Staken in de zorg, een allesbehalve onbegrensd recht

Werknemers hebben op grond van artikel 6, vierde lid van het Europees Sociaal Handvest (ESH) het recht op collectief optreden in geval van belangengeschillen. Daaronder wordt begrepen het stakingsrecht. Het recht op collectieve actie (kortweg “actierecht”) beoogt de doeltreffende uitoefening van het recht op collectief onderhandelen te waarborgen. Artikel 6, vierde lid van het ESH heeft directe werking. Dat betekent dat werknemers in Nederland hier rechten aan kunnen ontlenen. Het recht op collectieve actie geldt ook voor ambtenaren. Het actierecht geldt ook in de zorgsector. Dit is een actueel onderwerp, gezien de acties die momenteel worden gevoerd voor verbeteringen in de CAO Ziekenhuizen. Reden genoeg om kort stil te staan bij enkele belangrijke uitgangspunten van staken in de zorg.

Het begrip ‘collectief optreden’ wordt ruim uitgelegd. Vakbonden zijn in de keuze van middelen om het doel te bereiken in beginsel vrij. Naast de klassieke werkstaking is een veelheid aan acties mogelijk. Vereist is wel dat de actie redelijkerwijs kan bijdragen tot de doeltreffende uitoefening van het recht op collectief onderhandelen. Juridische geschillen – bijvoorbeeld over de uitleg van een cao – vallen niet onder het actierecht, maar moeten via de rechter worden opgelost. Meestal gaan acties uit van de vakbonden, maar ook zogeheten “wilde acties” kunnen onder het actierecht vallen. Acties mogen niet prematuur of disproportioneel zijn.

Een werknemer die meedoet aan een actie die valt onder het ESH wordt beschermd en kan niet disciplinair gestraft of ontslagen worden vanwege zijn deelname aan de actie. Werknemers die hun werk neerleggen hebben geen recht op doorbetaling van loon. Hier geldt de hoofdregel: geen arbeid geen loon. Mogelijkerwijs kunnen zij een beroep doen op de stakingskas van hun vakbond.

Het actierecht vindt verder zijn grenzen in artikel G van het ESH, wat kan worden beperkt als dat noodzakelijk is voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen en voor de bescherming van de openbare orde, de nationale veiligheid, de volksgezondheid of de goede zeden. Bij acties in de zorg kan met name het belang van de volksgezondheid uiteraard in het geding zijn.

Voor werkgevers in de zorg is het dan goed om te weten dat de Hoge Raad in 2015 een belangrijke uitspraak heeft gedaan over acties die (mede) personen treffen met een bijzondere kwetsbaarheid zoals jeugdigen, gehandicapten, bejaarden, en anderen die in bijzondere mate zorg behoeven. Als acties kunnen bewerkstelligen dat die personen worden blootgesteld aan het gevaar dat hun geestelijke of lichamelijke gezondheid wordt geschaad, worden deze acties al snel als onrechtmatig aangemerkt. Zie Hoge Raad 19 juni 2015.

Interessant is ook dat de rechtspraak van de afgelopen jaren uitspraken laat zien over acties tijdens topdrukte. Vakorganisaties grijpen niet zelden topevenementen aan voor acties. De rechtspraak is hier kritisch over. Geregeld wordt een beperking van het actierecht tijdens perioden van topdrukte als maatschappelijk dringend noodzakelijk gezien. Denk aan staken tijdens Koningsdag door boa’s, het staken in de post rond oud en nieuw, of het staken in de vliegtuigsector tijdens weekenden in de zomervakantie. Zie achtereenvolgens Rechtbank Amsterdam, 26 april 2019, Rechtbank Den Haag, 13 december 2018 en Gerechtshof Amsterdam, 6 februari 2018, .

Kortom, het actierecht geldt ook in de zorg, maar hier kan tegenover worden gesteld dat het actierecht zeker in de zorg zijn grenzen kent. Het verdient aanbeveling in goed overleg te blijven met de werknemer(sorganisaties) als zij acties hebben aangekondigd. Op die manier kunnen de gevolgen hiervan zoveel mogelijk beperkt worden en kunnen belangen van de patiënten zoveel mogelijk worden veiliggesteld. Lukt het niet in overleg te komen tot redelijke oplossingen, dan kan de kort geding-rechter gevraagd worden een bepaalde actie te verbieden.

Capra Advocaten heeft de laatste jaren veel ervaring opgedaan met collectieve acties in de zorg. Met vragen kunt u zich wenden tot Gerdin Boelens of Maartje Rutten, dan wel tot uw vaste contactpersoon of de Capra-vestiging bij u in de regio.

Gerdin Boelens

JTVCcHRfdmlldyUyMGlkJTNEJTIyODEzMzI3NzRrZSUyMiU1RA==

 

Copyright 2019 Capra Advocaten – Privacybeleid

Capra Advocaten