Uitgesproken: Luxe broodjes

Uitgesproken: Luxe broodjes

Voor een ambtenaar ontslag kan worden verleend wegens ongeschiktheid, anders dan wegens ziekte (ook wel functionele ongeschiktheid genoemd), moet een verbetertraject worden doorlopen. Dat moet ermee beginnen dat de ambtenaar te horen krijgt dat zijn functioneren zodanig is dat hij “in de gevarenzone verkeert”, zoals de Centrale Raad van Beroep het in een aantal uitspraken heeft genoemd, met andere woorden dat hij een laatste kans krijgt om zijn functioneren te verbeteren. Dat verbetertraject is volgens de Raad alleen in “bijzonder sprekende gevallen” niet vereist. De uitspraken waarin de Raad tot nu toe oordeelde dat zo’n bijzonder sprekend geval aanwezig was zijn op de vingers van twee handen te tellen, en betreffen alle gevallen waarin de ambtenaar het ook wel heel bont had gemaakt. Ter illustratie: één van die uitspraken betrof een docent aan de Politieacademie in wiens schuurtje een hoeveelheid eerder door de politie in beslag genomen drugs werd aangetroffen, die hij uit een politiebureau had ontvreemd. Dat de Raad hier vond dat een verbetertraject niet nodig was is logisch: zo iemand kan immers nooit meer met enige geloofwaardigheid als opleider van politieambtenaren optreden. Maar voor de overgrote meerderheid van de ontslagen wegens functionele ongeschiktheid geldt dus dat een verbetertraject moet worden doorlopen.

Soms heeft het bestuursorgaan al twijfels over de geschiktheid van de ambtenaar als die nog tijdelijk is aangesteld bij wijze van proef. Vanuit juridisch oogpunt doet het er dan het beste aan die ambtenaar geen verdere aanstelling te verlenen. Een besluit om na een proefaanstelling geen vaste aanstelling te verlenen heeft het in een juridische procedure veel makkelijker dan een besluit tot ontslag wegens functionele ongeschiktheid van een ambtenaar in vaste dienst.

Toch wordt in zulke gevallen af en toe een vaste aanstelling verleend. Daar kunnen ook best goede redenen voor zijn: als de ambtenaar erg zijn best doet en aan het einde van de proeftijd zowaar toch nog enige vorderingen lijkt te maken zullen veel leidinggevenden geneigd zijn om hem het voordeel van de twijfel te geven. Als hij dan na zijn vaste aanstelling toch niet goed blijkt te kunnen functioneren wil het bestuursorgaan in een ontslagprocedure nog wel eens teruggrijpen op de kritiek die op de ambtenaar in zijn proeftijd is geuit, en stellen dat hem daarmee al een verbetertraject is geboden. Daar komt het bijna nooit mee weg. De ambtenarenrechter pleegt te oordelen dat, gegeven het feit dat de ambtenaar een vaste aanstelling is verleend, de kritiek tijdens de proeftijd niet echt ernstig was.

De hier besproken uitspraak vormt daarop een uitzondering. Een ambtenaar werd in november 2011 aangesteld bij het Ministerie van Veiligheid en Justitie, in tijdelijke dienst voor één jaar. Hij werd tewerkgesteld bij de ketenpartners politie en dienst justitiële inrichtingen. Kennelijk was zijn functioneren niet van dien aard dat het verlenen van een vaste aanstelling na dat jaar al verantwoord werd geacht. De aanstelling werd met een jaar verlengd. Vrijwel direct daarop kreeg hij ruzie met een brigadier op het politiebureau waar hij tewerk was gesteld, omdat hij een dienstopdracht op brutale wijze negeerde (lezer, probeer u voor te stellen hoe iemand een dienstopdracht op brutale wijze negeert). Hij werd naar een ander politiebureau verplaatst, en hij kreeg bericht dat zijn handelen als plichtsverzuim werd aangemerkt. Een paar maanden later kreeg hij ruzie met de teamchef op zijn nieuwe werkplek, waarbij hij zijn stem verhief en ongepaste bewoordingen gebruikte, zodat hij naar een derde werkplek verplaatst moest worden. Ditmaal moest hij ook een coachingstraject doorlopen om te leren omgaan met hiërarchie.

Kennelijk functioneerde hij afgezien van zijn korte lontje goed, want in november 2013 kreeg hij zijn vaste aanstelling, maar daarbij werd wel opgemerkt dat als hij zich in de toekomst weer schuldig zou maken aan een soortgelijk incident (kun je je wel schuldig maken aan een incident? De uitspraak noemt het in ieder geval zo) of enige andere vorm van plichtsverzuim de Minister onverwijld disciplinaire maatregelen zou treffen en het dienstverband zou beëindigen.

Weer een paar maanden later werd er een doos met luxe broodjes bezorgd “door een onbekende leverancier”. Volgens het geldende integriteitsprotocol was dat een gift die niet aangenomen had mogen worden. Dat werden ze wel, en dat snap ik heel goed. Ik neem aan dat de doos in ontvangst werd genomen door de portier, dat die vervolgens vroeg wie die broodjes had besteld, en dat toen pas bleek dat niemand die besteld had.

Daar zit je dan met die broodjes, en weggooien is ook zo wat, zeker met luxe broodjes, dus de broodjes werden door onze ambtenaar en anderen in de portiersloge opgegeten. En dat mag niet. De eters werden dus door de leidinggevende belerend toegesproken, en daarop maakte onze ambtenaar met luide stem heftige verwijten.

De Minister ging niet over tot strafontslag, maar tot ontslag wegens functionele ongeschiktheid. De rechtbank en de Centrale Raad van Beroep lieten dat ontslag in stand. De ambtenaar die er structureel blijk van geeft geen autoriteit te accepteren is (uiteraard) ongeschikt voor zijn functie. Met de mededeling dat sprake was geweest van plichtsverzuim was betrokkene in kennis gesteld van het ontoelaatbare van zijn gedrag, zodat hem duidelijk moest zijn dat hij zich ervan diende te onthouden. Met het aanbieden van de coaching had de Minister betrokkene bovendien de middelen aangereikt om zijn functioneren te verbeteren. Dat betrokkene nadien een vaste aanstelling was verleend betekende in dit geval niet dat de daarvoor geuite kritiek niet zwaarwegend was, door de bij die aanstelling uitdrukkelijk gegeven waarschuwing dat bij herhaling van ongewenst gedrag ontslag zou volgen.

De moraal: het bestuursorgaan dat na een proefaanstelling gerede twijfel heeft of een ambtenaar wel geschikt is voor zijn functie, maar hem toch een vaste aanstelling wil geven, doet er in ieder geval goed aan die twijfels in het besluit waarbij die vaste aanstelling wordt verleend te benoemen en te vermelden dat ontslag zal worden verleend als het functioneren niet (nog verder) verbetert. Maar vanuit juridisch oogpunt doet het er nog beter aan om die ambtenaar geen vaste aanstelling te verlenen.

Pieter Joost Schaap

150 150 Joan
Vul hier uw zoekopdracht in