Wat gaat voor: oordeel bedrijfsarts of deskundigenoordeel UWV?

Wat gaat voor: oordeel bedrijfsarts of deskundigenoordeel UWV?

Wat gaat voor: oordeel bedrijfsarts of deskundigenoordeel UWV? 150 150 Capra Advocaten

Deze vraag stond centraal in een zaak waar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 30 maart 2021 over oordeelde.

De zaak gaat over een werknemer bij een handelsbedrijf in speelgoed. Deze werknemer meldt zich op een gegeven moment ziek, en moet daarom bij de arbo-arts verschijnen. Deze vindt dat de werknemer niet wegens ziekte arbeidsongeschikt is. De werknemer is het daar niet mee eens, en vraagt bij het UWV een deskundigenoordeel aan. Volgens de arts van het UWV, die sprake acht van een burn-out, is de werknemer wel arbeidsongeschikt wegens ziekte. De werkgever volgt echter het oordeel van de arbo-arts. De werknemer weigert niettemin om te gaan werken. Daarom betaalt de werkgever geen loon uit. De werknemer is het daar niet mee eens, en vraagt de rechter om een oordeel.

Het Gerechtshof oordeelt dat het deskundigenoordeel van het UWV gevolgd moet worden, en dat de werknemer dus wegens ziekte arbeidsongeschikt is. De werknemer krijgt dus gelijk. Eén van de redenen waarom het Gerechtshof vindt dat het oordeel van het UWV gevolgd moet worden, is dat het UWV ‘voldoende onafhankelijk’ is ten opzichte van de werkgever. Dit geldt volgens het Gerechtshof in mindere mate voor de bedrijfsarts, die immers de opdrachtnemer van de werkgever is. Verder is de werknemer helemaal niet gezien door een bedrijfsarts, maar door een arbo-arts. Deze arts heeft bovendien geen contact gehad met de huisarts, terwijl de arts van het UWV dat wel heeft gehad. Ten slotte vindt het deskundigenoordeel steun in het patiëntendossier, aldus het Gerechtshof.

Deze zaak roept minstens twee vragen op, die voor de praktijk relevant zijn:

  1. Wat is het verschil tussen een arbo-arts en een bedrijfsarts?
  2. Gaat een deskundigenoordeel van het UWV altijd boven een oordeel van de bedrijfsarts?

Wat betreft de eerste vraag geldt dat een arbo-arts geen bedrijfsarts is. De titel ‘bedrijfsarts’ is beschermd en mag alleen worden gebruikt door specialisten die na hun artsenexamen een vierjarige medische specialisatie hebben gevolgd op het gebied van ‘arbeid en gezondheid’. Daarnaast moet de bedrijfsarts – zoals ook vermeld op de website van de beroepsvereniging van bedrijfsartsen (de NVAB) – zich elke vijf jaar opnieuw registeren door te voldoen aan verplichtingen op het gebied van nascholing, visitatie en kwaliteit. De bedrijfsarts moet in het BIG-register te vinden zijn als arts met specialisme ‘arbeid en gezondheid – bedrijfsgeneeskunde’. Een arbo-arts daarentegen is een basisarts, zonder verdere opleiding en is zeker geen specialist. Er zijn dus behoorlijke verschillen.

Waarom is dit allemaal relevant?

Omdat de werkgever verplicht is om een bedrijfsarts in te schakelen voor ziekteverzuimbegeleiding (artikel 14 lid 1 sub b Arbeidsomstandighedenwet). Arbo-artsen mogen alleen onder toezicht (supervisie) van een bedrijfsarts hetzelfde werk doen als bedrijfsartsen (Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg 11 april 2019, ECLI:NL:TGZCTG:2019:85). Aan deze supervisie worden eisen gesteld. Als daar niet aan voldaan is, heeft de werkgever dus de verkeerde deskundige ingeschakeld. Het maakt dus nogal wat uit.

