De ambtelijke rechtspositieregelingen kennen de mogelijkheid om ontslag te verlenen aan een medewerker die niet voldoende meewerkt aan zijn re-integratie, met name wanneer die weigert in dat kader passende arbeid te verrichten. In de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling Provincies (CAP) kan dat worden gebaseerd op artikel E.16, eerste lid van de CAP. Bij de gemeente is daarvoor een speciale ontslaggrond opgenomen in artikel 8:5a CAR/UWO.
Duidelijk is natuurlijk dat een ontslag van een zieke werknemer die niet voldoende meewerkt aan re-integratie niet lichtvaardig mag plaatsvinden. Artikel 8:5a CAR/UWO schrijft bijvoorbeeld voor dat er dan eerst een advies van UWV ingewonnen moet worden.
Wanneer een ambtenaar echter structureel weigert om werkzaamheden te verrichten, waartoe hij of zij wel in staat is, is duidelijk dat dit niet zonder gevolgen kan blijven. Het is immers ernstig plichtsverzuim wanneer een ambtenaar hem opgedragen werk weigert. Een ontslag kan dan niet uitblijven en is ook voor de rechter zeker verdedigbaar, zoals blijkt uit een zaak van een medewerker van de provincie, waarin de Centrale Raad van Beroep met een uitspraak van 23 februari 2012 (LJN BV6818) een uitspraak van de rechtbank bevestigde, waarmee het ontslag niet ongedaan werd gemaakt. Tot zover weinig verrassends.
Verrassend voor de provincie was echter wel dat de betreffende medewerker (die was ontslagen wegens de weigering om passende werkzaamheden te verrichten tijdens ziekte) een ww-uitkering kreeg van UWV. Omdat de provincie het hier niet mee eens was en ook belanghebbende was (de kosten van de ww kwamen –zoals altijd voor overheidswerkgevers- voor rekening van de provincie), werd door de Provincie bezwaar gemaakt bij UWV en vervolgens ook beroep ingesteld bij de rechtbank. Bij de rechtbank kreeg de provincie gelijk maar na een hoger beroep van de ambtenaar bij de Centrale Raad van Beroep, bleek dat de betrokken ambtenaar volgens de Centrale Raad van Beroep toch een ww-uitkering had moeten krijgen. Dat blijkt uit een recente uitspraak van 21 juni 2012, nummer 11/4931 WW (LJN : BW8919).
Uit de uitspraak blijkt dat de Centrale Raad van Beroep uit de wetsgeschiedenis afleidt dat een zieke werknemer die weigert de bedongen arbeid te verrichten niet op staande voet ontslagen kan worden en dat dit betekent dat er in zo’n geval geen sprake is van een dringende reden voor het ontslag. Dat is van belang omdat alleen een dringende reden voor ontslag een grond is voor het weigeren van ww. Hoewel ambtenaren niet op staande voet worden ontslagen, kijkt UWV daarom ook bij het ontslag van een ambtenaar of er wel of niet sprake was van een dringende reden voor het ontslag.
Om te onthouden
Een zieke werknemer die weigert om het opgedragen werk te verrichten kan dus ontslagen worden maar heeft dan wel recht op ww (op kosten van de overheidswerkgever ). Dat is verrassend maar het is goed om rekening mee te houden!
Van belang is ook om goed in het oog te houden dat deze jurisprudentie niet geldt voor de medewerker die (net) hersteld is gemeld en dan weigert om weer aan het werk te gaan. Dan is er immers geen sprake van een zieke werknemer. Werkweigering van een niet- zieke werknemer kan leiden tot disciplinair ontslag en dan bestaat in beginsel geen recht op ww. Het is goed om ook daar rekening mee te houden. Ziek of niet ziek, that’s the question ….