Jurisprudentie selectie Onderwijs – maart 2022

Jurisprudentie selectie Onderwijs – maart 2022

Jurisprudentie selectie Onderwijs – maart 2022 150 150 Capra Advocaten

In deze selectie van arbeidsrechtelijke jurisprudentie voor het onderwijs bespreken we weer diverse rechterlijke uitspraken.

Twee recente uitspraken die betrekking hebben op rechtspositionele gevolgen van onvoldoende functioneren zijn de moeite van het vermelden waard. Het gemeenschappelijke kenmerk van deze uitspraken is, dat uit de feiten en omstandigheden van elke te bespreken kwestie blijkt, hoe moeizaam een traject kan verlopen om het onvoldoende functioneren van een werknemer bespreekbaar te maken, stappen die leiden tot verbetering in gang te zetten en daartoe ook de nodige medewerking te verkrijgen van de werknemer. Maar in de beide kwesties speelt ook een rol, welk gewicht toegekend moet worden aan oordelen van andere instanties die al eerder in de kwestie zijn betrokken.

1. Gedwongen overplaatsing naar andere school

Rechtbank Oost-Brabant 7 februari 2022, ECLI:NL:RBOBR:2022:337

In de eerste casus heeft de kantonrechter in kort geding vonnis gewezen in een dagvaardingsprocedure waarbij een docent Techniek een oordeel van de rechter vroeg over zijn onvrijwillige overplaatsing naar een andere school (vonnis van de Rechtbank Oost-Brabant van 7 februari 2022, ECLI:NL:RBOBR:2022:377).

Niet alleen het functioneren van de docent op pedagogisch, didactisch en communicatief niveau stond ter discussie, maar ook zijn opvattingen over het onderwijsconcept van de school (de docent droeg uit dat hij het met het ‘Kuns Kaps Skolan’-concept niet eens was en evenmin met de daaruit voortvloeiende beleidskeuzes). Er ontstond een conflict tussen de docent en zijn leidinggevende; de docent was van mening dat de procedures niet goed werden gevoerd en hij weigerde verdere medewerking aan een verbetertraject. De tegenstellingen verhardden zich zodanig dat de school zich genoodzaakt heeft gezien de docent te schorsen. Deze schorsing hield stand bij de Commissie van Beroep Funderend Onderwijs, gelet op de opstelling en de ontbrekende bereidheid van de docent om een inhoudelijk gesprek met de schoolleiding aan te gaan. De school heeft ook het voornemen geuit de schorsing te verlengen. De verlengde schorsing werd echter min of meer ingehaald door de beslissing van de school om de docent onvrijwillig over te plaatsen naar een andere school. Aan een vrijwillige overplaatsing heeft de docent niet mee willen werken. Als grondslag voor de onvrijwillige overplaatsing heeft de school het bepaalde in artikel 17.4 lid 2 sub b van de Cao VO gehanteerd, te weten een conflictsituatie waarbij, om weer tot een werkbare situatie te komen, één of meer bij het conflict betrokken werknemers op een andere instelling worden geplaatst.

Naar aanleiding van deze beslissing heeft de docent een dagvaardingsprocedure in kort geding gestart. De kantonrechter (in kort geding) gaat in de eerste plaats in op de vorderingen die namens de docent zijn ingediend en die op sommige onderdelen het karakter van een ‘schot hagel’ hebben. Zo verlangde de docent dat de kortgedingrechter zich zou uitspreken over de kans van slagen van vorderingen die de docent in een eventuele bodemprocedure zou kunnen of willen inbrengen. Dit verzoek heeft de kortgedingrechter aangemerkt als een vordering. Daarover merkte hij vervolgens fijntjes op dat die vordering zich niet leent voor een beoordeling in kort geding. Ook het deel van de vordering dat betrekking had op de schorsing werd niet besproken, omdat de schorsing feitelijk geen werking meer had als gevolg van de overplaatsing.

Wel besprak de rechter in kort geding de vorderingen met betrekking tot de overplaatsing en het verzoek tot wedertewerkstelling op de oude school. De rechter gaat in op de achtergronden van het geschil, met een link naar (beperking van) de vrijheid van meningsuiting ten aanzien van het schoolconcept, en de vrees van de docent dat de school van hem af zou willen. Dat laatste ziet de rechter niet omdat de school in de brief met de beslissing tot overplaatsing duidelijk te kennen heeft gegeven de docent een laatste kans op een andere school te willen geven. Voor het overige constateert de rechter dat de eerste schorsing terecht was opgelegd en dat er ook terechte kritiek op het functioneren is geuit.

De rechter bespreekt ook nog de vordering van de docent tot een deugdelijke rehabilitatie. Hij constateert daarbij dat de docent enerzijds nog voldoende contacten binnen de oude school heeft om zijn eigen positie te bespreken, en dat de docent anderzijds zijn wensen op dit punt helemaal niet helder heeft gemaakt aan de school.

De procedure eindigt in elk geval voor de docent niet zoals hij had gedacht: voor zover zijn vorderingen al ontvankelijk waren, worden ze door de kantonrechter afgewezen.

