Spraakmakend ontslag op staande voet van twee docenten wegens het verzwijgen van een ontoelaatbare relatie

Spraakmakend ontslag op staande voet van twee docenten wegens het verzwijgen van een ontoelaatbare relatie

Een spraakmakende zaak

In de media is de bijzondere zaak die ik nu bespreek niet onopgemerkt gebleven. Wat was er aan de hand?  Een docente had een buitenechtelijke relatie met een collega-docent, die zij niet meldde bij de school. Haar 17-jarige dochter, die ook een leerling op de school was en die ernstige psychische problemen had, vertelde haar moeder dat zij ook een seksuele relatie had met dezelfde (collega-) docent. De relaties werden toen verbroken maar de docente heeft ook de relatie van haar (minderjarige) dochter met de collega-docent niet bij de school gemeld. Een tijd later, kort voor een schoolreis, kwam de docente er achter dat de relatie tussen haar dochter en de collega-docent hervat was. Onder druk van de docente heeft haar mannelijke collega-docent toen zijn relaties met de dochter en met de docente gemeld bij de school en hij werd daarna op staande voet ontslagen. De school liet de vrouwelijke docente met rust tot zij terug was van schoolreis, voerde daarna een gesprek met haar, waarna ook zij op staande voet werd ontslagen, vanwege het verzwijgen van de relatie van haar collega met haar destijds nog minderjarige dochter (die toen ook nog een leerling was van de school). Of de mannelijke docent het ontslag nog heeft aangevochten is mij niet bekend maar dat het volstrekt ontoelaatbaar is om een seksuele relatie aan te gaan met een minderjarige, kwetsbare leerling van de school, zal weinig stof voor discussie geven. Juridisch is er wel getwist over het ontslag van de docente die deze relatie niet aan de school meldde, ter bescherming van haar dochter. Was desondanks ook voor haar een ontslag op staande voet gerechtvaardigd?

Wat vond de kantonrechter?

De kantonrechter (Rechtbank Gelderland 29-08-205, ECLI:NL:RBGEL:2025:7249) vond het ontslag op staande voet te ver gaan. Hoewel de kantonrechter vond dat de docente de seksuele relatie van haar dochter met een collega-docent had moeten melden, mocht zij volgens de rechter, als moeder, het belang van haar psychisch kwetsbare kind voorrang geven. Volgens de kantonrechter was de docente in die tijd ook niet in staat zelf helder te denken. De docente berustte in het ontslag (ze vond een andere baan) maar vorderde wel allerlei vergoedingen. De kantonrechter sprak uit dat het ontslag onterecht gegeven was. Er werd geen billijke vergoeding toegekend maar wel een opzegvergoeding en de transitievergoeding. De school moest in totaal meer dan € 50.000,– betalen aan de docente.

Wat oordeelde het gerechtshof?

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (uitspraak van 23-03-3026, ECLI:NL:GHARL:2026:1714) vond het ontslag op staande voet van de docente geheel terecht. Het hof wijst op dat de wet- en regelgeving in het onderwijs en stelt dat daaruit onmiskenbaar volgt dat voor de docente de plicht gold om direct bij de schoolleiding melding te doen van de seksuele relatie tussen de dochter, toen zij nog minderjarig en leerling van de school was. Volgens het Hof mag alleen in uitzonderlijke (overmacht)situaties die meldplicht worden genegeerd en had de docente de relatie in ieder geval veel eerder moeten melden. Volgens het hof was er daarom wel een dringende reden voor ontslag op staande voet. De docente moest de vergoeding die de kantonrechter had opgelegd terugbetalen.

Nuttig voor de praktijk is dat het hof ook uitsprak dat het ontslag op staande voet op tijd gegeven was, ondanks het feit dat eerst de schoolreis van een week was afgewacht. De school mocht wachten tot zij de docente eerst persoonlijk had gesproken en het hof gaf aan dat de situatie niet zo urgent was dat de schoolreis meteen afgebroken had moeten worden.

Wat kan de onderwijspraktijk leren uit de uitspraak in deze zaak?

Dat een docent geen seksuele relatie mag aangaan met een minderjarige leerling en dat een ieder die weet daarvan heeft dat meteen hoort te melden aan de schoolleiding, zou  voor iedereen binnen het onderwijs bekend moeten zijn. Uit deze zaak blijkt dat het helaas nog niet altijd een vanzelfsprekendheid is. De uitspraak van het hof is een goede aanleiding om aan dit onderwerp nog weer aandacht te geven binnen scholen, bijvoorbeeld in de vorm van een integriteitstraining.

Belangrijk is ook dat de zaak leert dat een ontslag op staande voet op een school geen ‘no go’ hoeft te zijn. Soms is een ontslag op staande voet nodig en ook goed verdedigbaar, als de feiten daarvoor aanleiding geven. Als in zo’n situatie niet gekozen wordt voor een ontslag op staande voet, ontstaat immers meteen de vraag wat dan wel gedaan moet worden. Natuurlijk kan geprobeerd worden in overleg een oplossing te vinden maar als de werkgever de ‘kans’ van een ontslag op staande voorbij laat gaan, betekent dit dat het soms veel lastiger kan worden om tot een goede oplossing te komen. Een alternatief kan zijn om in zo’n situatie een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst te doen maar dat vergt veel meer tijd.

De uitspraak van het hof bevestigt ook dat als er nog eerst wat onderzoek nodig is, zoals het eerst horen van de werknemer, daarvoor de tijd genomen mag worden. Dat betekent niet dat een ontslag op staande voet dan al te laat is.

Een ontslag op staande voet mag niet lichtvaardig gegeven worden en kan tot een procedure leiden maar als er reden toe is, moet niet te lang geaarzeld worden. Capra denkt graag met u mee als u voor zo’n lastige zaak komt te staan.

150 150 Joan
Vul hier uw zoekopdracht in