Parent power of ouderlijke onmacht?

Parent power of ouderlijke onmacht?

Mag een school in het primair openbaar onderwijs een leerling verwijderen die zelf niets te verwijten valt, maar ouders heeft die het zo bont maken dat de leerling niet langer te handhaven is binnen de school? Deze vraag speelde in een procedure die de ouders van een verwijderde leerling hadden aangespannen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. De ouders van de verwijderde leerling voerden in de procedure aan dat de leerling ten onrechte van school was verwijderd en vorderden terugkeer op de school en overplaatsing naar een andere klas in de bovenbouw. De Afdeling ging niet mee in het betoog van de ouders en stelde de ouders in het ongelijk (ABRvS 12 maart 2014, ECLI:NL:RVS:2014:1034)

Verwijdering van een leerling

In de jurisprudentie komen diverse redenen naar voren voor verwijdering van een leerling, met name gelegen in het gedrag van een leerling. Dat niet alleen het gedrag van de leerling  maar ook het gedrag van één of beide ouders verwijdering tot gevolg kan hebben is in de literatuur erkend. Er zijn echter maar weinig praktijkvoorbeelden waaruit blijkt in welke gevallen een ouder, of de ouders, het inderdaad zo bont hebben gemaakt dat de school mag overgaan tot verwijdering van een leerling.

Verwijdering door toedoen van de ouders

Een klein overzicht uit de jurisprudentie. De omstandigheid dat de ouder niet het gezag van de school als uitgangpunt nam en geen vertrouwen in de leiding en leerkrachten van de school had, droeg bij aan het oordeel van de rechter dat “een afscheid van de school aangewezen en in ieders belang lijkt” (o.a. LJN: AP4539 en LJN: AS4143). Herhaaldelijk wangedrag van de ouders als scheldpartijen en bedreigingen ten opzichte van diverse schoolmedewerkers (LJN: AA4718) of een onherstelbare vertrouwensbreuk tussen de ouders en de school kan tot gevolg hebben dat de leerling van een school mag worden verwijderd (LJN: AU0590). Maar onrust op een school als gevolg van een conflict tussen ouder en directeur van een basisschool, waaraan de kinderen in kwestie geen deel hadden, kon de rechterlijke toets bij de Rechtbank Amsterdam niet doorstaan (LJN: BA5260). De rechter was in die kwestie van oordeel dat de gevolgen voor de kinderen onevenredig waren in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen. Evenmin was reden voor verwijdering, de weigering van een leerling en zijn ouders om, na een incident, een verklaring te ondertekenen waarin stond dat de leerling geen provocerende kleding zou dragen (LJN AF6131).

Onwerkbare situatie

In de zaak die bij de Afdeling speelde was sprake van een onwerkbare situatie tussen de ouders en de school. De zoon van de ouders was toegelaten tot groep 4 van de school. Na enige tijd maakte de leerkracht haar zorgen over de voortgang en het gedrag van de leerling in de klas aan de ouders kenbaar. De ouders maakten vervolgens duidelijk dat zij het onderwijssysteem en de leerkracht ongeschikt achtten en stuurden vele e-mails met beschuldigingen naar de schoolleiding en andere ouders, ondanks het verzoek van de schoolleiding daarmee te stoppen. In gesprekken met de ouders en de vertrouwenspersoon van de ouders heeft de schoolleiding geprobeerd hulp te bieden en tot afspraken te komen. Nadat dit niet bleek te lukken en de ouders te kennen gaven dat ze in de leerkracht geen vertrouwen meer hadden, is de zoon, om de leraar te ontlasten en in het kader van de gestarte verwijderingsprocedure, tijdelijk in een klas in de bovenbouw geplaatst. Ook is de school op zoek gegaan naar andere scholen waar de zoon onderwijs zou kunnen gaan volgen.

De ouders hebben in de procedure bij de Afdeling onder meer naar voren gebracht dat de school niet tot verwijdering van de zoon had mogen besluiten nu de gestelde onwerkbare en onhoudbare situatie niet door hun toedoen was ontstaan. In dat kader stelden de ouders onder meer dat de school hun  klachten over gedrag van ouders van klasgenoten van hun zoon niet serieus had genomen. De ouders zijn verder van mening dat de scholen die zijn aangedragen, geen reële optie zijn, onder meer vanwege “de afstand (zeven tramhaltes) en de wijze waarop daar sinterklaas wordt gevierd”. De school stelde zich op het standpunt dat de samenwerking met de ouders die noodzakelijk is voor een goede ontwikkeling van de zoon, niet langer mogelijk was. De daardoor ontstane situatie was  onwerkbaar en onhoudbaar geworden en vormde de reden tot verwijdering van de zoon.De Afdeling  gaat mee in het standpunt van de school en is  van oordeel dat gelet op “de ontstane situatie” de school in redelijkheid tot het besluit heeft kunnen komen om de zoon van school te verwijderen “mede in aanmerking genomen dat een reëel alternatief voor de zoon (…) beschikbaar was”.

Beschikbaarheid van reële alternatieven voor een leerling

Uit de uitspraak kan worden opgemaakt dat een school een kind mag verwijderen, indien tussen de school en de ouders een onwerkbare situatie is ontstaan. Het verwijderen van een kind is een behoorlijk ingrijpend middel en mag slechts in uitzonderlijke gevallen worden toegepast. Als ouder moet je het dan ook wel zeer bont maken, wil dat gedrag reden zijn voor verwijdering van het kind. In de uitspraak komt naar voren dat de school diverse gesprekken heeft gevoerd met de ouders (en vertrouwenspersoon) en een tijdelijke overplaatsing heeft bewerkstelligd, maar dat partijen niet tot een oplossing hebben kunnen komen. De school zag dit probleem als een belemmering voor de goede ontwikkeling van het kind. De school heeft vervolgens een andere school bereid gevonden het kind toe te laten. Als laatste oplossing heeft de school gekozen voor een verwijdering van het kind.

In de jurisprudentie zijn maar weinig voorbeelden voorhanden van een verwijdering wegens samenwerkingsproblemen met ouders. Zeker in een tijd waar scholen worden geconfronteerd met alsmaar mondiger ouders, kan een eindoplossing voor een onwerkbare situatie zijn gelegen in verwijdering van het kind. De uitspraak RvS geeft in ieder geval aan, dat bij een onwerkbare situatie met de ouders en een reëel alternatief voor het kind, een school tot verwijdering van een kind over mag gaan.

Chantal de Blaeij.

150 150 Joan
Vul hier uw zoekopdracht in