2. Overplaatsing naar opleidingsschool

Rechtbank Rotterdam 3 januari 2022, ECLI:NL:RBROT:2022:1122

Een tweede uitspraak die over eenzelfde soort functioneringsproblematiek betreft met een (gedwongen) overplaatsing naar een andere school en waarbij partijen ook de confrontatie bij de kantonrechter in kort geding zijn aangegaan, is de uitspraak van de kantonrechter in kort geding te Rotterdam van 3 januari 2022 (ECLI:NL:RBROT:2022:1122).

In deze procedure vorderde de docent (werkzaam in het speciaal basisonderwijs) dat zij zou worden toegelaten tot ‘de normale en gebruikelijke werkzaamheden’ op haar oude school en vorderde de school dat de docent veroordeeld zou worden om binnen twee dagen het werk te hervatten (inclusief het verbetertraject) op de nieuwe school.

De school had al vanaf 2017 geprobeerd ten aanzien van de docent een verbetertraject in gang te zetten, te doorlopen op een van de twee opleidingsscholen van de stichting. Dat mislukte in eerste instantie vanwege een ziekmelding van de docent. Een jaar later werd een nieuwe poging ondernomen, inclusief een tijdelijke overplaatsing naar de opleidingsschool. De docent heeft tegen dat besluit bezwaar aangetekend. Dat bezwaar is ongegrond verklaard en het daartegen ingediende beroep is eveneens ongegrond verklaard (in 2021).

Naast deze bestuursrechtelijke procedure heeft de docent in 2020 via een kort geding om wedertewerkstelling op de oude school verzocht, maar dat verzoek is afgewezen. Ook een ontbindingsverzoek van de school redde het overigens niet.

In deze kortgedingprocedure wordt door beide partijen teruggegrepen naar de uitspraken in de eerdere procedures. De verwijzing van de school naar het rechtens onaantastbaar geworden overplaatsingsbesluit, waarin de bestuursrechter vaststelde dat de school voldoende aannemelijk had gemaakt dat de docent niet goed functioneerde en dat een verbetertraject was aangewezen, werd door de rechter relevant geacht. De rechter verwijst daarbij naar het gezag van gewijsde van die uitspraak en concludeert dat de vordering van de school om de docent op te dragen te hervatten op de nieuwe school en het verbetertraject te doorlopen, kan worden toegewezen.

De verwijzing daarentegen van de docent naar overwegingen uit het mislukte ontbindingsverzoek waaruit zou blijken dat zij eigenlijk maar op één punt onvoldoende functioneerde en dat het uitvoering geven aan het overplaatsingsbesluit zou leiden tot slecht werkgeverschap, wordt door de rechter niet gevolgd. De kortgedingrechter verwijst hierbij naar de omstandigheid dat een ontbindingsverzoek wat anders is dan een verzoek tot tewerkstelling op de oude school. Daarnaast had de kantonrechter in de ontbindingsprocedure ook aangegeven dat de school terecht opmerkingen over het functioneren had gemaakt.

De kantonrechter oordeelt dus dat de school in haar recht staat om de docent over te plaatsen en een verbetertraject op een andere school te doorlopen.

Blijf op de hoogte

Wilt u op de hoogte blijven van de laatste jurisprudentie voor het onderwijs? Meldt u zich dan aan voor onze nieuwsbrief met rechterlijke uitspraken.

Contact over dit onderwerp

Teaser Medezeggenschap

Onze mensen

Heeft u vragen en/of opmerkingen neem dan contact op met een van onze specialisten!
Naar contact

Gerelateerd

Jurisprudentie selectie Onderwijs – juli 2022 150 150 Capra Advocaten

Jurisprudentie selectie Onderwijs – juli 2022

Artikel

lees meer
Jurisprudentie selectie Onderwijs – mei 2022 150 150 Capra Advocaten

Jurisprudentie selectie Onderwijs – mei 2022

Artikel

lees meer

Blijf op de hoogte

Blijf op de hoogte over ontwikkelingen, interessante jurisprudentie en wetswijzigingen op het gebied van arbeidsverhoudingen binnen de sectoren overheid, onderwijs en zorg. Selecteer welke nieuwsbrieven u wilt ontvangen en wij houden u op de hoogte.

Vestiging Den Haag
Laan Copes van Cattenburch 56
2585 GC Den Haag
Telefoon 070-364 81 02
Fax 070-361 78 47
denhaag@capra.nl

Vestiging ‘s-Hertogenbosch
Bastion Vught 1
5211 CZ ‘s-Hertogenbosch
Telefoon 073-613 13 45
Fax 073-614 82 16
s-hertogenbosch@capra.nl

Vestiging Zwolle
Terborchstraat 12
8011 GG Zwolle
Telefoon 038-423 54 14
Fax 038-423 47 84
zwolle@capra.nl

Vestiging Maastricht
Spoorweglaan 7
6221 BS Maastricht
Telefoon 043-7 600 600
Fax 043-7 600 609
maastricht@capra.nl