Op de laatste dag van 2019 heeft de kantonrechter te Utrecht nog een uitspraak gedaan waarover het laatste woord nog niet is gezegd. Op de website van de VO-Raad wordt expliciet stelling genomen tegen deze uitspraak; de AOb kopt juichend: AOb wint rechtszaak over zwangerschapsverlof voortgezet onderwijs.
Werkgever: geen compensatie voor herfst- en kerstvakantie tijdens zwangerschapsverlof
De kwestie ging over een docente aan een school voor VO, die begin september met zwangerschaps- en bevallingsverlof ging, verzocht haar werkgever om compensatie voor de vakantie-uren die zij in die periode miste. Het betroffen de vakantie-uren in de herfstvakantie en in de kerstvakantie.
Overeenkomstig de regeling in het VO (zie artikel 15.1 lid 7 cao VO) wees de werkgever dit verzoek af. De cao VO kent in geval van zwangerschaps- en bevallingsverlof alleen compensatie toe aan de vrouwelijke werknemer als sprake is van samenloop met de zomervakantie. Het artikel sluit expliciet compensatie uit als sprake is van samenloop van andere schoolvakanties en de vijf extra dagen vakantieverlof die volgens de cao worden toegekend. De werkgever meende dan ook een sterke zaak te hebben; voor deze strikte uitleg van de regels is bovendien steun te vinden in diverse uitspraken van de Hoge Raad.
Kantonrechter wijst beroep op arresten Hoge Raad af
De kantonrechter ging echter voorbij aan de argumentatie van de werkgever. Volgens de kantonrechter is een beroep op de (in de uitspraak) aangehaalde uitspraken van de Hoge Raad niet meer aan de orde, omdat de tekst van het artikel uit de cao zodanig gewijzigd is dat geen sprake meer is van een sekseneutrale formulering (hetgeen wel aan de orde was ten tijde van de genoemde uitspraken). Expliciet wordt in het cao-artikel verwezen naar de vrouwelijke werknemer, waarmee, volgens de kantonrechter, een direct onderscheid wordt gemaakt naar geslacht (zijnde een onderscheid op grond van zwangerschap, bevalling en moederschap (artikel 7:646 lid 5 BW)).
Europees Hof: werkneemster mag jaarlijkse vakantie op ander moment nemen
De kantonrechter verwijst in de onderbouwing ook nog naar een arrest van het Europese Hof van Justitie uit 2004 (18 maart 2004, Gómez). Het Hof bepaalde hier dat een werkneemster haar jaarlijkse vakantie in een andere periode moet kunnen nemen dan gedurende haar zwangerschapsverlof, ook wanneer het zwangerschapsverlof samenvalt met de periode van de jaarlijkse vakantie die algemeen bij bedrijfsakkoord is vastgesteld voor het gehele personeel. Volgens de kantonrechter geldt dit ook in de situatie van het onderwijs, waar een bijzondere vakantieregeling is opgenomen met een vakantieregeling, die ook langer is dan het wettelijke minimum van vier weken.
Kantonrechter zet ook parlementaire geschiedenis opzij
Er treedt benadeling op van de vrouwelijke werknemer die zwangerschaps- en bevallingsverlof opneemt, omdat de aard van dit verlof een heel andere is dan het recht op jaarlijkse vakantie. Als de beide vormen van verlof samenvallen, dan heeft de vrouwelijke werknemer recht op compensatie van het vakantieverlof dat zij niet heeft kunnen genieten.
Ook op een andere grondslag zou de vordering van de docente toewijsbaar zijn volgens de kantonrechter, namelijk strijd met artikel 3:4 Wet arbeid en zorg (Wazo). Dit artikel bepaalt dat dagen waarop de werknemer de arbeid niet verricht wegens zwangerschapsverlof niet aangemerkt kunnen worden als vakantie.
Het bijzondere in deze kwestie is dat de kantonrechter in de overwegingen expliciet de parlementaire geschiedenis bij dit artikel aan de kant zet. Daarin is namelijk de toepasselijkheid van dit artikel uitgesloten bij de samenloop van zwangerschapsverlof tijdens de vastgestelde vakanties in met name het onderwijs. “In het licht van het arrest Gómez is inmiddels duidelijk dat dit niet juist is”, aldus de kantonrechter.
De uitspraak levert voldoende stof op voor discussie
De bepaling in de cao VO, waar de school niet van af kon wijken omdat de cao een standaardcao is, zou zomaar eens, gezien de redenering van de rechtbank, strijd met de wetgeving inzake gelijke behandeling kunnen opleveren. De argumentatie die de kantonrechter heeft gebruikt, overtuigt mij wel. En hoewel de redenering van de school (en de VO-Raad) ook wel te volgen is, te weten dat in het (voortgezet) onderwijs geen sprake is van toekenning van verlof of opbouw van verlof en dat het verlof door de cao wordt geregeld, roept het specifieke onderscheid dat zwangerschaps- en bevallingsverlof dat in de zomervakantie wordt genoten wél wordt gecompenseerd en als het wordt genoten in de andere vakanties niet, op zijn minst vraagtekens op.
In het primair onderwijs wordt dat onderscheid niet gemaakt. Het huidige artikel 3.36 cao PO (de nieuwe tekst is nog niet beschikbaar) biedt compensatie voor alle vakantieverlof, ongeacht wanneer het schoolverlof valt. Deze uitspraak zal ongetwijfeld een vervolg kennen: de website van de VO-Raad geeft een duidelijke hint naar het instellen van hoger beroep.
Contact over dit onderwerp
Ad Kerkhof
Gerelateerd
Uitschrijving uit het doelgroepregister = einde arbeidsovereenkomst?
Artikel
lees meer15-20 klachten van AOIS over hoofdopleider, maar ontbinding tóch afgewezen
Artikel
lees meerJurisprudentie selectie Zorg – november 2024
Artikel
lees meerDaar zakt me de broek van af… een uitspraak over wangedrag in de zorg
Artikel
lees meerArbeidsongeschikte werknemer onbereikbaar. Wat nu?
Artikel
lees meerDe arbeidsrechtelijke worsteling met diversiteit
Artikel
lees meer