Wat betreft de tweede vraag moet deze ontkennend beantwoord worden. Het kan zijn dat het oordeel van de bedrijfsarts boven het deskundigenoordeel van het UWV gaat. Daar is in de jurisprudentie ook wel een voorbeeld van te vinden: kantonrechter Bergen op Zoom 23 januari 2013 (JAR 2013/57) oordeelde: ‘wil een deskundigenoordeel opzij gelegd kunnen worden omdat het afwijkt van het oordeel van de bedrijfsarts, dan zijn er bijkomende omstandigheden nodig’. Daarvan was in die zaak sprake. De arts van het UWV had namelijk zijn oordeel gevormd zonder de werknemer fysiek te zien. Verder was dat oordeel van UWV, anders dan dat van de bedrijfsarts, pas geruime tijd na de geschildatum tot stand is gekomen. Het was dus gedateerd. Deze omstandigheden rechtvaardigden volgens de kantonrechter dat aan het oordeel van de bedrijfsarts voorrang gegeven moest worden.

Welke lessen zijn uit het voorgaande te trekken?

  • Een arbo-arts is geen bedrijfsarts, en mag dus niet zonder meer oordelen over ziekteverzuim. Dat mag alleen als er sprake is van supervisie door een bedrijfsarts, welke supervisie moet voldoen aan bepaalde voorwaarden.
  • Als een deskundigenoordeel van het UWV zorgvuldig tot stand gekomen is en het oordeel van de bedrijfsarts niet, moet de eerste gevolgd worden. Andersom moet het oordeel van de bedrijfsarts gevolgd worden. Als beide oordelen zorgvuldig tot stand zijn gekomen, prevaleert het deskundigenoordeel.

Wees dus kritisch op het oordeel van de ingeschakelde arts. Niet inhoudelijk, maar wel wat betreft (1) deskundigheid en (2) totstandkoming van het oordeel. Als duidelijk is dat een bepaald oordeel niet zorgvuldig tot stand gekomen is: niet volgen. Dit alles vergt een goede en (positief) kritische samenwerking met de (bedrijfs)arts en de arbodienst, en daar hoef je zelf helemaal geen arts voor te zijn.

Contact over dit onderwerp

Mark van de Laar

Mark van de Laar

Advocaat
Vestiging:
Maastricht
Sector:
Overheid, Zorg
Expertteam:
Arbeidsrecht,
Telefoon:
043-7 600 600
Mobiel:
06 15 05 42 23

Gerelateerd

Cursus Als werkgever beter gebruik maken van de adviezen van de bedrijfsarts 150 150 Capra Advocaten

Cursus Als werkgever beter gebruik maken van de adviezen van de bedrijfsarts

In één middag op de hoogte over alles wat u moeten over de adviezen van de bedrijfsarts

lees meer
Cursus Ziekteverzuim van A tot Z (ook online) 150 150 Capra Advocaten

Cursus Ziekteverzuim van A tot Z (ook online)

Na deze cursus weet u alles over ziekteverzuim

lees meer

Blijf op de hoogte

Blijf op de hoogte over ontwikkelingen, interessante jurisprudentie en wetswijzigingen op het gebied van arbeidsverhoudingen binnen de sectoren overheid, onderwijs en zorg. Selecteer welke nieuwsbrieven u wilt ontvangen en wij houden u op de hoogte.

Vestiging Den Haag
Laan Copes van Cattenburch 56
2585 GC Den Haag
Telefoon 070-364 81 02
Fax 070-361 78 47
denhaag@capra.nl

Vestiging ‘s-Hertogenbosch
Bastion Vught 1
5211 CZ ‘s-Hertogenbosch
Telefoon 073-613 13 45
Fax 073-614 82 16
s-hertogenbosch@capra.nl

Vestiging Zwolle
Terborchstraat 12
8011 GG Zwolle
Telefoon 038-423 54 14
Fax 038-423 47 84
zwolle@capra.nl

Vestiging Maastricht
Spoorweglaan 7
6221 BS Maastricht
Telefoon 043-7 600 600
Fax 043-7 600 609
maastricht@capra.nl