Hoera, de scholen gaan weer open?

Hoera, de scholen gaan weer open?

Hoera, de scholen gaan weer open? 150 150 Capra Advocaten

Op het moment van het schrijven van dit artikel is de aankondiging van het Kabinet dat de scholen voor voortgezet onderwijs vanaf maandag 31 mei 2021 weer volledig open kunnen, een paar dagen oud. De ontwikkelingen met betrekking tot het aantal besmettingen, ziekenhuisopnames en bezetting van IC-capaciteit zijn blijkbaar zodanig dat de stap naar het volledig openstellen van het voorgezet onderwijs en het niet in acht hoeven te nemen van de 1,5 meter-regel voor leerlingen onderling, op een verantwoorde manier gezet kan worden.
Vanaf half december 2020 waren de scholen eerst volledig gesloten en later maar beperkt opengesteld.

Iedereen blij?

Het openstellen van de scholen, waardoor voor alle leerlingen weer op alle dagen onderwijs op school, in fysieke lessen, mogelijk wordt, gebeurt in twee stappen. Een openstelling vanaf 31 mei mág, maar is niet verplicht. Vanaf 7 juni zijn de scholen wel verplicht de deuren te openen.

Het besluit is met gemengde gevoelens ontvangen. De VO-Raad schrijft op de eigen website begrip te hebben voor het besluit van het Kabinet: “Wij realiseren ons heel goed dat het opnieuw aanpassen van de coronaregels veel vraagt van leraren, onderwijsondersteunend personeel, schoolleiders en bestuurders. En we hebben grote waardering voor het aanpassingsvermogen van scholen en iedereen die er werkt in dit bizarre schooljaar. Ondanks al die inspanningen is het huidige regime voor heel veel leerlingen suboptimaal, hoe goed het in de praktijk ook loopt. Daar komt bij dat we niet willen dat de vertraging die het onderwijs heeft opgelopen langer duurt dan nodig.”

De bonden voor onderwijspersoneel zijn beduidend minder enthousiast: De bonden hebben hun ongenoegen al kenbaar gemaakt in een brief aan de Tweede Kamer.
De kern van de kritiek van de vakbonden is, dat niet kan worden voldaan aan de vereisten die het Outbreak Management Team (OMT) stelt aan het volledig openstellen van de scholen, te weten

  • dat verdere opening alleen verantwoord is als alle leerlingen tweemaal per week onder begeleiding getest worden;
  • dat al het onderwijspersoneel zichzelf twee keer per week test.
  • dat de anderhalve meter afstand tussen leerlingen en onderwijspersoneel wel in stand gehouden wordt.

De crux zit met name in de omstandigheid dat het zelf testen van de leerlingen niet kan worden afgedwongen en evenmin sluitend gemonitord kan worden. Anderzijds is dat wel een cruciale voorwaarde voor de volledige openstelling van de scholen. Uit onderzoek is ook gebleken dat de testbereidheid bij leerlingen zeer laag is.

De bonden wijzen er bovendien op dat op veel scholen de ventilatie bepaald nog niet op orde is. Gelet op deze fundamentele bezwaren vinden de bonden dat de situatie waarbij de leerlingen de helft van de tijd op school onderwijs kunnen volgen, tot de zomervakantie gecontinueerd moet worden.

In het algemeen kan overigens ook worden opgemerkt dat het moment waarop de scholen volledig open moeten gaan, voor sommige scholen al bijna samen valt met het moment waarop de leerlingen aan hun laatste toetsweek beginnen en daarmee al bijna geen lessen meer hebben.

Arbeidsrechtelijke context

Vanuit een arbeidsrechtelijke bril bezien hebben de vakbonden zeker een punt. In de voorwaarden die het OMT heeft genoemd voor een verantwoorde volledige openstelling van de scholen (Kamerbrief over loslaten 1,5 meter regel in het onderwijs) valt te lezen dat het OMT een duidelijk voorbehoud heeft gemaakt ten aanzien van een intensief testbeleid en vooral ook een goede naleving van de basisregels.

Wie een beetje bekend is met de praktijk op een school weet, dat een goede naleving van de basisregels een utopie is. Aan de randvoorwaarden zal dus niet worden voldaan.

De scholen hebben niet alleen de zorg voor het onderwijs aan de leerlingen, maar ook de zorg voor een veilig werkklimaat voor de bij hen werkzame personen. Docenten moeten er in de uitoefening van hun functie op kunnen rekenen dat zij op een verantwoorde wijze hun werk kunnen doen. In het Burgerlijk Wetboek (art. 7:658 BW) en in de Arbeidsomstandighedenwet (art. 3) is de verplichting van de werkgever opgenomen om de werkplek zodanig in te richten dat voorkomen wordt dat de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade lijdt. De werkgever is ook verplicht te zorgen voor de veiligheid en de gezondheid van de werknemers inzake alle met de arbeid verbonden aspecten.

Doordat een maatregel wordt losgelaten die bescherming aan zowel docenten als leerlingen biedt (beperkte openstelling van de scholen, waardoor het in acht nemen van de basisregels op school mogelijk is), terwijl een van de belangrijkste voorwaarden om dat op een verantwoorde manier niet kan worden opgelegd of gecontroleerd, wordt in feite een bewust gezondheidsrisico op de scholen geïntroduceerd. Zolang geen zekerheid bestaat dat leerlingen (en medewerkers) zich tweemaal per week testen, en dat zij bij een positieve testuitslag ook de juiste actie ondernemen (PCR-test laten uitvoeren, direct in quarantaine) kunnen de scholen geen veilig werkklimaat bieden aan de medewerkers van de scholen.

