Om maar meteen met de titel te beginnen, nee de ambtenaar in het openbaar onderwijs valt niet direct onder de Wet werk en zekerheid (WWZ). Natuurlijk niet, wil ik haast zeggen. De ambtenaar wordt nadrukkelijk uitgesloten van het arbeidsrecht, zo valt te lezen in artikel 615 van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek. Waar ik eigenlijk met de titel op doel is op de uitwerking van de gevolgen van de WWZ in de verschillende onderwijs-cao’s. De zogenaamde reflexwerking van de WWZ.
De afgelopen periode zijn zowel in het primair, voortgezet, beroepsonderwijs en MBO als wetenschappelijk onderwijs cao’s afgesloten. Een overeenkomst tussen alle vier de cao’s is dat de sociale partners worstelen met de toepassing van de WWZ in hun eigen sector. En daar is wel wat voor te zeggen. Nederland kent een duaal onderwijsbestel dat bestaat uit openbaar en bijzonder onderwijs. In de onderwijssector zijn zowel werknemers (bijzonder) als ambtenaren (openbaar) werkzaam en voor de ene groep geldt wel de WWZ en voor de andere (nog) niet. Zonder aanpassing van de cao zal dit tot een ongelijkheid in de arbeidsrechtelijke rechtspositie leiden. Voorts biedt de WWZ op een aantal punten de mogelijkheid om bij cao af te wijken en daar zullen de sociale partners zich ook mee bezig moeten houden.
Voor een overzicht van de veranderingen die de WWZ teweeg brengt in het arbeidsrecht verwijs ik graag naar de artikelen van mijn collega’s. Ik zal mij hier toespitsen op de problemen waar de sociale partners tegenaan zijn gelopen in de onderhandelingen.
Ketenregel
De nieuwe ketenregel houdt in dat indien arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd elkaar met tussenpozen van minder dan zes maanden hebben opgevolgd en een periode van 24 maanden hebben overschreden, of meer dan drie overeenkomsten voor bepaalde tijd zijn verleend, er een vast dienstverband is ontstaan. Bij cao kan hiervan afgeweken worden maar niet ongelimiteerd. De periode kan maximaal verhoogd worden tot 48 maanden en het aantal kan verhoogd worden tot maximaal 6 arbeidsovereenkomsten.
Invalkrachten
De kritiek op de nieuwe ketenregel komt vooral uit de hoek van het primair onderwijs. Op grond van de huidige cao is het mogelijk om in een periode van 36 maanden een onbeperkt aantal tijdelijke overeenkomsten te sluiten. Deze regel wordt veelvuldig toegepast bij vervanging van zieke leerkrachten door invalkrachten. Over het algemeen geldt hierbij dat het onwenselijk wordt gevonden om deze invalkrachten een vaste arbeidsovereenkomst aan te bieden. De beperking van maximaal 3, of, indien de afwijkingsmogelijkheid is toegepast, van maximaal 6 contracten zal de vervanging bij ziekte bemoeilijken. De wetgever was voor deze kritiek bepaald niet gevoelig en heeft hierover aangegeven dat ook invalkrachten recht hebben op een vast dienstverband.
Flexpools
Een mogelijke oplossing voor dit probleem kan gevonden worden in het opzetten van flexpools. Dit zal ook van de scholen veel vergen, want er zal samenwerking gezocht moeten worden en de financiën voor een dergelijke pool zijn beperkt.
Overgangsrecht
Gelukkig biedt de WWZ ook een tijdelijke escape voor de sociale partners. In de WWZ is overgangsrecht opgenomen voor de ketenregel. Is op 1 juli 2015 op een arbeidsovereenkomst de huidige ketenregel van toepassing verklaard of is daarvan afgeweken, dan blijft die ketenregel van toepassing op de arbeidsovereenkomst totdat de cao afloopt, maar maximaal tot 1 juli 2016. Per 1 juli 2016 wordt de nieuwe ketenregel van rechtswege van toepassing op alle lopende arbeidsovereenkomsten. Tenzij er inmiddels natuurlijk een nieuwe cao is waarin de nieuwe ketenregel is opgenomen of de afwijkingsmogelijkheid is toegepast.
Transitievergoeding
De introductie van de transitievergoeding in het arbeidsrecht was mede het gevolg van de wens van de wetgever om de ontslagvergoedingen wettelijk te normeren om zodoende de kosten van ontslag voor de werkgever te verminderen en meer in te richten op het vinden van een andere baan.
Vanwege het bestaan van een bovenwettelijke WW-uitkering ligt dit binnen de onderwijssector genuanceerder. Nu geldt dat de aanspraak op een bovenwettelijke WW-uitkering vaak een drukkend effect heeft op de hoogte van de ontslagvergoeding.
