Oproep aan schoolbesturen: zet integriteit op de agenda

Oproep aan schoolbesturen: zet integriteit op de agenda

Integriteit is geen vastomlijnd begrip. Bij een integriteitsschending wordt al snel gedacht aan strafbare feiten of aan zaken als machtsmisbruik of belangenverstrengeling. Dat zijn echter slechts een paar voorbeelden die samen een te beperkte omschrijving van het begrip vormen. In de Van Dale wordt integriteit omschreven als ‘onschendbaarheid, eerlijkheid en onkreukbaarheid’. Waar het in feite op neerkomt, is dat zowel werknemers als ambtenaren zich als goed werknemer respectievelijk goed ambtenaar moeten gedragen en dat zij dit ook moeten uitstralen.
Niet-integer zijn is overigens geen synoniem voor niet goed functioneren, al gaan de twee wel vaak hand in hand. Een belangrijk verschil is dat bij een (ernstige) integriteitsschending doorgaans geen verbetertraject nodig is voordat maatregelen genomen kunnen worden. Een docent hoeft bijvoorbeeld niet vooraf gewezen te worden op het feit dat hij een collega of leerling geen klap in het gezicht mag geven.

Blogspot

Integriteit speelt onder meer een rol in de arbeidsrelatie tussen collega’s en tussen personeel en het schoolbestuur. Een voorbeeld van een integriteitsconflict tussen een leerkracht enerzijds en haar collega’s en het bestuur van de school anderzijds, is dat van de docente die haar echtgenoot voedde met verhalen over haar collega’s. Haar echtgenoot publiceerde deze verhalen vervolgens in een zogenaamde ‘blogspot’.
Het feit dat de docente geen afstand nam van de activiteiten van haar echtgenoot, maakte dat het ontslag van de docente ook in hoger beroep stand hield. Uiteraard dient ook het schoolbestuur zich integer op te stellen. Het onderwerp integriteit heeft dan ook een plaats in de code goed bestuur die het bevoegd gezag dient te hanteren. In de relatie tussen het personeel van de school en de leerlingen kunnen we ook wel spreken over ‘pedagogische integriteit’. Van een docent mag worden verwacht dat hij het vertrouwen van een leerling heeft, zodat hij die leerling zo goed mogelijk kan ondersteunen en scholen. Een docent dient echter ook voldoende professionele afstand tot een leerling te bewaren. Hij dient met andere woorden grenzen te stellen, terwijl tegelijk sprake is van een sterke afhankelijkheidsrelatie.

Doodshoofd

Het basisonderwijs verkeert daarbij in een bijzondere positie. De leerkrachten werken met jonge kinderen die een bijzonder kwetsbare doelgroep vormen. Van deze beroepsgroep mag, waar het de omgang met leerlingen betreft, een hoge mate van integriteit worden verlangd. Zo kon het door een groepsleerkracht van een openbare basisschool downloaden van een foto van haar nichtje, het op het gezicht een doodshoofd tekenen en het verzenden aan de ouders, niet los worden gezien van haar hoedanigheid van groepsleerkracht. Het hoogste rechtscollege voor het openbaar onderwijs stelde vast dat de ouders vertrouwen in een leerkracht moeten kunnen hebben en dat deze handeling de integriteit van de groepsleerkracht en het aanzien van de school (de openbare dienst) had aangetast.
Een ander voorbeeld is dat van de docent die tijdens de busreis terug van een schoolexcursie een leerling bij de arm greep om de leerling tot rust te manen. De docent mocht dat doen om de veiligheid tijdens de busreis te bevorderen. Het bij terugkomst op school wederom fysiek ingrijpen was echter niet toegestaan, want niet noodzakelijk.

Privé is privé?