Weliswaar is inmiddels sprake van een toenemende vaccinatiegraad onder de Nederlandse bevolking, maar daarmee is bepaald nog niet gezegd dat alle werknemers van de scholen al zijn gevaccineerd (per slot van rekening werden onderwijsmedewerkers ook niet met voorrang in aanmerking gebracht voor vaccinatie). Op dit moment (eind mei 2021) zal een klein deel van de oudere werknemers en van werknemers met een gezondheidsrisico tweemaal zijn gevaccineerd. Het overgrote merendeel van de werknemers is nog maar een keer of in het geheel niet gevaccineerd. Gelet op het vaccinatieprogramma zal ook zeker geen volledige vaccinatiegraad zijn bereikt vóór de start van de zomervakantie. Bovendien geldt dat de mate van vaccinatie van de medewerkers geen verantwoordelijkheid is van de school als werkgever en dat de school daar ook geen invloed op kan uitoefenen.

Verplicht weer volle klassen?

De scholen zijn dus niet in staat zorg te dragen voor een veilig werkklimaat voor hun werknemers als de klassen vol zitten.

Onder die omstandigheden kan in redelijkheid niet van de werknemers worden geëist dat zij voor zichzelf bewust het risico aangaan om een besmetting met het COVID-19 virus op te lopen bij de uitoefening van hun werkzaamheden. Medewerkers die een gezondheidsrisico lopen en medewerkers die nog niet (volledig) zijn gevaccineerd, kunnen niet worden verplicht fysieke lessen aan volle klassen te gaan geven. Dat geldt overigens ook voor medewerkers die andere zwaarwegende redenen hebben om besmettingsrisico’s te mijden, zoals gezinsleden met een gezondheidsrisico.

Een weigering van een medewerker om les te geven aan een volle klas zal dus altijd op zijn merites moeten worden beoordeeld. Heeft de medewerker een goede reden om zich op een risico voor besmetting te beroepen, terwijl de werkgever de veilige werkplek niet kan garanderen, dan levert die weigering geen strijd op met goed werknemerschap.
Ik teken daarbij wel aan dat voor medewerkers van wie in redelijkheid verwacht kan worden dat zij geen (grote) risico’s lopen op gezondheidsschade door hun werk te doen in volle klassen, deze uitwijkmogelijkheid niet voor de hand ligt. Enig risico is aanvaardbaar, wat de gedeeltelijke openstelling van de scholen wel heeft laten zien.

En dat brengt mij meteen bij het redelijke en werkbare alternatief voor de volledige openstelling, dat al voorhanden is: de hybride lessen, met een deel digitale lessen en voor een ander deel les voor halve klassen, waarmee wel de kans op besmettingen gereduceerd kan worden. De scholen hebben daarmee de afgelopen maanden veel ervaring opgedaan.

Heeft u vragen?

Mocht u hier vragen over hebben, neem dan graag contact op met een van de leden van de Praktijkgroep Onderwijs.

Contact over dit onderwerp

Ad Kerkhof

Ad Kerkhof

Advocaat
Vestiging:
's-Hertogenbosch
Sector:
Onderwijs, Overheid
Expertteam:
Arbeidsrecht, Ambtenarenrecht
Telefoon:
073 - 613 13 45
Mobiel:
06 18 50 10 54

Gerelateerd

Noot JAR Passende uitkeringsregeling sector gemeenten 150 150 Capra Advocaten

Noot JAR Passende uitkeringsregeling sector gemeenten

Artikel

lees meer
De bedrijfsarts in de knel? 150 150 Capra Advocaten

De bedrijfsarts in de knel?

Artikel

lees meer
Gastcolumn: Voorkomen is beter dan genezen 150 150 Capra Advocaten

Gastcolumn: Voorkomen is beter dan genezen

Artikel

lees meer
Structuurwijziging van de ambtelijke top van de gemeente 150 150 Capra Advocaten

Structuurwijziging van de ambtelijke top van de gemeente

Artikel

lees meer

Blijf op de hoogte

Blijf op de hoogte over ontwikkelingen, interessante jurisprudentie en wetswijzigingen op het gebied van arbeidsverhoudingen binnen de sectoren overheid, onderwijs en zorg. Selecteer welke nieuwsbrieven u wilt ontvangen en wij houden u op de hoogte.

Vestiging Den Haag
Laan Copes van Cattenburch 56
2585 GC Den Haag
Telefoon 070-364 81 02
Fax 070-361 78 47
denhaag@capra.nl

Vestiging ‘s-Hertogenbosch
Bastion Vught 1
5211 CZ ‘s-Hertogenbosch
Telefoon 073-613 13 45
Fax 073-614 82 16
s-hertogenbosch@capra.nl

Vestiging Zwolle
Terborchstraat 12
8011 GG Zwolle
Telefoon 038-423 54 14
Fax 038-423 47 84
zwolle@capra.nl

Vestiging Maastricht
Spoorweglaan 7
6221 BS Maastricht
Telefoon 043-7 600 600
Fax 043-7 600 609
maastricht@capra.nl