De taken en verantwoordelijkheden van de bedrijfsarts
Print pagina

De taken en verantwoordelijkheden van de bedrijfsarts
Sprekers:
Locatie:
Datum:
23 maart 2018
Aanvang:
Kosten:
Datum:
23 maart 2018
Locatie:
Datum:
23 maart 2018
Geplaatst op:
23 maart 2018
Het belang van een goede bedrijfsgeneeskundige begeleiding is groot voor de werkgever én de werknemer. Hierover las u al vaker artikelen. De bedrijfsarts heeft in veel arbeidsrechtelijke kwesties een belangrijke rol. Hij heeft met veel partijen te maken en kan worden geconfronteerd met diverse procedures. Mark van de Laar gaat in dit artikel in op deze en andere aspecten van de rol van de bedrijfsarts. Hij geeft regelmatig presentaties over de rol van de bedrijfsarts. Heeft u hierin interesse? Neem dan contact op met de auteur van dit artikel.

De titel bedrijfsarts
De titel bedrijfsarts is een beschermde specialisten titel, op grond van de wet BIG. Bedrijfsartsen hebben een eigen beroepsvereniging, de NVAB. Deze vereniging stelt diverse richtlijnen etc. op, onder meer over medisch inhoudelijke zaken. Belangrijk zijn ook de zogenaamde ‘kernwaarden’ van de bedrijfsarts. Deze houden onder meer in: behoudt van duurzaam inzetbaarheid en professioneel onafhankelijke positie. Verwezen zij ook naar de beroepscode voor bedrijfsartsen.

De wettelijke taken van de bedrijfsarts
De werkgever heeft de wettelijke verplichting om de bedrijfsarts in te schakelen voor ziekteverzuim begeleiding en arbeidsintegratie, periodiek gezondheidskundig onderzoek en het uitvoeren van aanstellingskeuringen. Verder wordt de bedrijfsarts ingeschakeld bij ziekteverzuimbeleid en preventie. Ook kan de bedrijfsarts worden ingeschakeld voor het toetsen van de risico-inventarisatie en -evaluatie.

De bedrijfsarts is onafhankelijk
De bedrijfsarts mag uit hoofde van een juiste taken oefening niet worden benadeeld in de positie in het bedrijf of de instelling. De bedrijfsarts is zelfstandig en onafhankelijk. Niettemin heeft de wetgever gemeend dat, in het belang van preventie en duurzame inzetbaarheid, de positie van de bedrijfsarts moest worden verduidelijkt. Per 1 juli 2017 is daarom de Arbeidsomstandighedenwet gewijzigd. Toen is onder meer geïntroduceerd het recht van de werknemer op een second opinion.

De bedrijfsarts heeft een beroepsgeheim
In diverse richtlijnen en wetgeving is deze verplichting opgenomen. Niettemin ontstaat er weleens discussie over. Er wordt wel eens gesteld dat het beroepsgeheim van de arts absoluut is. Maar uit een uitspraak van het Hof Amsterdam van 16 februari 2016 blijkt dat er uitzonderingen zijn. In die zaak had de bedrijfsarts althans volgens het Hof de werkgever moeten laten weten dat een werknemer, gezien diens WAO verleden, in aanmerking kwam voor een Ziektewetuitkering.

De Wet verbetering poortwachter
Dat de adviezen van de bedrijfsarts zeer relevant zijn, blijkt onder meer uit de jurisprudentie over de sancties in het kader van de Wet verbetering poortwachter. Bijvoorbeeld de uitspraak over de hardlopende magazijnmedewerker. Deze medewerker was arbeidsongeschikt, maar bleek ondanks dat marathon te lopen. Werkgever en bedrijfsarts wisten dit niet. Toen het bij hen bekend werd is de medewerker op staande voet ontslagen, omdat het lopen van marathons de genezing zou belemmeren. Maar volgens de rechter ontbrak een oordeel van de bedrijfsarts hierover, zodat het ontslag werd vernietigd.

