Komt een militair bij de dokter

Komt een militair bij de dokter

Komt een militair bij de dokter 150 150 Capra Advocaten

Ook militairen hebben af en toe een vraag waarmee ze naar een arts gaan. Toch komen zij zelden over de vloer bij een ‘gewone’ arts, dat wil zeggen een arts die niet werkzaam is in het kader van de militaire gezondheidszorg. Waarom is dat eigenlijk? En wat als een militair toch gebruik maakt van de ‘civiele’ gezondheidszorg. Moeten artsen en ziekenhuizen dan andere regels in acht nemen? En omgekeerd: als een burger door een militaire arts of militaire zorginstelling wordt behandeld, heeft die burger dan dezelfde patiëntenrechten als anders? De arbeids- en gezondheidsrechtelijke regels die gelden voor militairen zijn gecompliceerder dan we op het eerste gezicht denken. Bovendien gelden die regels ook voor militaire artsen.

De reden waarom militairen zich zo weinig tot de civiele gezondheidszorg wenden, heeft alles te maken met de rechtspositie van militairen. Voor militairen geldt er namelijk geen plicht om een zorgverzekering af te sluiten bij een zorgverzekeraar. De Zorgverzekeringwet maakt voor hen namelijk een uitzondering. In plaats van een civielrechtelijke zorgverzekering af te moeten sluiten zijn militairen uit hoofde van hun functie verzekerd tegen ziektekosten door het ministerie van Defensie. Kortweg, een verzekering tegen zorgkosten is een arbeidsvoorwaarde. De premie die militairen voor deze arbeidsvoorwaarde moeten betalen is aanzienlijk lager dan de premie die burgers moeten afdragen aan een zorgverzekeraar. Bovendien biedt het ministerie van Defensie een zeer ruim pakket aan voorzieningen aan, waarvoor militairen, anders dan burgers, geen eigen bijdragen of eigen risico’s hoeven te betalen. De idee hierachter is dat de gezondheid van militairen essentieel is voor hun inzetbaarheid en dat militairen zich niet door kosten moeten laten weerhouden om een arts te zien.

Tegenover deze genereuze arbeidsvoorwaarde staan een aantal verplichtingen – voor de militair en voor de militaire arts. Zo moet een militair met een medische vraag gebruik maken van de voorzieningen van de militaire gezondheidszorg. In de tweede plaats accepteert de militair dat hij niet over dezelfde patiëntenrechten beschikt dan een burger. De militaire gezondheidszorg waarborgt de inzetbaarheid van militairen. Deze doelstelling brengt onder andere met zich dat militaire artsen en andere zorgmedewerkers de commandant van de militair zo nodig, of naar aanleiding van een vraag, informeren over de gezondheidsbeperkingen van een militair. Dat gebeurt ook indien de militair daarvoor geen toestemming geeft. De Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst (Wgbo) geldt namelijk niet voor militairen en voor militaire artsen, tenzij – zoals tijdens de parlementaire behandeling van deze wet is gezegd – ‘de aard van de rechtsbetrekking zich daartegen niet verzet.’ Anders gezegd, het waarborgen van de inzetbaarheid van militairen is binnen de defensieorganisatie het hoogste goed en Wgbo-rechten die daaraan in de weg staan moeten zo nodig wijken. Dat geldt dus ook voor de geheimhoudingsplicht van de militaire artsen.

Mogen militairen dan nooit naar een civiele arts of zorgaanbieder? Ja wel, maar dat mag in de regel alleen in geval van een noodsituatie (bijvoorbeeld na een ongeluk in de privésituatie) of indien vanuit de militaire gezondheidszorg geen passende zorg kan worden geboden. Denk bij dit laatste aan bijvoorbeeld een zeldzame complicatie. De militair moet dan wel melding maken van zijn gebruikmaking van de civiele zorg aan de militaire arts. Alle door de militair gemaakte kosten worden dan door het ministerie van Defensie vergoed volgens het passantentarief.

Zijn civiele artsen en zorgaanbieders bij de behandeling van een militair dan ook ontslagen van de verplichting zich te houden aan de regels van de Wgbo? Nee, dat is niet het geval. Artsen en andere zorgaanbieders moeten zich altijd houden aan de Wgbo-rechten, niet alleen bij militairen maar ook bij bijvoorbeeld onverzekerden en mensen zonder geldige verblijfstitel. Dit betekent ook dat indien een militaire arts of leidinggevende van de militair verzoekt om medische informatie , civiele artsen en zorgaanbieders deze gegevens alleen mogen verstrekken met toestemming van de militair.

