Een onderwijsinstelling is ernstig tekortgeschoten nadat zij meer dan tien meldingen over haar schooldirecteur had ontvangen. Het ingestelde onderzoek door een extern bureau wordt door de kantonrechter ‘niet-representatief’ genoemd. Ook wordt de school aangerekend dat de gemaakte verwijten niet overeenkomen met de inhoud van het onderzoeksrapport. Hoewel de schooldirecteur geen blaam treft, wordt de arbeidsovereenkomst alsnog door de kantonrechter ontbonden vanwege een verstoorde arbeidsrelatie. De schooldirecteur heeft aanspraak op een billijke vergoeding van € 150.000.
Ernstige aantijgingen
De door de onderwijsinstelling ontvangen meldingen zagen onder meer op grensoverschrijdend gedrag van de directeur. Naar aanleiding hiervan is de schooldirecteur geschorst en is een extern onderzoeksbureau ingeschakeld.
Na afronding van het onderzoek is de onderwijsinstelling een gerechtelijke procedure gestart wegens (ernstig) verwijtbaar handelen van de directeur. Met verwijzing naar het onderzoeksrapport wordt hem onder meer verweten: grensoverschrijdend gedrag richting leerlingen en medewerkers, financieel niet‑integer handelen en het gebruik van alcohol onder werktijd.
Geen verwijtbaar handelen
De kantonrechter oordeelt dat er geen (ernstig) verwijtbaar handelen kan worden vastgesteld. Ten aanzien van het vermeende alcoholgebruik overweegt de kantonrechter dat hiervoor geen enkele onderbouwing bestaat. Op basis van één verklaring, die bovendien door de schooldirecteur wordt betwist, kan zonder aanvullend bewijs niets worden vastgesteld. Ook een gebrek aan financiële integriteit kan niet worden aangenomen. Dat het gebruik van de bankpas voor boodschappen ten behoeve van personeel niet zou zijn toegestaan, blijkt nergens uit, zodat dit handelen niet als verwijtbaar kan worden aangemerkt. Daarnaast had de onderwijsinstelling de directeur eerst moeten aanspreken. Het vermeende grensoverschrijdende gedrag kan evenmin tot ontbinding leiden, omdat de uitkomst van het onderzoek daar geen aanleiding toe geeft.
Hoewel de onderwijsinstelling heeft aangegeven dat diverse ouders klachten tegen de directeur zouden hebben ingediend, is daarvan geen bewijs geleverd. Het onderzoeksbureau heeft bovendien geen leerlingen of ouders gehoord. De omstandigheden die zouden duiden op grensoverschrijdend gedrag richting leerlingen zijn uitsluitend afgeleid uit verklaringen van (oud-)medewerkers, terwijl het beschreven gedrag naar het oordeel van de kantonrechter algemeen van aard is en er geen concrete voorvallen naar voren zijn gebracht. Het door de school geschetste beeld strookt daarnaast niet met de verklaring van vijf medewerkers over de schooldirecteur. Deze medewerkers hadden zich aangemeld om gehoord te worden in het kader van het onderzoek, maar aan hun verzoek is geen gehoor gegeven. Volgens de kantonrechter maakt het niet horen van deze medewerkers het onderzoek ‘selectief’ en ‘niet‑representatief’.
Voorts overweegt de kantonrechter dat de schooldirecteur wordt verweten dat een groot aantal teamleden de onderwijsinstelling heeft verlaten, terwijl nergens uit blijkt dat het personeelsverloop aan hem is toe te schrijven. Daarnaast benadrukt de kantonrechter dat het opmerkelijk is dat het bestuur al in september 2024 door een externe vertrouwenspersoon is geïnformeerd over meldingen over de directeur, maar hier niets mee heeft gedaan. Evenmin heeft het bestuur begin 2025 actie ondernomen naar aanleiding van het signaal van de vertrouwenspersoon dat er tenminste tien meldingen van medewerkers waren binnengekomen. De kantonrechter toont zich hiermee kritisch op de handelwijze van de school.