De bedrijfsarts speelt een rol bij een beroep op ontslagverbod
Het oordeel van de bedrijfsarts is ook van belang bij de vraag of er terecht beroep wordt gedaan op een ontslagverbod bij ziekte. Was er ten tijde van het ontslag wel sprake van arbeidsongeschiktheid wegens ziekte? Het opzegverbod is overigens niet van toepassing als er geen verband is tussen ziekte en de reden voor ontbinding. Verder kan een ontslag toch aan de orde zijn, als een beëindiging van het dienstverband in het belang van de (zieke) werknemer is. Juist ook bij dit soort vragen is het oordeel van de bedrijfsarts van belang. Zie bijvoorbeeld: Hof Amsterdam 10 oktober 2017, rechtbank Limburg 6 oktober 2017 en rechtbank Rotterdam 17 januari 2018.

Oordeel bedrijfsarts versus deskundigenoordeel
Wat is overigens de status van een oordeel van de bedrijfsarts tegenover een deskundigenoordeel van het UWV? Het deskundigenoordeel heeft minder gewicht ‘bij bijkomende feiten en omstandigheden’. Essentieel is dan of er zorgvuldigheidsgebreken kleven aan het oordeel. Zo ja, dan kunnen deze afdoen aan de waarde daarvan. Hier zijn enkele uitspraken over, bijvoorbeeld de uitspraak van de kantonrechter Bergen op Zoom van 23 januari 2013. In deze zaak had de verzekeringsarts in het kader van het deskundigenoordeel de werknemer niet gezien. De rechter vond daarom in deze zaak, dat het oordeel van de bedrijfsarts moest prevaleren.

Werknemer heeft recht op second opinion
Zoals hiervoor al aangehaald, heeft de werknemer vanaf 1 juli 2017 het recht op een second opinion. Deze second opinion moet worden onderscheiden van het deskundigenoordeel van het UWV. Het deskundigenoordeel kan enkel betrekking hebben op enkele specifieke vragen, zoals de vraag of er sprake is van arbeidsongeschiktheid wegens ziekte. De second opinion gaat meer om de medische inhoudelijke beoordeling, ook los van de vraag of er sprake is van arbeidsongeschiktheid.

Alleen bij zwaarwegende argumenten mag het verzoek van de werknemer om een second opinion worden afgewezen. De eerste bedrijfsarts verstrekt aan de geraadpleegde bedrijfsarts de relevante informatie. De geraadpleegde bedrijfsarts bespreekt zijn advies c.q. second opinion met de werknemer. Alleen bij toestemming wordt de eerste bedrijfsarts geïnformeerd. De second opinion kan reden zijn de begeleiding over te dragen. De procedurele voorschriften zijn opgenomen in het Arbeidsomstandighedenbesluit.

Sinds 1 juli 2017 geldt er ook een algemene klachtprocedure
Het is een recht dat alleen aan de werknemer toekomt. Reden hiervoor is dat de werkgever al een contractuele relatie heeft met de bedrijfsarts, op grond waarvan deze zo nodig maatrelen kan nemen. Overigens was voor veel situaties al een klachtprocedure geregeld. Gecertificeerde arbodiensten hadden bijvoorbeeld al een klachtenprocedure. Voorts is in de Wkkgz al een klachtenrecht geregeld. Bovendien is er een klachtencommissie aanstellingskeuringen.

Tuchtrechtelijke procedure
Bovendien kan in dit verband gewezen worden op de tuchtrechtelijke procedure. De vraag die het medisch tuchtcollege (tuchtcollege voor de gezondheidszorg) dan moet beantwoorden: is de bedrijfsarts binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening gebleven? Bij medisch tuchtrecht gaat het om de kwaliteit van de beroepsuitoefening. De sancties kunnen divers zijn: van een waarschuwing tot een doorhaling van de inschrijving in het register. Tuchtzaken gaan om meer over: noodzaak verrichten van nader onderzoek, het al dan niet raadplegen van de behandelend sector, het beroepsgeheim, het al dan niet houden bij eigen deskundigheid, etc.

Een ander voorbeeld is de uitspraak van het Centraal tuchtcollege gezondheidszorg van 31 maart 2015. De bedrijfsarts veronderstelde toestemming van de werknemer voor het vermelden van medisch gegevens op de FML. Maar deze veronderstelling bleek onjuist. De bedrijfsarts kreeg daarvoor een waarschuwing. Een ander voorbeeld is een uitspraak van 8 maart 2016. In deze zaak had de bedrijfsarts ten onrechte geen informatie ingewonnen bij de huisarts. De bedrijfsarts kreeg een berisping.

