Ontbinding arbeidsovereenkomst verpleegkundige wegens schending geheimhoudingsplicht!?

Ontbinding arbeidsovereenkomst verpleegkundige wegens schending geheimhoudingsplicht!?

De bestuursrechter sanctioneert schending van de geheimhoudingsplicht zwaarder dan de kantonrechter

Het 469 keer raadplegen van een patiëntendossier van een familielid vormde volgens de kantonrechter geen reden voor ontbinding van een arbeidsovereenkomst wegens een dringende reden. Had een bestuursrechter het besluit tot strafontslag onder soortgelijke omstandigheden wel in stand gelaten? Bij het 33 keer raadplegen van persoonsgebonden gegevens, puur uit nieuwsgierigheid vond de bestuursrechter een stafontslag gerechtvaardigd. Kan daarmee gesteld worden dat een bestuursrechter een schending van de geheimhoudingsplicht zwaarder sanctioneert?

Kantonrechter Amsterdam d.d. 29 augustus 2014

In de uitspraak van 29 augustus 2014 (ECLI:NL:RBAMS:2014:6288) oordeelde de kantonrechter Amsterdam over een verzoek tot ontbinding. Het betrof een arbeidsovereenkomst van een verpleegkundige. De reden van het ontbindingsverzoek was gelegen in het feit dat deze verpleegkundige in een periode van anderhalf jaar 469 keer het patiëntendossier van een familielid had geraadpleegd.

Medisch beroepsgeheim

De werkgever stelde dat de verpleegkundige hiermee niet had gehandeld zoals van een professional mocht worden verwacht. De integriteitsregels waren ernstig geschonden en er was sprake van een schending van het medisch beroepsgeheim zoals neergelegd in artikel 88 Wet BIG en artikel 7:457 BW. De werkgever was van oordeel dat de verpleegkundige als BIG-geregistreerde van deze regels op de hoogte was, althans had moeten zijn, en dat het 469 keer raadplegen van het dossier alle perken te buiten ging. De werkgever kwalificeerde dit als een dringende reden voor ontslag. Gelet op het lange dienstverband, de goede staat van dienst en de persoonlijke omstandigheden, werd geen ontslag op staande voet verleend, maar ontbinding van de arbeidsovereenkomst aangevraagd, primair op grond van een dringende reden en subsidiair op grond van verandering van omstandigheden.

Schending geheimhoudingsplicht onaanvaardbaar

De kantonrechter Amsterdam was met de werkgever van oordeel dat het verwijt dat de verpleegkundige werd gemaakt zeer ernstig was. De verpleegkundige had zich nooit toegang mogen verschaffen tot het elektronische patiëntendossier van een familielid zonder voorafgaande toestemming. Door dit wel te doen werd in vergaande mate en op onaanvaardbare wijze inbreuk gemaakt op de geheimhoudingsplicht.

Verwijt werkgever

Toch werd niet overgegaan tot inwilliging van het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens een dringende reden, omdat de werkgever ook een verwijt kon worden gemaakt. De werkgever had er immers zorg voor dienen te dragen dat de verpleegkundige niet in een positie kwam te verkeren dat een familielid behandeld werd in dezelfde instelling als waar zij werkzaam was. Binnen de instelling was geen protocol aanwezig waarin werd aangegeven hoe te handelen indien dergelijke situaties zich toch zouden voordoen.,De werkgever had deze situatie expliciet moeten bespreken met de verpleegkundige en haar indringend en schriftelijk moeten verzoeken een tijdelijke overplaatsing te accepteren. De situatie aan de orde stellen in een gesprek, zoals was gebeurd, was volgens de kantonrechter onvoldoende. Het lange dienstverband, het goede functioneren, het feit dat de opname in de instelling niet een keuze van de verpleegkundige was geweest, en de druk vanuit de familie omtrent het geven van informatie werden mede meegewogen.

Ontbinding C = 0,3

Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van een dringende reden werd om deze redenen afgewezen. Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van verandering van omstandigheden werd daarentegen wel toegewezen. Volgens de kantonrechter kon vastgesteld worden dat de werkgever het vertrouwen in de verpleegkundige is verloren en kon verliezen. De arbeidsovereenkomst werd ontbonden en een beperkte vergoeding werd toegekend. Hierbij werd de factor C = 0,3 gehanteerd.

Centrale Raad van Beroep

De vraag komt op of een bestuursrechter tot hetzelfde oordeel zou zijn gekomen wanneer deze casus was voorgelegd. Dit zou aan de orde zijn geweest wanneer de verpleegkundige was aangesteld als ambtenaar.

Wordt de jurisprudentie van de bestuursrechter bezien, dan durf ik de stelling te betrekken dat de Bestuursrechter een strafontslag (de ambtenarenrechtelijke equivalent van een ontslag op staande voet) had geaccordeerd. In het bestuursrecht is vergelijkbare jurisprudentie te vinden, daar waar ambtenaren vertrouwelijke gegevens, opgenomen in het GBA (Gemeentelijke Basis Administratie) en Suwinet inzien. De jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep is duidelijk. Inzage in deze systemen voor niet-zakelijke doeleinden wordt niet geaccepteerd. Het beroep dat een werkgever een ambtenaar niet of niet in toereikende mate op de hoogte heeft gesteld van de algemene gedragsregels, kan een ambtenaar in deze kwesties niet baten.

Ambtenarenrecht: ook zonder gedragscode is schending geheimhoudingsplicht ontoelaatbaar

Nog in 2003 oordeelde de Centrale Raad van Beroep dat een ambtenaar, ook los van enige voorlichting door de werkgever, had moeten begrijpen dat bij niet-functionele raadplegingen in persoonsvertrouwelijke gegevensbestanden, de grenzen van het toelaatbare worden overschreden. Een onvoorwaardelijk strafontslag werd, mede in het licht van de door de werkgever terecht gestelde eisen van betrouwbaarheid en integriteit, door de Raad niet onevenredig geacht. Door het raadplegen van persoonsgebonden, vertrouwelijke gegevens was het vertrouwen dat de werkgever in de ambtenaar moest kunnen stellen immers ernstig geschaad, zo oordeelde de Raad (TAR 2013/166).

CRvB sanctioneert schending geheimhoudingsplicht zwaarder dan de Kantonrechter: of toch niet?

Worden beide uitspraken bezien, dan lijkt het erop dat de bestuursrechter meer waarde hecht aan privacy. Toch gaat deze stelling niet helemaal op. De kantonrechter te Leiden oordeelde eerder immers dat het inzien van een patiëntendossier en het delen van die informatie met de echtgenoot wel een dringende reden voor ontbinding opleverde (JAR 2010/285).

Conclusie: schending geheimhouding wordt werknemer zwaar aangerekend

Wordt de jurisprudentie bezien, dan lijkt de conclusie gerechtvaardigd dat werkgevers in zeer hoge mate hechten aan het respecteren van privacybelangen, daar waar medewerkers inzage hebben in systemen waar deze gegevens in zijn opgeslagen. Wordt misbruik gemaakt van de aan een werknemer gegeven bevoegdheden, dan lijkt een rechter een zware sanctie op zijn plaats te vinden. In het licht van de huidige maatschappelijke discussie komt dit overigens niet vreemd voor.

Maartje Rutten.

150 150 Joan
Vul hier uw zoekopdracht in