Van het personeel van een basisschool mag ook worden verlangd, dat zij in hun vrije tijd de geschreven of ongeschreven integriteitsnormen eerbiedigen. Integriteitsschendingen in privétijd kunnen voor het schoolbestuur dan ook reden zijn om in te grijpen. De docent die via Facebook onoorbare contacten met een leerling onderhoudt, maakt zich schuldig aan plichtsverzuim, ook al vindt het contact buiten school en schooltijd plaats. Zowel uit het oogpunt van pedagogische integriteit, alsook omdat dergelijke gedragingen een negatieve weerslag op het imago van de school kunnen hebben. Dit betekent overigens niet dat al het grensoverschrijdend gedrag buiten de muren van de school reden voor het schoolbestuur is om in te grijpen.
Deze conclusie werd eind 2016 nog getrokken door het Gerechtshof Den Haag met betrekking tot de ontbinding van de arbeidsovereenkomst van een docent in het voortgezet onderwijs, wegens (vermeende) delicten die zich in de privésfeer hadden voorgedaan. Tegen deze docent was een strafzaak aanhangig gemaakt, onder meer omdat hij in zijn huis heimelijk opnamen zou hebben gemaakt van mannelijke sekspartners van 18 jaar en ouder. Hierover oordeelde het Gerechtshof dat deze gedragingen ‘geheel losstaan van het functioneren van de docent en volledig in de privésfeer hebben plaatsgevonden.’ Het feit dat de gefilmde mannen relatief jong zijn en dat over het delict in het Algemeen  Dagblad was gepubliceerd, maakte dit volgens het Gerechtshof niet anders.
Een verstrekkende conclusie. Zoals bij veel integriteitsgeschillen zijn de grenzen niet altijd helder waarneembaar. Het oordeel van een ander rechtscollege had zomaar anders uit kunnen pakken.
Overigens mocht dit oordeel van het Gerechtshof de docent niet baten: op zijn computer was namelijk ook kinderporno aangetroffen. Hoewel hij tegen deze aanklacht in hoger beroep was gegaan (hij zei dat hij het materiaal niet bewust had gedownload), rekende het Hof hem aan dat hij de school niet direct openheid van zaken had gegeven over deze ernstige strafrechtelijke aanklacht.

Voorkomen is beter dan genezen

Een integere school heeft niet alleen een integer bestuur en integere personeelsleden, maar draagt ook zorg voor een mechanisme binnen de school dat de integriteit van de school en de daar werkzame personen beschermt. Wat een onschendbare, eerlijke en onkreukbare medewerker wel of niet behoort te doen zal in veel gevallen duidelijk zijn, maar er is altijd een grijs gebied, waarbinnen de grenzen lastiger te trekken zijn.
Het schoolbestuur kan echter veel doen om ervoor te zorgen dat de grenzen duidelijker worden, zodat geen misstappen worden begaan en om, als het dan toch verkeerd gaat, adequaat in te kunnen grijpen. Zo kan een integriteits- of gedragscode met richtlijnen voor gewenst gedrag het personeel van de school handvatten bieden. Een dergelijke richtlijn is uiteraard nooit uitputtend, maar bevat met name veelvoorkomende dilemma’s, zoals het contact tussen docenten en leerlingen buiten schooltijd of op sociale media.
Daarnaast is het verstandig regels op te stellen waaruit blijkt wat de consequenties van niet-integer handelen kunnen zijn. Het schoolbestuur dient ook aandacht te besteden aan de Wet huis voor klokkenluiders die op 1 juli 2016 in werking is getreden. Sindsdien moeten werkgevers – waaronder onderwijsinstellingen – bij wie in de regel ten minste vijftig personen werkzaam zijn, een procedure vaststellen voor het omgaan met meldingen van vermoedens van een misstand binnen de organisatie.
Ten slotte kan het, zeker op het moment dat zich binnen een organisatie integriteitsdilemma’s hebben voorgedaan, geen kwaad om rigoureuzer te werk te gaan en het personeel over het onderwerp integriteit bij te scholen.

