikt. Op grond van het tweede lid kan een bevoegdheid onder meer worden misbruikt door haar uit te oefenen met een ander doel dan waarvoor zij is verleend of ingeval men, in aanmerking nemende de onevenredigheid tussen het belang bij de uitoefening en het belang dat daardoor wordt geschaad, naar redelijkheid niet tot die uitoefening had kunnen komen. Op grond van artikel 3:15 van het BW vindt artikel 3:13 toepassing buiten het vermogensrecht, voor zover de aard van de rechtsbetrekking zich daartegen niet verzet.
Deze artikelen brengen met zich dat de bevoegdheid om een klacht tegen een BIG-geregistreerde zorgverlener in te dienen niet kan worden ingeroepen voor zover deze bevoegdheid wordt misbruikt. Deze artikelen verzetten zich daarom tegen inhoudelijke behandeling van een tuchtklacht die misbruik van recht behelst en bieden een wettelijke grondslag voor niet-ontvankelijkverklaring daarvan.
Dat alles is natuurlijk leuk en aardig, maar in wat voor (uitzonderlijke) situaties hebben tuchtcolleges concreet misbruik van tuchtrecht aangenomen? Ik noem er een paar.
- Klacht als intimidatiemiddel
Een sprekend voorbeeld van misbruik van tuchtrecht is te vinden in een recente uitspraak van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg. In deze zaak diende een klager een klacht in tegen een GZ-psycholoog, niet om de kwaliteit van zorg aan de orde te stellen, maar om een contactverbod te omzeilen en bedreigingen te uiten (zoals de bedreiging “als het tuchtcollege hier geen consequenties aan hangt, doe ik dat zelf”). Zowel het Regionaal- als het Centraal Tuchtcollege oordeelden dat sprake was van misbruik van recht. De klacht werd afgewezen (ECLI:NL:TGZCTG:2026:150).
- Klacht als middel om schadevergoeding te krijgen
Een klager die een klacht indiende en vervolgens meermaals wees op de mogelijkheid van een minnelijke regeling (betaling van een bedrag van
€ 1.500.000,– als schadeloosstelling) voor intrekking van de tuchtklacht kreeg eveneens de deksel op de neus. Dat lag vooral in de aard, inhoud en wijze waarop de klaagster haar voorstel deed. Zij wees niet eenmaal, maar meermaals op het feit dat met betaling de klacht zou worden ingetrokken. Het lag er vrij dik bovenop. Daarom werd misbruik van recht aangenomen. Klaagster werd kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. (ECLI:NL:TGZRSHE:2026:113).
- Herhaaldelijk klagen over reeds afgedane zaken (ne bis in idem)
Het tuchtrecht kent het beginsel dat een klacht niet opnieuw in behandeling wordt genomen als daarover al onherroepelijk is geoordeeld. Toch komt het voor dat klagers blijven procederen over hetzelfde feitencomplex met alle gevolgen van dien voor de ongetwijfeld moedeloze zorgverlener in kwestie. Het Centraal Tuchtcollege nam in een zaak van een orthopedisch chirurg die voor de derde keer voor de tuchtrechter werd gesleept misbruik van recht aan omdat het college vond dat sprake was van een situatie, waarin het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is dat een klager vraagt om een oordeel over zijn klacht (ECLI:NL:TGZCTG:2026:127). Klaagster werd kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.
Slotsom
Uit de besproken uitspraken volgt dat in gevallen waarin het recht om te klagen evident wordt ingezet voor andere doeleinden dan waarvoor het tuchtrecht in het leven is geroepen, door de tuchtrechter kan worden ingegrepen. Gelukkig maar, zou ik zeggen. Het tuchtrecht heeft immers niet als doel om onderhandelingen af te dwingen of contactverboden te omzeilen.