STECR werkwijzer arbeidsconflicten
Verder dient in dit verband genoemd te worden de STECR werkwijzer arbeidsconflicten. Deze werkwijzer dateert van oktober 2014. Ook hierbij heeft de bedrijfsarts een belangrijke rol. Uit een uitspraak van het Centraal tuchtcollege gezondheidszorg van 23 mei 2017, blijkt dat in geval van een arbeidsconflict de bedrijfsarts de werkwijzer raadpleegt. De meningen zijn wel verdeeld over de exacte rol van de bedrijfsarts hierbij. Dit geldt vooral voor de situatie dat er sprake is van een conflict, maar niet van ziekte. Volgens de werkwijzer heeft de bedrijfsarts dan toch een rol, omdat de bedrijfsarts dan zogenaamde ‘interventieadviezen’ kan geven. Hierbij gaat het om preventie.

De vereniging van bedrijfsartsen kon zich aanvankelijk niet vinden in de werkwijzer. De NVAB vond namelijk dat de werkwijzer - ten onrechte - de juridische aspecten voorop stelde. De NVAB zal daarom dit jaar nog met een eigen richtlijn komen.

Bedrijfsarts speelt een rol bij UWV-loonsancties
Ook is de rol van de bedrijfsarts van belang bij loonsancties van het UWV. Bij een WIA-aanvraag wordt door UWV immers beoordeeld of er voldoende is gedaan aan re-integratie. Als dat niet het geval is, kan de werkgever verplicht worden om het loon door te betalen voor maximaal één jaar extra. Het UWV beoordeelt dit aan de hand van de ‘Werkwijzer poortwachter’ van 24 maart 2017. Daarin staat exact welke inspanningen van werkgever en werknemer worden verwacht. Ook hierbij geldt dat de rol van de bedrijfsarts cruciaal is.

Conform vaste jurisprudentie van Centrale Raad van Beroep, is het trouwens voor risico van de werkgever dat deze afgaat op een advies van een door hem ingeschakelde bedrijfsarts, ook als later blijkt dat dit onjuist of onvoldoende onderbouwd is. Een voorbeeld hiervan is een uitspraak van 2 augustus 2017. Het re-integratie traject was niet adequaat. De bedrijfsarts had beperkingen te zwaar gesteld. De werkgever is hiervoor verantwoordelijk.

Wanneer is de bedrijfsarts of arbodienst aansprakelijk?
Kan de werkgever de loonsanctie dan verhalen op de bedrijfsarts c.q. de arbodienst? Ofwel: wanneer is de arbodienst aansprakelijk voor onjuiste adviezen? Zie daarvoor bijvoorbeeld de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 29 oktober 2014. De bedrijfsarts had ten onrechte niet ingezet op rug- en kniebesparende werkzaamheden. Ook in een andere zaak oordeelde de rechtbank Midden-Nederland dat de arbodienst aansprakelijk kon worden gehouden voor schade (de loonsanctie). De bedrijfsarts had immers ten onrechte niet naar behandelmogelijkheden gekeken.

Geen aansprakelijkheid werd aangenomen in de zaak waarbij de bedrijfsarts wellicht inhoudelijk geen goed advies had gegeven, maar de werkgever wel had geadviseerd om ter zake het advies een deskundigenoordeel bij het UWV aan te vragen. Maar de werkgever had dit laatste advies niet opgevolgd, zodat deze daarom de loonsanctie niet op de arbodienst kon verhalen. De arbodienst kon zich ook beroepen op algemene voorwaarden, zo oordeelde de rechtbank.

Ten slotte
Al met al is de rol van de bedrijfsarts in de arbeidsrechtpraktijk zeer belangrijk. Daarom is het van belang om een goed contact met de bedrijfsarts te onderhouden en te weten hoe de bedrijfsarts te werk gaat. Het over en weer informeren komt de advisering ten goede, en is in het belang van werkgever en werknemer.
Telefoon:
Mobiel:
E-mail:
Linkedin

Zoeken

Contact over dit onderwerp

Mark van de Laar

Mark van de Laar

Telefoon 043-7600600