De vraag of de bovenwettelijke uitkeringsaanspraken op de transitievergoeding in mindering gebracht mogen worden, moet ik negatief beantwoorden. De wetgever heeft aangegeven dat de transitievergoeding niet beschouwd mag worden als een aanvullende inkomensvoorziening bij werkloosheid. Dit leidt ertoe dat er geen vermindering mag plaatsvinden vanwege de bovenwettelijke uitkeringsaanspraken.
Omgekeerd zou dat wel kunnen. De bovenwettelijke uitkeringsregelingen kunnen worden aangepast zodat er rekening wordt gehouden met de verschuldigde transitievergoedingen. Dit zal naar alle waarschijnlijkheid de komende periode worden uitgewerkt.
Een ander punt van discussie is de afwijkingsmogelijkheid in de WWZ om bij cao af te wijken van de wettelijke regeling. Sociale partners kunnen zelf regels stellen voor het bevorderen van werk-naar-werk transities. Te denken valt aan voorzieningen gericht op het voorkomen van werkloosheid en het bekorten van de werkloosheidsduur. Hierover zullen de sociale partners uitsluitsel moeten geven voor 1 juli 2015.
Commissie van beroep
Een andere grote verandering van de WWZ is de preventieve ontslagtoets. Afhankelijk van de ontslaggrond zal of UWV of de kantonrechter zich buigen over het voorgenomen ontslag. Vanwege de preventieve ontslagtoets zag de wetgever geen wettelijke basis meer om scholen verplicht te laten aansluiten bij een commissie van beroep. De commissie van beroep zal per 1 juli 2015 verdwijnen.
Op dit moment is het zo dat werknemers in het bijzonder onderwijs zijn uitgezonderd van de toepasselijkheid van het BBA en er dus geen preventieve ontslagtoets plaatsvindt door UWV of kantonrechter. Met de commissie van beroep wordt nu in de rechtsbescherming van de werknemers voorzien.
Cao-commissie en ontslagcommissie
Er is een aantal mogelijkheden voor de sociale partners om het verdwijnen van de commissie op te vangen. Zo is het mogelijk om een cao-commissie in te stellen die in plaats van UWV de preventieve ontslagtoets bij ontslag wegens bedrijfseconomische redenen uitvoert. Daarnaast kan een ontslagcommissie, ook wel de ‘onderwijsontslagcommissie’ genoemd, worden ingesteld. Deze commissie richt zich op het toetsen van de opzegging als de reden van de opzegging is gelegen in handelen of nalaten van de werknemer dat onverenigbaar is met de uit godsdienstige of levensbeschouwelijke grondslag voortvloeiende identiteit van de desbetreffende school of instelling. De wetgever heeft aangegeven dat het instellen van beide commissies geen verplichting is en laat de nadere invulling dan ook over aan de sociale partners.
Interessant hierbij is dat de ontslagcommissie naast de preventieve ontslagtoets ook andere taken toebedeeld kan krijgen, die door de wetgever worden omschreven als taken die thans door de commissie van beroep worden verricht. Hierover zullen de sociale partners zich moeten buigen.
Een laatste mogelijkheid voor de sociale partners om de verdwijning van de commissie van beroep op te vangen is de optie van arbitrage. De wetgever heeft de mogelijkheid opengelaten om geschillen over de beëindiging van een dienstverband in plaats van UWV of de kantonrechter middels arbitrage of bindend advies te beslechten. Op deze wijze zou de huidige commissie van beroep opgetuigd kunnen worden als het scheidsgerecht dat in eerste (en enige) instantie de geschillen beslecht.
En nu?
Nu vraagt u zich misschien wel af waarom in de nieuwe cao’s nog bijna niets van de wijzigingen van de WWZ zijn opgenomen. Het is immers al 1 januari geweest en 1 juli komt toch ook wel heel snel dichterbij. Zeker, er is veel werk aan de winkel voor de sociale partners. Maar er wordt achter de schermen ook al driftig aan gewerkt. In alle onderhandelaarsakkoorden is te lezen dat een werkgroep, bestaande uit zowel de werkgevers- als werknemersbonden zich zullen bezig houden met de gevolgen van de WWZ voor de cao. Ookspeelt nog mee dat men eerst het SER-advies over de rol van de sociale partners bij toekomstige arbeidsmarktinfrastructuur en inrichting WW en de Stichting van de Arbeid-advies (StvdA) aan sociale partners met betrekking tot de reparatie van de WW in de cao heeft willen afwachten. Voor beide geldt dat er nog geen afgerond advies is afgegeven.
Er breken spannende tijden aan voor de sociale partners. Ik hoop u het komende halfjaar te kunnen berichten dat de gevolgen van de WWZ zijn doorgevoerd in de onderwijs-cao’s. Dan zal ook de onderwijsambtenaar mogen kennismaken met de (gevolgen van de) WWZ.
Voor vragen over dit artikel kunt u contact opnemen met advocaten van de Praktijkgroep Onderwijs.
.