Reputatieschade

Als het schoolbestuur bij het vermoeden van een integriteitsgeschil niet snel actie onderneemt, kan een kwetsbare doelgroep gevaar lopen. Te laat ingrijpen kan ook tot reputatieschade voor de school en het bestuur leiden. Een gerucht verspreidt zich immers snel als dat niet op tijd beteugeld wordt. Wat integriteitsgeschillen – met name in het onderwijs – nu zo complex maken, is dat de benodigde snelle afhandeling tot ernstige schade kan leiden als later komt vast te staan dat niet kan worden bewezen dat de integriteitschendingen zijn gepleegd. De gevolgen daarvan kunnen dan nog moeilijk ongedaan gemaakt worden. Van ernstige reputatieschade kom je, zeker binnen het onderwijs, maar moeilijk af. Bewust of onbewust denkt men immers toch al snel dat waar rook is, ook vuur is.
Een bekend scenario is dat van een leerling die een docent van onverkwikkelijke zaken beschuldigt, waarna de school adequate en onherstelbare actie onderneemt, maar dat vervolgens blijkt dat de beschuldiging niet op waarheid berust. Niet alleen de docent kan last blijven houden van de beschuldigingen, ook voor het schoolbestuur kunnen de consequenties van een te snel en achteraf verkeerd oordeel erg vervelend zijn.
Zo werd een school voor voortgezet bijzonder onderwijs in 2010 veroordeeld tot betaling van een forse schadevergoeding aan een docente, over wie een onderzoeksbureau had vastgesteld dat zij door een leerling onterecht was beschuldigd van seksueel misbruik. De rechtbank rekende het het schoolbestuur met name aan dat het niet de kans had gegrepen om de docente direct na de uitkomst van het onderzoek te rehabiliteren. Hierdoor had het schoolbestuur ‘de kennelijk bij haar levende twijfels over de volledige onschuld van de docente onvermijdelijk overgebracht op door de school geïnformeerde betrokkenen’, met alle gevolgen van dien.

Feitenonderzoek

Hoe zorg je er als schoolbestuur dan voor om die feiten snel, maar vooral ook adequaat boven tafel te krijgen? Dat kan door het instellen van een feitenonderzoek. Is het integriteitsdilemma complex en bijzonder ernstig, dan is het verstandig om als bestuur enige afstand te nemen en het feitenonderzoek extern te laten uitvoeren. Dat kan bijvoorbeeld door de advocaat van de school of door een onderzoeksbureau. Zeer belangrijk is dat alle onderzoeksnormen in acht worden genomen. Denk aan het betrachten van de nodige voortvarendheid, maar vooral ook de zorgvuldigheid, het zo veel mogelijk achterwege laten van anonieme getuigen, het zorgen voor een deugdelijke verslaglegging en – niet te vergeten – het in acht nemen van hoor- en wederhoor. Uiteraard moet
bijzonder zorgvuldig worden omgegaan met zeer jonge getuigen.
Van een medewerker in het onderwijs mag overigens worden verlangd dat hij of zij direct openheid van zaken geeft over kwesties die voor de school van belang kunnen zijn, of die zich nu onder werktijd of in de privésfeer voordoen. Er zijn diverse uitspraken waaruit blijkt dat een rechter het een docent aanrekent als deze de school niet eigenstandig en tijdig informeert over het feit dat een strafzaak naar hem of haar aanhangig is gemaakt. Door het nalaten zelfstandig informatie aan het schoolbestuur te verstrekken, zal het schoolbestuur, op het moment dat de vermoedens of zelfs feiten naar buiten komen, minder controle kunnen houden en vaak zelfs al drastische maatregelen moeten nemen (bijvoorbeeld het informeren van de ouders) die achteraf niet zonder meer kunnen worden teruggedraaid. Dit komt dan voor rekening en risico van de docent.

Maak het bespreekbaar

Het is belangrijk om integriteit binnen de school bespreekbaar te maken. Zet het op de agenda, óók als zich nog geen (ernstige) integriteitsproblemen hebben voorgedaan. Het is een onderwerp dat zeker de nodige aandacht verdient.

Dit artikel verscheen in Basisschoolmanagement nummer 4 van 2017.

150 150 Joan
Vul hier uw zoekopdracht in