Rechtspositionele maatregelen voorafgaand aan de normalisering

Rechtspositionele maatregelen voorafgaand aan de normalisering

Rechtspositionele maatregelen voorafgaand aan de normalisering 150 150 Capra Advocaten
image_pdf

Een docent van de Universiteit Utrecht werd onlangs op non-actief gesteld toen hij, als reactie op de verkiezingswinst van Forum voor Democratie, de vraag “Volkert waar ben je?” op Facebook stelde. Deze oprisping leverde hem een non-actiefstelling en vervolgens een voorwaardelijk strafontslag met een proeftijd van twee jaar op. Twee rechtspositionele maatregelen die anno 2019 nadere aandacht verdienen omdat de maatregelen zijn opgelegd door een openbare universiteit die door de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) wordt geraakt. Door inwerkingtreding van deze wet (naar verwachting op 1 januari 2020) zal de rechtspositie van de ambtenaren van de universiteit worden ‘genormaliseerd’, wat wil zeggen dat op hun dienstbetrekkingen het Burgerlijk Wetboek van toepassing wordt

De non-actiefstelling

Met klachten en/of vermoedens van ernstig handelen moet uiteraard voorzichtig worden omgegaan, in het belang van de klager én de docent. Vaak kan alleen door onderzoek te verrichten de precieze toedracht en de draagwijdte van het gedrag worden vastgesteld. Aan de hand van die onderzoeksresultaten kan vervolgens worden besloten of een rechtspositionele maatregel op zijn plaats is. In beginsel is het niet onredelijk dat de werkgever daarbij de aanwezigheid van de medewerker op school ongewenst vindt. Een schorsing kan – zoals hier waarschijnlijk aan de orde was – ook dienen om de werkgever enige tijd te bieden zich over die rechtspositionele maatregel te beraden en daar eventueel advies over in te winnen. Dit is onder het civiele arbeidsrecht niet anders.
Indien een instelling als de Universiteit Utrecht die onder de Wnra valt de zwaarste disciplinaire maatregel niet bij voorbaat uitsluit, dan dient wel bijzondere aandacht uit te gaan naar het feit dat de periode van schorsing niet onnodig lang mag duren. Nu is een onnodig lange schorsing onder het ambtenarenrecht natuurlijk ook niet toegestaan, maar onder het arbeidsrecht kan het zelfs tot gevolg hebben dat een in aansluiting op de schorsing verleend ontslag op staande voet door de kantonrechter wordt vernietigd. Een belangrijk verschil met het huidige ambtenaarrechtelijke strafontslag, is namelijk dat voor het ontslag op staande voet als voorwaarde geldt dat het ‘onverwijld’ wordt verleend. Uitstel is slechts in minimale mate acceptabel.
Het vereiste van onverwijld handelen betekent overigens niet dat vanaf 2020 geen feitenonderzoeken meer kunnen worden verricht. Een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland van 10 april 2019 illustreert dit. Een scholengemeenschap in Volendam ontsloeg zijn hoofd ICT op staande voet nadat uit een feitenonderzoek bleek van nevenwerkzaamheden. De kantonrechter overwoog dat de scholengemeenschap voldoende voortvarend had gehandeld. Hoffmann Bedrijfsrecherche had voor de scholengemeenschap een onderzoek uitgevoerd en in dat kader op dinsdag 11 december 2018, vrijdag 14 december 2018 en dinsdag 8 januari 2019 observaties gedaan. In een gesprek van 9 januari 2019 is de medewerker hiermee geconfronteerd en is hij geschorst. Vervolgens is de medewerker verzocht om een gesprek op 11 januari 2019, welk gesprek op verzoek van de advocaat van de medewerker is verplaatst naar 15 januari 2019. Op die laatste datum is de medewerker op staande voet ontslagen, nadat het gesprek had plaatsgevonden. De uitspraak schetst dat in het kader van een zorgvuldig onderzoek best enige tijd mag verstrijken, zolang dat maar niet onnodig gebeurt.

