Selectie Jurisprudentie Onderwijs 3e kwartaal 2018

In deze Selectie jurisprudentie Onderwijs komen vier interessante uitspraken aan bod. Over “Plaatsing in een lager betaalde functie”, “Eenzijdige wijzigen van de standplaats”, “Recht op verlenging van de tijdelijke arbeidsovereenkomst bij gebleken langduriger behoefte aan personeel?” en “Niet integer door gebrek aan toezicht?”.

1. Plaatsing in een lager betaalde functie

In de rechtspraak komt de invulling van de werkgeversverantwoordelijkheid op tal van manieren aan de orde. Zo leert de uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant van 30 augustus 2018 dat een werkgever niet te lichtvaardig naar het middel mag grijpen van plaatsing in een lagere schaal.

2. Eenzijdige wijzigen van de standplaats

In de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 24 juli 2018 was sprake van een buitengewoon moeizame re-integratie van een coördinerend docente, werkzaam bij een ROC. De docente was gewoon haar werkzaamheden uit te voeren op locatie A. Daar was echter sprake van een ernstig conflict, zodat het ROC besloot de standplaats van de docente te wijzigen naar locatie C. Tegen deze wijziging heeft de docente zich gemotiveerd verzet en zij vorderde dat het ROC haar tot het werk in locatie A toe zou laten.

3. Recht op verlenging van de tijdelijke arbeidsovereenkomst bij gebleken langduriger behoefte aan personeel?

Een docente Frans was in dienst gekomen bij een school voor VO met en dienstverband voor de duur van 12 maanden als voorziening in een tijdelijke vacature voor ten hoogste één jaar. Aan de docente is het einde van de arbeidsovereenkomst tijdig aangezegd. Mocht de school dit dienstverband opzeggen, om vervolgens een nieuwe vacature voor de functie van docent Frans open te stellen en betrokkene hiervoor te passeren? Lees het oordeel van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 29 juni 2018.

4. Niet integer door gebrek aan toezicht?

De laatste uitspraak gaat over een hoogleraar die zijn nevenwerkzaamheden moet bekopen met een disciplinair ontslag (Centrale Raad van Beroep 26 juli 2018). De kern van de zaak betreft een verregaande mate van belangenverstrengeling en onvoldoende transparantie daarover aan de zijde van de hoogleraar. De uitspraak van de Rechtbank Limburg, die tot hetzelfde oordeel kwam, is hier eerder besproken. De Centrale Raad heeft zijn vaste jurisprudentie herhaald dat een medewerker, in dit geval de hoogleraar, zelf verantwoordelijk is voor zijn gedrag. Een gebrek aan toezicht vormt geen rechtvaardiging voor een niet integere handelwijze. Toch kan niet genoeg worden benadrukt dat van de werkgever een actieve houding mag worden verwacht bij het uitdragen van integriteitseisen en het erop toezien dat aan die eisen wordt voldaan.

Blijf op de hoogte met onze Nieuwsbrief Onderwijs

Ontvang automatisch per e-mail onze nieuwsbrief voor de sector onderwijs met actuele jurisprudentie en nieuws. Meld u hier eenvoudig aan.JTVCcHRfdmlldyUyMGlkJTNEJTIyNDRkODc5OGV4diUyMiU1RA==

 

Copyright 2019 Capra Advocaten – Privacybeleid

Capra Advocaten