Hoge Raad: ‘Sociaal plan met vrijwilligers- en plaatsmakersregeling kwalificeert niet als RVU’

Hoge Raad: ‘Sociaal plan met vrijwilligers- en plaatsmakersregeling kwalificeert niet als RVU’

Hoge Raad: ‘Sociaal plan met vrijwilligers- en plaatsmakersregeling kwalificeert niet als RVU’ 150 150 Capra Advocaten
image_pdf

Na ruim vijf jaar is de discussie definitief beslecht: een sociaal plan met een vrijwilligers- en plaatsmakersregeling kwalificeert – onder voorwaarden – niet als RVU.

RVU, wat is dat ook alweer?

Wanneer de werkgever aan de werknemer een uitkering, ontslagvergoeding of verstrekking toekent die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend bedoeld is om te dienen als overbrugging tot aan het pensioen, dan staat daarop voor de werkgever een strafheffing van 52% over die uitkering, vergoeding of verstrekking.

Wat is er aan de hand?

In mei 2013 is bedrijf X een Sociaal Plan overeengekomen met de vakbonden. In het Sociaal Plan is opgenomen dat boventallige werknemers aangewezen worden volgens het afspiegelingsbeginsel bij onderlinge uitwisselbare functies. Het Sociaal Plan bevat daarnaast ook een zogeheten vrijwilligers- en plaatsmakersregeling. Deze regeling maakt het voor een werknemer mogelijk om – na schriftelijk toestemming van de werkgever – plaats te maken voor een werknemer van wie de arbeidsplaats volgens het afspiegelingsbeginsel vervalt. Boventallige werknemers, en werknemers die gebruik maken van de regeling, krijgen volgens het Sociaal Plan een beëindigingsvergoeding toegekend die gebaseerd is op de kantonrechtersformule, met de begrenzing dat maximaal vergoed wordt de te verwachten inkomstenderving tot het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd. Bedrijf X heeft op 20 juni 2013 de belastinginspecteur verzocht om het Sociaal Plan, inclusief de regeling, niet aan te merken als RVU. De belastinginspecteur heeft dat verzoek afgewezen. Partijen zijn vervolgens gaan procederen tot aan de Hoge Raad.

Cassatieberoep

De belastinginspecteur en de staatssecretaris van Financiën waren van mening dat het doel van een regeling kenbaar wordt door de feitelijke uitwerking daarvan. De (bekendheid met) feitelijke uitstroom van werknemers had volgens hen betrokken moeten worden bij de RVU-toets, evenals de hoogte van de feitelijk overeengekomen beëindigingsvergoedingen. In de praktijk maakten ook overwegend werknemers in de leeftijdscategorie 55+ gebruik van de regeling.

Oordeel Hoge Raad

De Hoge Raad oordeelt als volgt. Bij beantwoording van de vraag of sprake is van een RVU is bepalend of de uitkeringen of verstrekkingen bedoeld zijn om te dienen ter overbrugging of aanvulling van het inkomen van de (gewezen) werknemer tot de AOW-gerechtigde leeftijd. Die bedoeling moet volgens de Hoge Raad blijken uit de in de regeling opgenomen objectieve criteria. Voorafgaande zekerheid of de regeling als RVU kwalificeert kan immers alleen verkregen worden door toetsing van objectieve kenmerken en voorwaarden van de regeling. De beweegredenen van de werkgever doen in dit verband niet ter zake. Evenmin doen ter zake de intenties en keuzes van de werknemer om voor de regeling te kiezen. De feitelijke uitstroom en de hoogte van de beëindigingsvergoedingen mogen dus bij de RVU-toets ook niet betrokken worden.

Betekenis voor de praktijk

Het arrest van de Hoge Raad heeft zonder meer betekenis voor elke organisatie die een vrijwilligers- en plaatsmakersregeling in een Sociaal Plan implementeert of overweegt daartoe over te gaan. Daarbij gelden derhalve op basis van het arrest de volgende twee voorwaarden:

De regeling mag niet afhankelijk zijn van de leeftijd van de werknemer. De regeling moet dus openstaan voor elke werknemer of werknemer van een afdeling binnen de organisatie, of werknemer van een groep van werknemers in een bepaalde functie, mits leeftijd geen criterium is.
De hoogte van de beëindigingsvergoeding mag geen direct verband houden met de AOW-gerechtigde leeftijd van de werknemer. Dit is in elk geval niet het geval als deze vergoeding wordt vastgesteld aan de hand van arbeidsrechtelijke aanvaarde beginselen, zoals de kantonrechtersformule of transitievergoeding.

Wanneer uw organisatie bezig is met óf nadenkt over een Sociaal Plan met een vrijwilligers- en plaatsmakersregeling denken wij vanuit Capra graag met u mee. Het arrest van de Hoge Raad leert in elk geval dat de formulering nauw luistert.

Contact over dit onderwerp

Sjoerd Richters

Sjoerd Richters

Advocaat
Vestiging:
's-Hertogenbosch
Sector:
Overheid
Expertteam:
Arbeidsrecht, Ambtenarenrecht
Telefoon:
073 - 613 13 45
Mobiel:
06 48 97 21 37

Gerelateerd

Schorsing leerkracht tijdens onderzoek toegestaan? 150 150 Capra Advocaten

Schorsing leerkracht tijdens onderzoek toegestaan?

Artikel

lees meer
Niet ieder informatieverzoek is een Wob-verzoek! 150 150 Capra Advocaten

Niet ieder informatieverzoek is een Wob-verzoek!

Artikel

lees meer
Aanvullend geboorteverlof per 1 juli ingevoerd 150 150 Capra Advocaten

Aanvullend geboorteverlof per 1 juli ingevoerd

Artikel

lees meer

Blijf op de hoogte

Blijf op de hoogte over ontwikkelingen, interessante jurisprudentie en wetswijzigingen op het gebied van arbeidsverhoudingen binnen de sectoren overheid, onderwijs en zorg. Selecteer welke nieuwsbrieven u wilt ontvangen en wij houden u op de hoogte.

Vestiging Den Haag
Laan Copes van Cattenburch 56
2585 GC Den Haag
Telefoon 070-364 81 02
Fax 070-361 78 47
denhaag@capra.nl

Vestiging ‘s-Hertogenbosch
Bastion Vught 1
5211 CZ ‘s-Hertogenbosch
Telefoon 073-613 13 45
Fax 073-614 82 16
s-hertogenbosch@capra.nl

Vestiging Zwolle
Terborchstraat 12
8011 GG Zwolle
Telefoon 038-423 54 14
Fax 038-423 47 84
zwolle@capra.nl

Vestiging Maastricht
Spoorweglaan 7
6221 BS Maastricht
Telefoon 043-7 600 600
Fax 043-7 600 609
maastricht@capra.nl