Voorwaardelijk ontslag

Zoals gezegd, werd de universitair docent na de non-actiefstelling met een strafontslag geconfronteerd. Die maatregel werd echter niet direct uitgevoerd. Het ontslag werd hem voorwaardelijk opgelegd; een typisch ambtenaarrechtelijke maatregel. Het houdt in dat als de docent zich binnen (in casu) twee jaar schuldig maakt aan een al dan niet vergelijkbare vorm van plichtsverzuim, het ontslag ten uitvoer zal worden gelegd. Als de docent deze proeftijd niet doorkomt, zal een tenuitvoerleggingsbesluit worden genomen. Uit vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep volgt, dat bij een besluit over tenuitvoerlegging van voorwaardelijk ontslag, naast de beoordeling of het gepleegde plichtsverzuim uitvoering van de eerder opgelegde voorwaardelijke straf rechtvaardigt, geen plaats meer is voor een evenredigheidstoetsing.
De oplettende lezer realiseert zich dat de proeftijd de datum van inwerkingtreding van de Wnra overschrijdt. Het is maar de vraag wat precies nog de betekenis zal zijn van het voorwaardelijk ontslag na 1 januari 2020. Het Burgerlijk wetboek kent de figuur van voorwaardelijk ontslag namelijk niet. Als de docent in 2020 een fout maakt waarmee de voorwaarde van het ontslagbesluit wordt vervuld, dan zal de werkgever geen besluit tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk strafontslag kunnen nemen, maar dient hij (als hij een vergelijkbare maatregel wenst) ontslag op staande voet te verlenen. Een kantonrechter zal dan echter niet alleen toetsen of de gedraging subjectief en objectief een dringende reden oplevert, maar ook of een ontslag op staande voet evenredig is.
Hieruit kunnen we concluderen dat het, hoe dichter we de normaliseringsdatum naderen, het steeds minder zin heeft ernstig handelen te bestraffen met een voorwaardelijk strafontslag. Instellingen die binnenkort onder de Wnra vallen kunnen beter volstaan met een ferme schriftelijke (finale) waarschuwing, onder uitdrukkelijke vermelding van de consequenties bij een nieuwe overtreding.

Advies

De casus van de universiteitsdocent leert dat instellingen die onder de Wnra vallen zich dit jaar in een overgangsfase bevinden en dat zij, indien ze voornemens zijn een orde- of strafmaatregel op te leggen, goed in kaart moeten brengen hoe die maatregel zal worden geïnterpreteerd door een civiele rechter. Het is zonder meer verstandig om daarover juridisch advies in te winnen.

Contact over dit onderwerp

Eliza Christiaansen

Eliza Christiaansen

Advocaat
Vestiging:
Den Haag
Sector:
Overheid, Onderwijs
Expertteam:
Arbeidsrecht, Ambtenarenrecht, Normalisering
Telefoon:
070 - 36 48 102
Mobiel:
06 42 55 06 80

Gerelateerd

Als werkgever beter gebruik maken van de adviezen van de bedrijfsarts 150 150 Capra Advocaten

Als werkgever beter gebruik maken van de adviezen van de bedrijfsarts

In één middag op de hoogte over alles wat u moeten over de adviezen van de bedrijfsarts

lees meer
Reorganiseren kun je leren: reorganisatie in de publieke sector 150 150 Capra Advocaten

Reorganiseren kun je leren: reorganisatie in de publieke sector

In één middag op de hoogte over alles wat u moeten over een reorganisatie

lees meer
Integriteit in het onderwijs lastig? 150 150 Capra Advocaten

Integriteit in het onderwijs lastig?

Artikel

lees meer
Wat houdt de NOW-regeling 2.0 in? 150 150 Capra Advocaten

Wat houdt de NOW-regeling 2.0 in?

Artikel

lees meer
De eerste ‘coronacrisis’-uitspraken zijn een feit 150 150 Capra Advocaten

De eerste ‘coronacrisis’-uitspraken zijn een feit

Artikel

lees meer

Blijf op de hoogte

Blijf op de hoogte over ontwikkelingen, interessante jurisprudentie en wetswijzigingen op het gebied van arbeidsverhoudingen binnen de sectoren overheid, onderwijs en zorg. Selecteer welke nieuwsbrieven u wilt ontvangen en wij houden u op de hoogte.

Vestiging Den Haag
Laan Copes van Cattenburch 56
2585 GC Den Haag
Telefoon 070-364 81 02
Fax 070-361 78 47
denhaag@capra.nl

Vestiging ‘s-Hertogenbosch
Bastion Vught 1
5211 CZ ‘s-Hertogenbosch
Telefoon 073-613 13 45
Fax 073-614 82 16
s-hertogenbosch@capra.nl

Vestiging Zwolle
Terborchstraat 12
8011 GG Zwolle
Telefoon 038-423 54 14
Fax 038-423 47 84
zwolle@capra.nl

Vestiging Maastricht
Spoorweglaan 7
6221 BS Maastricht
Telefoon 043-7 600 600
Fax 043-7 600 609
maastricht@capra.nl