Maar wat zijn dan de regels indien een burger, met een zorgverzekering, wordt geholpen door een militaire arts of in een militair gezondheidscentrum? Zo worden militaire artsen soms ingezet bij krapte op de zorgmarkt en nemen militaire gezondheidscentra ook burgers op omdat zij daartoe in de gelegenheid zijn. Verliezen deze burgers dan ook hun Wgbo-rechten? Ook deze vraag moet ontkennend worden beantwoord. De enkele omstandigheid dat burgers te maken krijgen met een militaire zorgverlener betekent niet dat zij minder rechten hebben dan anders. Sterker, volgens de tuchtrechter kan een militaire arts zich niet beroepen op de binnen de militaire gezondheidszorg deels afwijkende regels om zorg te verlenen die niet voldoet aan de tuchtrechtelijke eisen.

Concluderend kan worden gesteld dat de arbeids- en gezondheidsrechtelijke positie van militairen in veel opzichten afwijken van die van burgers. Dit verklaart ook waarom militairen zich weinig richten tot civiele artsen en zorgaanbieders. Mocht dat wel zo zijn, dan kunnen civiele artsen en zorgaanbieders de gemaakte kosten in rekening brengen aan het ministerie van Defensie. Al kunnen militairen zich binnen de defensieorganisatie niet zonder meer beroepen op de Wgbo-rechten, deze uitzondering heeft geen gevolgen voor de rechten en plichten die op civiele artsen en zorgaanbieders rusten. Omgekeerd moeten militaire artsen en gezondheidscentra zich tegenover burgers volledig houden aan de Wgbo-rechten. Aldus is er een tamelijk ingewikkeld systeem in het leven geroepen. Tot op heden heeft dit, voor zover bekend, niet geleid tot juridische procedures. Maar die gaan er ongetwijfeld komen. Ter voorkoming daarvan is het goed bovenstaande regels in acht te nemen.

Aart Hendriks, hoogleraar gezondheidsrecht, Universiteit Leiden

Contact over dit onderwerp

Mark van de Laar

Mark van de Laar

Advocaat
Vestiging:
Maastricht
Sector:
Overheid, Zorg
Expertteam:
Arbeidsrecht,
Telefoon:
043-7 600 600
Mobiel:
06 15 05 42 23

Gerelateerd

Capra Academie cursus
Het coronavirus en de overheid: arbeidsrechtelijke vragen 2048 1365 Capra Advocaten

Het coronavirus en de overheid: arbeidsrechtelijke vragen

Artikel

lees meer
Jurisprudentie selectie Overheid – juni 2021 150 150 Capra Advocaten

Jurisprudentie selectie Overheid – juni 2021

Artikel

lees meer
Masterclass ‘Disfunctionerende medewerker : procederen bij de kantonrechter’ 150 150 Capra Advocaten

Masterclass ‘Disfunctionerende medewerker : procederen bij de kantonrechter’

Naar de kantonrechter voor een disfunctionerende medewerker: van verbeterplan tot succesvolle ontbindingsprocedure. Hoe pakt u dat aan?

lees meer
Noot JAR De ambtelijke molens en de onverwijlde opzegging 150 150 Capra Advocaten

Noot JAR De ambtelijke molens en de onverwijlde opzegging

Artikel

lees meer
Update: Code oranje en vakantierichtlijnen 150 150 Capra Advocaten

Update: Code oranje en vakantierichtlijnen

Artikel

lees meer

Blijf op de hoogte

Blijf op de hoogte over ontwikkelingen, interessante jurisprudentie en wetswijzigingen op het gebied van arbeidsverhoudingen binnen de sectoren overheid, onderwijs en zorg. Selecteer welke nieuwsbrieven u wilt ontvangen en wij houden u op de hoogte.

Vestiging Den Haag
Laan Copes van Cattenburch 56
2585 GC Den Haag
Telefoon 070-364 81 02
Fax 070-361 78 47
denhaag@capra.nl

Vestiging ‘s-Hertogenbosch
Bastion Vught 1
5211 CZ ‘s-Hertogenbosch
Telefoon 073-613 13 45
Fax 073-614 82 16
s-hertogenbosch@capra.nl

Vestiging Zwolle
Terborchstraat 12
8011 GG Zwolle
Telefoon 038-423 54 14
Fax 038-423 47 84
zwolle@capra.nl

Vestiging Maastricht
Spoorweglaan 7
6221 BS Maastricht
Telefoon 043-7 600 600
Fax 043-7 600 609
maastricht@capra.nl