Verhaal van de opleidingskosten voor een BIG-(her)registratie na 1 augustus 2022?

Verhaal van de opleidingskosten voor een BIG-(her)registratie na 1 augustus 2022?

Verhaal van de opleidingskosten voor een BIG-(her)registratie na 1 augustus 2022? 150 150 Capra Advocaten

Op 1 augustus 2022 is de EU-richtlijn transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden in Nederland geïmplementeerd. Deze richtlijn bevat een aantal wijzigingen omtrent de scholingsplicht, de mogelijkheid tot het sluiten van een studiekostenbeding en het verbod op nevenwerkzaamheden. In dit artikel bespreek ik hoe de implementatie van deze wet zich verhoudt met afspraken over de kosten die samenhangen met de verplichte BIG (her)registratie.

De BIG (her)registratie

Uit artikel 3 lid 1 Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (wet BIG) volgt dat zorgverleners met de volgende elf beroepen zich moeten registeren in het BIG-register: apotheker, arts, fysiotherapeut, gezondheidszorgpsycholoog, klinisch technoloog, orthopedagoog-generalist, physician assistant, psychotherapeut, tandarts, verpleegkundige en verloskundige. Daarnaast moeten zorgververleners in een van de experimenteerberoepen die staan beschreven in artikel 36a Wet BIG, zich ook registreren. Geregistreerd mondhygiënist is momenteel het enige experimenteerberoep. Zorgverleners die werkzaam zijn in één van deze twaalf beroepen zijn dus verplicht om zich te (her)registreren in het BIG-register.

De voordelen van een BIG-registratie zijn dat de zorgverlener de beschermde beroepstitel mag voeren en zelfstandig aan de slag mag gaan. Er zijn dan ook een aantal voorwaarden waaraan voldaan moet zijn om geregistreerd te worden en deze voordelen te verkrijgen.

Voor de registratie dient een zorgverlener een geldig diploma aan te leveren van het beroep waarvoor hij of zij de registratie aanvraagt en een bedrag van € 85,- te betalen. Vervolgens dient er elke vijf jaar een herregistratie plaats te vinden. Om te kunnen herregistreren dient de zorgverlener nogmaals een bedrag van € 85,- te betalen en ofwel voldoende werkervaring te hebben, gebaseerd op een urennorm, of te voldoen aan de scholingseisen. Herregistratie op basis van scholing is mogelijk indien de zorgverlener ofwel een Periodiek Registratie Certificaat heeft van maximaal twee jaar oud (te behalen via een scholing- en toetsingtraject), ofwel in opleiding is voor een specialisme, ofwel als de zorgverlener een verpleegkundige is die later een hbo-V-diploma heeft behaald.

Samengevat dienen er zowel voor de registratie als voor de herregistratie opleidingskosten gemaakt te worden. De vraag die centraal staat in dit artikel is of het na inwerkingtreding van de Wet implementatie EU-richtlijn transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden nog mogelijk is om hiervoor een studiekostenbeding te sluiten waarmee de kosten voor de opleiding voor rekening van de werknemer komen.

De veranderingen met betrekking tot het studiekostenbeding

Als gevolg van de invoering van de eerder genoemde wet worden een aantal leden toegevoegd aan artikel 7:611a BW. Artikel 7:611a lid 2 BW luidt nu als volgt:
‘’Wanneer de werkgever op grond van toepasselijk Unierecht, toepasselijk nationale recht, een collectieve arbeidsovereenkomst, of een regeling door of namens een daartoe bevoegd bestuursorgaan verplicht is zijn werknemers scholing te verstrekken om het werk waarvoor zij zijn aangenomen uit te voeren, wordt de in lid 1 bedoelde scholing kosteloos aangeboden aan de werknemers, beschouwd als arbeidstijd en, indien mogelijk, vindt deze plaats tijdens de tijdstippen waarop arbeid verricht moet worden.’’

Hieruit volgt dat het vanaf 1 augustus jl. niet meer mogelijk is om een studiekostenbeding af te spreken met een werknemer wanneer de werkgever verplicht is om de scholing te verstrekken. Er wordt door de wetgever niet duidelijk geschetst wanneer er nu sprake is van verplichte scholing. In overweging 37 van de preambule van de Richtlijn transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden en de Memorie van Toelichting van deze Richtlijn wordt echter wel duidelijk omschreven welke opleidingen hier niet onder vallen. Zie overweging 37 van de preambule:
‘’Deze verplichting heeft geen betrekking op beroepsopleidingen of opleidingen die werknemers verplicht moeten volgen voor het verkrijgen, behouden of vernieuwen van een beroepskwalificatie, zolang de werkgever niet verplicht is deze aan te bieden aan de werknemer op grond van het Unierecht of het nationale recht of een collectieve overeenkomst.’’

De kosten van een beroepsopleiding kunnen dus ook na 1 augustus 2022 worden opgenomen in een studiekostenbeding met de werknemer indien de werkgever niet verplicht is om de betreffende opleiding aan te bieden. In de Europese richtlijn 2005/36/EG betreffende de erkenning van beroepskwalificaties (hierna: de beroepskwalificatierichtlijn) wordt omschreven wanneer er sprake is van zo’n beroepsopleiding. Het gaat dan om de opleidingen voor gereglementeerde beroepen. De vraag of er sprake is van een gereglementeerd beroep kan beantwoord worden door te kijken naar de bijlage van de Regeling vaststelling lijst gereglementeerde beroepen.