Volgens de kantonrechter is daarnaast onvoldoende aandacht besteed aan de context van de meldingen. De directeur werd verweten dat hij autoritair, dominant en controlerend was, maar volgens de kantonrechter hangt dit gedrag samen met de ‘pittige opdracht’ die hij had gekregen. De directeur moest immers ingrijpende veranderingen binnen de onderwijsinstelling doorvoeren omdat deze slecht functioneerde en bij zijn aantreden sprake was van een toxische werkcultuur. Uit de rapporten van de onderwijsinspectie blijkt dat hij deze opdracht succesvol heeft opgepakt. Indien het bestuur moeite had met de leiderschapsstijl van de directeur, had zij hem daarop eerder moeten aanspreken. Bovendien volgt uit het feit dat enkele betrokkenen het gedrag van de directeur als onwenselijk hebben ervaren, in deze omstandigheden niet dat geconcludeerd kan worden dat sprake is geweest van grensoverschrijdend gedrag.
Verstoorde arbeidsrelatie
De kantonrechter oordeelt dat er sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding, wat voldoende reden is om de arbeidsovereenkomst te beëindigen. Hoewel aanvankelijk geen sprake was van een verstoorde verhouding, is deze gedurende het proces ontstaan. Geconstateerd wordt een diepe vertrouwensbreuk tussen de directeur en diverse collega’s en het bestuur. De kantonrechter betrekt daarbij dat aan de directeur vergaande verwijten zijn gemaakt, sprake was van een langdurige schorsing en dat over de zaak in de media is bericht. Hierdoor is de positie van de directeur onhoudbaar geworden.
Billijke vergoeding
De kantonrechter kent aan de schooldirecteur een billijke vergoeding toe. De onderwijsinstelling wordt verweten dat zij niet met de schooldirecteur in gesprek is gegaan en tevens onzorgvuldig heeft gehandeld omtrent de schorsing en het onderzoek. De onderwijsinstelling had oog moeten hebben voor de belangen van de directeur door ook de context van de meldingen bij het onderzoek te betrekken en zij had erop moeten toezien dat een representatief onderzoek zou plaatsvinden. De kantonrechter veroordeelt de onderwijsinstelling tot betaling van een billijke vergoeding van € 150.000. Daarnaast moet zij de transitievergoeding, de proceskosten en advocaatkosten van de schooldirecteur voldoen.
Tot slot
Uit deze uitspraak komt naar voren dat een andere aanpak van de zaak tot een andere uitkomst had kunnen leiden. Daarmee wordt onder meer het belang van een zorgvuldig en deugdelijk uitgevoerd onderzoek onderstreept. Wij beschikken over ruime ervaring met feitenonderzoeken, onder andere bij integriteitskwesties. Capra Advocaten gebruikt hierbij een onderzoeksprotocol. Herhaaldelijk is gebleken dat onderzoeken die conform dit protocol worden uitgevoerd de rechterlijke toets doorstaan.
Bij vragen over het uitvoeren van een feitenonderzoek kunt u contact opnemen met ondergetekende of met uw vaste contactpersoon.
Contact over dit onderwerp
William van Wijngaarden
Gerelateerd
Lunchwebinar: Integriteit in de zorg: juridische kaders en praktische dilemma’s
Lunchwebinar 22 juni 2026
lees meerOntslagen schooldirecteur krijgt hoge billijke vergoeding na selectief onderzoek
Artikel
lees meerMeer zekerheid in complexe arbeidsrechtelijke dossiers bij publieke werkgevers
Artikel
lees meerOntslag en terugbetaling van meer dan €100.000,- aan spookfacturen
Artikel
lees meerCapra Podcast 16: Richtlijn loontransparantie
Artikel
lees meer1e Wo(o)ensdag van de maand: intern beraad en persoonlijke beleidsopvattingen
Artikel
lees meer