Alle twaalf bovengenoemde beroepen, met uitzondering van de orthopedagoog-generalist, zijn genoteerd als gereglementeerd beroep. Wat betreft de arts, apotheker, tandarts, verpleegkundige en verloskundige is dit het geval voor zover de opleiding niet op grond van titel III, hoofdstuk III van richtlijn 2005/36/EG in aanmerking komt voor erkenning op basis van de coördinatie van de minimumopleidingseisen. Het gevolg hiervan is dat de opleidingskosten nog steeds opgenomen lijken te kunnen worden in een studiekostenbeding.

Indien de tekst van de bovenstaande richtlijnen en regeling letterlijk geïnterpreteerd wordt, dan lijkt de implementatie van de Europese richtlijn transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden niet veel verandering te brengen aan de mogelijkheid om een studiekostenbeding af te spreken voor de BIG-geregistreerde beroepen. Het is echter aan te raden om hier terughoudend gebruik van te maken. In de literatuur en onder juristen bestaat namelijk veel onduidelijkheid over de gevolgen van de implementatie van de Richtlijn in de Nederlandse wet. De achterliggende gedachte van het verbod op een studiekostenbeding, namelijk de bescherming van de werknemer, strookt niet met de mogelijkheid om een groot aantal opleidingen als gevolg van een zeer letterlijke interpretatie van de Richtlijn uit te sluiten. In de toekomst zal de rechtspraak hopelijk meer duidelijkheid gaan geven over hoe de tekst van de Richtlijn geïnterpreteerd moet worden. Daarnaast is het mogelijk dat het aangaan van een studiekostenbeding met de werknemers voor de kosten die gerelateerd zijn aan de BIG-registratie, niet toegestaan is op grond van de voor de betreffende zorgwerkgever geldende CAO.

Uit het vanaf 1 augustus 2022 in werking getreden artikel 7:611a lid 4 BW volgt dat een studiekostenbeding dat niet rechtsgeldig is afgesproken, nietig is. Een nietig beding wordt geacht niet meer te bestaan en nooit te hebben bestaan. Het kan dus op zich geen kwaad om een studiekostenbeding af te spreken met de werknemers aangezien de enige consequentie voor een niet rechtsgeldig afgesproken studiekostenbeding is dat het geacht wordt niet te (hebben) bestaan.

Er heerst wat betreft het studiekostenbeding veel onduidelijkheid over de rechtsgevolgen van de implementatie van de Wet implementatie EU-richtlijn transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden. Mijn inziens kan er concluderend nog steeds een studiekostenbeding worden afgesproken voor de opleidingskosten die noodzakelijk zijn voor een BIG (her)registratie waardoor de kosten van de opleiding niet voor rekening van de werkgever komen. De toekomst zal echter leren of een dergelijk studiekostenbeding daadwerkelijk rechtsgeldig kan worden afgesproken.

Inzicht met onze praktische QuickScan

Capra kan uw modellen (aanstellingsbesluiten, studieovereenkomst, eventuele regelingen op het gebied van nevenwerkzaamheden en studiekosten) toetsen en  met een praktisch advies aangeven in hoeverre het nu wenselijk of noodzakelijk is actie te ondernemen en welke acties dan prioriteit verdienen.

Contact over dit onderwerp

Melle Wijnands

Melle Wijnands

Advocaat
Vestiging:
Maastricht
Sector:
Overheid
Expertteam:
Arbeidsrecht
Telefoon:
043 - 7 600 600
Mobiel:
06 59 84 49 97

Gerelateerd

Capra Academie
CAO Gemeenten 2023: inzet gemeentelijke werkgevers 2048 1365 Capra Advocaten

CAO Gemeenten 2023: inzet gemeentelijke werkgevers

Artikel

lees meer
Niet nakoming re-integratieverplichtingen 150 150 Capra Advocaten

Niet nakoming re-integratieverplichtingen

Artikel

lees meer
Update UWV Werkwijzer Poortwachter 150 150 Capra Advocaten

Update UWV Werkwijzer Poortwachter

Artikel

lees meer
Een operatieve ingreep: medisch of cosmetisch? 150 150 Capra Advocaten

Een operatieve ingreep: medisch of cosmetisch?

Artikel

lees meer
Jurisprudentie selectie Overheid – september 2022 150 150 Capra Advocaten

Jurisprudentie selectie Overheid – september 2022

Artikel

lees meer

Blijf op de hoogte

Blijf op de hoogte over ontwikkelingen, interessante jurisprudentie en wetswijzigingen op het gebied van arbeidsverhoudingen binnen de sectoren overheid, onderwijs en zorg. Selecteer welke nieuwsbrieven u wilt ontvangen en wij houden u op de hoogte.

Vestiging Den Haag
Laan Copes van Cattenburch 56
2585 GC Den Haag
Telefoon 070-364 81 02
Fax 070-361 78 47
denhaag@capra.nl

Vestiging ‘s-Hertogenbosch
Bastion Vught 1
5211 CZ ‘s-Hertogenbosch
Telefoon 073-613 13 45
Fax 073-614 82 16
s-hertogenbosch@capra.nl

Vestiging Zwolle
Terborchstraat 12
8011 GG Zwolle
Telefoon 038-423 54 14
Fax 038-423 47 84
zwolle@capra.nl

Vestiging Maastricht
Spoorweglaan 7
6221 BS Maastricht
Telefoon 043-7 600 600
Fax 043-7 600 609
maastricht@capra.nl